100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Alle Bio Examenstof

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
12-05-2024
Written in
2023/2024

Alle biologie leerstof van leerjaar 4, 5 en 6 gebundeld in een samenvatting ter voorbereiding van het examen

Level
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Uploaded on
May 12, 2024
Number of pages
45
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Nina van Veen – A6



Biologie


Alle examenstof



H2 t/m 21

, Wetenschappelijk onderzoek

Regels van onderzoek
Een goed wetenschappelijk onderzoek heeft een controle-experiment, ook wel ‘blanco’ genoemd.
Dat betekent dat je de factor die je wil onderzoeken wegneemt en de andere omstandigheden gelijk
houdt.
De factor die de onderzoeker aanpast voor het doen van metingen is de onafhankelijke variabele. De
factor die als gevolg daarvan verandert, is de afhankelijke variabele. Dit type onderzoek, waarbij
een factor door de onderzoeker wordt beïnvloed, heet experimenteel onderzoek.
Het onderzoek moet herhaalbaar en controleerbaar zijn.
Bij blind onderzoek weten de proefpersonen niet of ze het echte medicijn krijgen of de placebo. Bij
dubbelblind onderzoek weten ook de artsen dit niet.
Het placebo-effect is verwachting dat iets werkt, waardoor de testpersoon zich beter gaat voelen
Het nocebo-effect is klachten krijgen door kennis van bijwerkingen

Gegevens verzamelen
Een onderzoek waarbij de onderzoekers niet zelf een factor aanpassen, noemt men een beschrijvend
onderzoek. Denk aan het observeren van wilde dieren.
Wanneer men gegevens verzamelt waarbij het gaat om aantallen is het een kwantitatief onderzoek.
Wanneer het alleen gaat om of iets wel of niet aanwezig is, dan heet het kwalitatief onderzoek. Het
aantonen van stoffen kan met indicatoren.

Gegevens in diagrammen
In een diagram wordt de onafhankelijke variabele steeds langs de x-as en de afhankelijke variabele
langs de y-as uitgezet.
Wanneer je met gemiddeldes als resultaat werkt, moet je ook laten zien of de resultaten erg
verschilden. Dit kan door de spreiding te laten zien of door de standaarddeviatie te berekenen.
Spreiding en standaarddeviatie worden weergegeven als verticale streepjes door de meetpunten.

Betrouwbaarheid
Wetenschappelijk onderzoek moet betrouwbaar en herhaalbaar zijn. Betrouwbaarheid is belangrijk
omdat de resultaten gebruikt worden als uitgangspunt voor verder onderzoek. Door onderzoek te
herhalen, kunnen fouten eruit gehaald worden.
Opzettelijk ‘foute’ resultaten geven, noemt men fraude. Wetenschappers die resultaten van anderen
gebruiken als eigen werk, plegen plagiaat. Bij collegiale toetsing kijken andere wetenschappers
kritisch naar het onderzoek.
Validiteit is de geschiktheid van de gebruikte onderzoeksmethode.

, Voortplanting

Nieuw leven
Voorafgaand aan de bevruchting komt er een eicel vrij, dit heet de ovulatie. Binnen ongeveer 24 uur
moet de eicel bevrucht worden door het samensmelten met de zaadcel. De eicel wordt meteen
afgesloten door een bevruchtingsmembraan, waardoor geen tweede zaadcel naar binnen kan. De
bevruchte eicel wordt een zygote genoemd. Follikelcellen rond de eicel leveren voedingsstoffen.

Van de bevruchting tot aan de geboorte doorgaat een embryo een aantal fasen:
• Klievingsdelingen: de eerste celdelingen vinden plaats in de eileider. Hierbij deelt de zygote
zonder dat de grootte van het klompje cellen toeneemt. De cellen worden per stuk dus steeds
kleiner. Hierna verplaatsen de cellen zich naar de baarmoeder door trilharen.
• Innesteling: het klompje cellen zet zich na vijf dagen vast in het slijmvlies van de
baarmoederwand. Het klompje is verandert in een soort holle bol (alle trofoblastcellen liggen aan
de buitenkant), de blastula. Deze zal het hormoon HCG gaan produceren en er wordt een
instulping gevormd, vlokken. Deze vormen later de placenta, die zorgt voor de uitwisseling van
stoffen. Hierbij mengt het bloed niet! De kiemschijf wordt de baby.

• Vorming van verschillende lagen:
• trofoblast → geeft HCG af → wordt later embryo-deel van placenta (vlokken) en
buitenste vruchtvlies (chorion)
• kiemschijf → wordt embryo en binnenste vruchtvlies (amnion); daartussen liggen met
vocht gevulde holtes:
• dooierblaasje → vormt de start van de bloedvorming
• amnionholte → komt later de navelstreng
• Bloedvatenstelsel: het embryo ontwikkelt een eigen bloedvatenstelsel met een navelstrengader en
twee slagaders, verbonden via de vlokken. Ze worden ‘omspoeld’ met bloed van de moeder. Het
bloed van moeder en kind kan stoffen uitwisselen, maar mengt niet.
• Vorming foetus: wanneer alle organen aangelegd zijn (na 8 weken), spreekt men niet meer van
embryo, maar van foetus.
• Ontwikkeling van geslachtsorganen: Eerst is de aanleg bij jongens en meisjes gelijk. Na 6 weken
vindt er een splitsing plaats: bij aanwezigheid van het SRY-gen op het Y-chromosoom
ontwikkelt de embryo zich tot jongen. Bij afwezigheid ontwikkelt het embryo zich tot meisje.

