Deel II – wereldreligies en interreligieuze dialoog
HOOFDSTUK 2 – INDISCHE RELIGIES
1. INGEPERKTE GESCHIEDENIS VAN DE INDISCHE RELIGIES
A. Waarom moeten we dit bestuderen?
Indische godsdiensten zijn niet statisch maar geëvolueerd
1. Beknopt overzicht nodig om aard te begrijpen
Ontwikkeling in interactie met elkaar en met historische context
1. Veelzijdigheid begrijpen
5 grote periodes maar: grenzen zijn niet absoluut
1. De overgang van de ene periode naar de andere impliceert een substantiële verandering in de
wijze waarop vanuit een religieus oogpunt naar de werkelijkheid gekeken wordt.
2. Verandering vindt geleidelijk aan plaats
3. Essentieel om het ontstaan en de evolutie van het hindoeïsme, boeddhisme, jaïnisme, sikhisme
en algemene context te begrijpen
B. Vroeg wortels [tot ca. 1500 v.C.]
Oudste aanwijzingen menselijke aanwezigheid: 400.000-200.000 jaar geleden
1. Neoliticum (10.000 vr Christus)
a. Jagers-verzamelaars => landbouwgemeenschappen (veeteelt, landbouw)
i. Neolithische revolutie
ii. Bevolkingstoename
iii. Georganiseerde vorm van menselijk samenleven
2. Nederzettingen in Pakistaan [tussen 7000 v.C. en 1800 v.C.]
a. Mehrgarh-cultuur, voorloper van Indus-beschaving
b. Artefacten, eerste ‘Venus-beeldjes’, begrafenissen
3. Indusbeschaving of Harappa-beschaving
a. Grote steden 35.000 – 40.000 inwoners
b. Orthogonaal stratenplan, riolering
c. Landbouw ontwikkeld
d. Handel (latere zijderoute)
e. Vuuroffers, fallusverering en aanbidding van een moedergodin
i. Niet zeker: artefacten met bewijzen
ii. Schrift nog niet ontcijferd
f. Shiva
i. Pre-Arische godheid
ii. Later in Vedische pantheon opgenomen
4. The Great Bath (Mohenjodaro)
a. Neergang van bloei Indusbeschaving = begin Vedische tijdperk
i. Verschillende theorieën als verklaring
1. klimaatveranderingen, overstromingen, invallen van de Ariërs
HOOFDSTUK 2 – INDISCHE RELIGIES
1. INGEPERKTE GESCHIEDENIS VAN DE INDISCHE RELIGIES
A. Waarom moeten we dit bestuderen?
Indische godsdiensten zijn niet statisch maar geëvolueerd
1. Beknopt overzicht nodig om aard te begrijpen
Ontwikkeling in interactie met elkaar en met historische context
1. Veelzijdigheid begrijpen
5 grote periodes maar: grenzen zijn niet absoluut
1. De overgang van de ene periode naar de andere impliceert een substantiële verandering in de
wijze waarop vanuit een religieus oogpunt naar de werkelijkheid gekeken wordt.
2. Verandering vindt geleidelijk aan plaats
3. Essentieel om het ontstaan en de evolutie van het hindoeïsme, boeddhisme, jaïnisme, sikhisme
en algemene context te begrijpen
B. Vroeg wortels [tot ca. 1500 v.C.]
Oudste aanwijzingen menselijke aanwezigheid: 400.000-200.000 jaar geleden
1. Neoliticum (10.000 vr Christus)
a. Jagers-verzamelaars => landbouwgemeenschappen (veeteelt, landbouw)
i. Neolithische revolutie
ii. Bevolkingstoename
iii. Georganiseerde vorm van menselijk samenleven
2. Nederzettingen in Pakistaan [tussen 7000 v.C. en 1800 v.C.]
a. Mehrgarh-cultuur, voorloper van Indus-beschaving
b. Artefacten, eerste ‘Venus-beeldjes’, begrafenissen
3. Indusbeschaving of Harappa-beschaving
a. Grote steden 35.000 – 40.000 inwoners
b. Orthogonaal stratenplan, riolering
c. Landbouw ontwikkeld
d. Handel (latere zijderoute)
e. Vuuroffers, fallusverering en aanbidding van een moedergodin
i. Niet zeker: artefacten met bewijzen
ii. Schrift nog niet ontcijferd
f. Shiva
i. Pre-Arische godheid
ii. Later in Vedische pantheon opgenomen
4. The Great Bath (Mohenjodaro)
a. Neergang van bloei Indusbeschaving = begin Vedische tijdperk
i. Verschillende theorieën als verklaring
1. klimaatveranderingen, overstromingen, invallen van de Ariërs