INLEIDING
BOUWSTENEN VOOR COMMUNICATIE
- Talige grondhouding ontwikkelen
- Doel vreemde taal = communicatie
correct begrijpen en overbrengen van eenvoudige boodschappen
zinvolle, realistische opdrachten -> authentieke situatie benaderen
- Vaardigheden = centraal 5: luisteren, spreken, mondelinge interactie, lezen, schrijven
- Grammatica en woordenschat = in functie van de vaardigheden maar goed verankering belangrijk
bij het begin van het taalleren
DOELGERICHTE COMMUNICATIE
Concrete doelen:
- de weg vragen en uitleggen
- zichzelf kunnen voorstellen
- naar de winkel gaan en iets kopen
Nagaan of deze doelen effectief bereikt worden;
EEN TAXONOMIE VOOR HET VREEMDETALENONDERWIJS
Stapsgewijze aanpak => taxonomie
Taxonomie = ordening, categorisering, classificatie
Doelen taalvaardigheidsonderwijs <-> doelen inhoudelijke vakken
Taxonomie van Kwakernaak:
- receptieve vaardigheden: zoeken, parafraseren-vertalen, structureren, samenvatten en
interpreteren
- productieve vaardigheden: reproduceren, produceren: gestuurd, produceren: geleid en
produceren open
BELANG VAN STRATEGIEËN
De communicatie valt niet stil, technieken om een taak sneller, correcter uit te voeren
- Geen automatische transfer van strategieën van de moedertaal naar de vreemde taal.
- Metacognitieve strategieën: wanneer zet ik welke strategie in?
3 fasenmodel: 1) sterke sturing: modeling en scaffolding
2) gedeelde sturing (bv. werkvorm: rolwisselend onderwijs)
, 3) losse sturing
DOELTAAL = VOERTAAL
- Incidenteel taalleren
- Doeltaal: zoveel als mogelijk
- Zelfredzaamheid aanleren, niet onmiddellijk vertalen
- Attitude, automatisering – geduld – frustratiefase = normaal
- Begroeten, afscheid nemen + klasinstructies
- Grammaticale onderdelen – strategie-instructies: eventueel in het Nederlands
INSTRUCTIETAAL
- Alle instructies in het Frans!
- Geleidelijkaan opbouwen
- Hulpmiddelen:
- Visualisatie
- Woordenkaart met zinnen op
- Visuele ondersteuning tijdens het spreken.
- Expressie van de leerkracht
- Aan de leerlingen vragen wie het kan uitleggen in het Nederlands.
- Herhaling van reeds aangeleerde basisuitdrukkingen
- Spelvormen: ‘J’ai… Qui a…?, bingo
BREINVRIENDELIJKE ACTIVITEITEN
- Logische leerlijn over de jaren heen (‘less is more’)
- Ons brein heeft nood aan HERHALING! (bij voorkeur: gespreide herhaling)
- Voortbouwen op de voorkennis + op een gevarieerde manier hernemen (‘du drill camouflé’).
- Zintuiglijk rijke oefeningen
- Leerlingen emotioneel betrekken bij het leren van een vreemde taal
HET BEGRIP ‘TEKST’
= alles wat de leerlingen beluisteren en lezen, maar ook schrijven en zeggen.
breed
AUTHENTIEKE EN SEMIAUTHENTIEKE TEKSTEN
, = teksten die in Franstalige gebieden effectief bestaan.
- Vakoverschrijdend
- Voordelen:
aantrekkingskracht
dissociatie vreemdetalenonderwijs-klasgebeuren
native speech-discours authentique
variatie in werkvormen
zelfredzaamheid
evaluatie globale taalvaardigheid
maatschappelijke dimensie
- 4 tekstsoorten (voor de basisschool)
TEKSTKENMERKEN
BOUWSTENEN VOOR COMMUNICATIE
- Talige grondhouding ontwikkelen
- Doel vreemde taal = communicatie
correct begrijpen en overbrengen van eenvoudige boodschappen
zinvolle, realistische opdrachten -> authentieke situatie benaderen
- Vaardigheden = centraal 5: luisteren, spreken, mondelinge interactie, lezen, schrijven
- Grammatica en woordenschat = in functie van de vaardigheden maar goed verankering belangrijk
bij het begin van het taalleren
DOELGERICHTE COMMUNICATIE
Concrete doelen:
- de weg vragen en uitleggen
- zichzelf kunnen voorstellen
- naar de winkel gaan en iets kopen
Nagaan of deze doelen effectief bereikt worden;
EEN TAXONOMIE VOOR HET VREEMDETALENONDERWIJS
Stapsgewijze aanpak => taxonomie
Taxonomie = ordening, categorisering, classificatie
Doelen taalvaardigheidsonderwijs <-> doelen inhoudelijke vakken
Taxonomie van Kwakernaak:
- receptieve vaardigheden: zoeken, parafraseren-vertalen, structureren, samenvatten en
interpreteren
- productieve vaardigheden: reproduceren, produceren: gestuurd, produceren: geleid en
produceren open
BELANG VAN STRATEGIEËN
De communicatie valt niet stil, technieken om een taak sneller, correcter uit te voeren
- Geen automatische transfer van strategieën van de moedertaal naar de vreemde taal.
- Metacognitieve strategieën: wanneer zet ik welke strategie in?
3 fasenmodel: 1) sterke sturing: modeling en scaffolding
2) gedeelde sturing (bv. werkvorm: rolwisselend onderwijs)
, 3) losse sturing
DOELTAAL = VOERTAAL
- Incidenteel taalleren
- Doeltaal: zoveel als mogelijk
- Zelfredzaamheid aanleren, niet onmiddellijk vertalen
- Attitude, automatisering – geduld – frustratiefase = normaal
- Begroeten, afscheid nemen + klasinstructies
- Grammaticale onderdelen – strategie-instructies: eventueel in het Nederlands
INSTRUCTIETAAL
- Alle instructies in het Frans!
- Geleidelijkaan opbouwen
- Hulpmiddelen:
- Visualisatie
- Woordenkaart met zinnen op
- Visuele ondersteuning tijdens het spreken.
- Expressie van de leerkracht
- Aan de leerlingen vragen wie het kan uitleggen in het Nederlands.
- Herhaling van reeds aangeleerde basisuitdrukkingen
- Spelvormen: ‘J’ai… Qui a…?, bingo
BREINVRIENDELIJKE ACTIVITEITEN
- Logische leerlijn over de jaren heen (‘less is more’)
- Ons brein heeft nood aan HERHALING! (bij voorkeur: gespreide herhaling)
- Voortbouwen op de voorkennis + op een gevarieerde manier hernemen (‘du drill camouflé’).
- Zintuiglijk rijke oefeningen
- Leerlingen emotioneel betrekken bij het leren van een vreemde taal
HET BEGRIP ‘TEKST’
= alles wat de leerlingen beluisteren en lezen, maar ook schrijven en zeggen.
breed
AUTHENTIEKE EN SEMIAUTHENTIEKE TEKSTEN
, = teksten die in Franstalige gebieden effectief bestaan.
- Vakoverschrijdend
- Voordelen:
aantrekkingskracht
dissociatie vreemdetalenonderwijs-klasgebeuren
native speech-discours authentique
variatie in werkvormen
zelfredzaamheid
evaluatie globale taalvaardigheid
maatschappelijke dimensie
- 4 tekstsoorten (voor de basisschool)
TEKSTKENMERKEN