De geslachtsorganen worden gevormd tijdens de zwangerschap en zijn volledig aanwezig bij de
geboorte. In de puberteit groeien ze verder uit en wordt een jongen/meisje vruchtbaar. Dit gebeurt
door hypofysehormonen.
Bij een meisje betekent dit dat er iedere maand een eicel rijpt, die vrijkomt bij de ovulatie. In de
eileider kan de eicel bevrucht worden. De baarmoeder bereidt zich voor op innesteling van de
bevruchte eicel door het slijmvlies aan de binnenkant te laten groeien. Wanneer twee weken na de
ovulatie de eicel niet bevrucht is, wordt het slijmvlies afgestoten: menstruatie.
Bij een jongen betekent het dat er vanaf de puberteit continu zaadcellen geproduceerd worden. Deze
worden gevormd in de zaadballen en opgeslagen in de bijballen. Bij een zaadlozing komen de
zaadcellen, aangevuld met vocht uit zaadblaasjes en prostaat, als sperma naar buiten.

De geslachtsorganen vormen de primaire geslachtskenmerken, de lichamelijke kenmerken die
ontstaan als gevolg van hormonen in de puberteit, heten secundaire geslachtskenmerken. Daarnaast
ontstaan er ook geestelijke veranderingen, de tertiaire geslachtskenmerken.

, Vorming geslacht
De mens heeft 23 verschillende typen chromosomen. In normale lichaamscellen komen er steeds 2
van elk type voor, homologe chromosomen, de ene afkomstig van de vader, de andere van de
moeder. De cel met van elk chromosoomtype een paar is diploïd.
De eicel en zaadcel zijn ontstaan uit een speciale celdeling, waarbij de chromosoomparen gesplitst
worden. Er komt van elk type maar één in de geslachtscel, een geslachtscel is daarom haploïd.
Geslachtscellen worden ook wel gameten genoemd. Deze deling heet meiose, wat opgedeeld kan
worden in meiose I en II. In meiose I worden de chromosoomparen gesplitst, in meiose II gaan de
chromatiden van de verdubbelde chromosomen nog uit elkaar.

Normale lichaamscel: 46 chromosomen, 23 paar Geslachtscellen: 23 chromosomen
Diploïd: 2n Haploïd: n
Homologe chromosomen

Decombinatie: nieuwe combi van genen
Crossing over: uitwisseling van genen tussen homologe chromosomen door kruisen ‘benen’,
waardoor je kenmerken van je grootouders kan krijgen.

Vorming eicel
• Start voor de geboorte → ontstaan diploïde oögonia
• Start meiose tot profase I = primaire oöcyt
• Oöcyt vormen samen met follikelcellen een follikel
• Vanaf puberteit voltooien enkele oöcyten per maand meiose I tot metafase II (ovulatie)
Ongelijke verdeling cytoplasma → poollichaampjes

Vorming zaadcel
• Vanaf puberteit, duur vorming ruim 2 maanden
• Spermatogonia (diploïd) = cellen wand zaadbuisjes
• Deelt waarbij spermatocyt ontstaat
• Spermatocyt doorloopt meiose → vorming 4 zaadcellen

Hormonale regeling
In de hersenen: - hypothalamus: zenuwstelsel
- hypofyse: hormoonstelsel
Start puberteit: - hypothalamus geeft GnRH af
- hypofyse reageert met afgifte FSH + LH
→ geslachtsorgaan reageert

Jongens FSH - stimuleert productie zaadcellen
LH - stimuleert vorming testosteron door cellen van Leydig
Testosteron - stimuleert zaadcelproductie
- regelt secundaire geslachtskenmerken
- remt FSH & LH (negatieve terugkoppeling)

Meisjes Menstruatiecyclus
FSH - stimuleert rijpen follikels
→ produceren oestrogeen
Oestrogeen - remt FSH (andere follikels stoppen met rijpen)
- zorgt voor ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken
- zorgt voor het dikker worden van baarmoederhalsslijmvlies
$15.57
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
LerenmetNina
4.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
LerenmetNina
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
4 year
Number of followers
8
Documents
11
Last sold
11 months ago
Leren met Nina

Ik ben 17 jaar en houd van overzichtelijk leren. Jammer genoeg slagen veel boeken er niet in om een overzichtelijk leerschema te maken, dus dat doe ik! Ik heb voor bovenbouw NT/NG-profiel heleboel samenvattingen liggen. Daarnaast ook voor de vakken tekenen en NLT. Mis je (iets in) een samenvatting of kom je een foutje tegen? Twijfel niet om een berichtje te sturen!

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions