JURISPRUDENTIE
Vak: Jaarrekeningenrecht en toezicht financiële verslaggeving
28 MAART 2019
ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM
, Inhoudsopgave
Verplicht voorgeschreven jurisprudentie (incl. noot) .................................................................................... 2
1.1 Hoorcollege 2 ...................................................................................................................................... 2
Arrest Brens/Sarper ............................................................................................................................... 2
1.2 Hoorcollege 3 ...................................................................................................................................... 2
Arrest SNS/curatoren c.s. ...................................................................................................................... 2
Arrest UWV/Econcern .......................................................................................................................... 3
1.3 Hoorcollege 7 ...................................................................................................................................... 3
OK Spyker cars ..................................................................................................................................... 3
HR Spyker cars ...................................................................................................................................... 3
HR KPN/Sobi ........................................................................................................................................ 3
Rb. Ernst & Young accountants LLP/Stichting AFM ........................................................................... 4
Rb. Amsterdam ECLI:NL:RBAMS:2017:5236 (curatoren Imtech jegens KPMG) .............................. 4
Hof Amterdam ECLI:NL:GHAMS:2018:54 (curatoren Imtech jegens KPMG) .................................. 4
1.4 Hoorcollege 8 ...................................................................................................................................... 5
Arrest Vie d’or....................................................................................................................................... 5
1.5 Hoorcollege 9 ...................................................................................................................................... 5
Accountantskamer 30 oktober 2014 (ECLI:NL:TACAKN:2014:101) ................................................. 5
Accountantskamer 18 december 2015 (ECLI:NL:TACAKN:2015:154) .............................................. 5
1.6 Hoorcollege 10 .................................................................................................................................... 6
Hof OM-handels GMBH e.a./Steinhoff International Holdings N.V. ................................................... 6
Hof Strafzaak CFO Ahold ..................................................................................................................... 6
Rb. VEB Landis/ Kuiken en Bus ........................................................................................................... 7
Rb. X/Koninklijke Ahold N.V. e.a. ....................................................................................................... 7
Rb. Double Dutch management / Vlasveld e.a...................................................................................... 7
Geen voorgeschreven jurisprudentie voor HC 1, 4, 5 en 6........................................................................ 7
1
, Verplicht voorgeschreven jurisprudentie (incl. noot)
1.1 Hoorcollege 2
Arrest Brens/Sarper
• Situatie => Sarper was van mening dat de Rb. ten onrechte de overschrijding van de
publicatietermijn als een belangrijk verzuim had aangemerkt.
• Hoge raad => de tekst van art 2:248 lid 2 jo. 394 dient niet letterlijk, maar redelijk worden
uitgelegd. Een redelijke uitleg van het bepaalde in art. 2:248 brengt mee dat bij de beantwoording
van de vraag of een niet tijdig voldoen aan de in art. 2:394 neergelegde publicatieverplichting al
dan niet een onbelangrijk verzuim oplevert een overschrijding van de termijn voor
openbaarmaking buiten beschouwing wordt gelaten voor zover die overschrijding het gevolg is
van het ontbreken van een geldig besluit tot verlenging van de termijn voor het opmaken van de
jaarrekening.
• Noot Maeijer => men moet onderscheid maken tussen een besluit in materiële zin en de kwestie
of het besluit ingevolgde de bepalingen van boek 2 BW op formeel juiste wijze tot stand is
gekomen.
o Voor een besluit in materiële zin als rechtshandeling is nodig een (gezamenlijke)
wilsuiting van de betrokken (meerderheid van) aandeelhouder(s) om het met het besluit
beoogde rechtsgevolg tot stand te brengen. Die (gezamenlijke) wilsuiting kan een
uitdrukkelijke zijn, maar kan op zich ook worden afgeleid uit een of meer andere
gedragingen
o Kenbaar ten alle tijden wil volgens Maeijer zeggen => zonder ‘de nodige moeite’ en
meer dan de mogelijkheid van het verkrijgen van een ‘redelijk inzicht’ of een ‘voldoende
betrouwbaar inzicht’.
1.2 Hoorcollege 3
Arrest SNS/curatoren c.s.
• Situatie => SNS-bank heeft in 2006 een 403-verklaring afgegeven voor Propertize BV. SNS
Reaal doet dit in 2008 voor een dochteronderneming van Propertize, namelijk PRPZ. CRI.
Propertze en PRPZ hebben in 2010 een garantstelling verleend aan CRI voor de aankoop
van New Babylon in Den Haag (voor 41 miljoen). Op 31 december 2013 hebben SNS Bank en
SNS Reaal de verklaring ingetrokken. In deze procedure gaat SNS in beroep tegen het oordeel van
de OK over het verzet.
• Hoge raad => Indien de rechter het verzet gegrond verklaart, staat art. 2:404 lid 3 sub d BW
beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in de weg.
o De regeling van art. 2:404 BW is een middenweg tussen het belang van aflegger van de
403-verklaring om de aansprakelijkheid te beperken en het belang van de schuldeiser die
op de403-verklaring is afgegaan. Dit vertrouwen dient beschermd te worden. De rechter
dient het verzet derhalve slechts ongegrond te verklaren indien het verzet onmiskenbaar
ongegrond is.
▪ De OK heeft terecht geoordeeld dat het verzet (zowel het bestaan als de omvang)
van de curatoren en CRI niet onmiskenbaar ongegrond was.
• Noot Van Dooren => Anders dan Bartman en Van der Kraan kan Van Dooren zich vinden in het
criterium van ‘toewijzing, tenzij onmiskenbaar ongegrond’, omdat dit past bij het eenzijdige
karakter en de onherroepelijkheid van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid. De
moedermaatschappij kan ook nog met tegenargumenten komen.
2