Anatomie
Wat is anatomie?
- Ontleedkunde van het menselijk lichaam
- Hoe het lichaam is opgebouwd -> weefsels, organen en orgaanstelsels
Anatomie <-> fysiologie
Anatomie bespreekt de ligging en de bouw van organen en weefsels
Fysiologie is de functie van die organen en weefsels
Motorisch stelsel
- Passief skeletsysteem = botten, gewrichten en banden
- Actief skeletsysteem = spieren, pezen, peesscheden, slijmbeurzen, …
-> Weefsels
1) botweefsel = osteologie
2) kraakbeenweefsel = artrologie
3) spierweefsel = myologie
4) peesweefsel = myologie
Anatomische houding
-> geen overlappingen
,Lichaamsvlakken
- Sagittale vlak -> bv: op een bal trappen
- Frontale vlak -> bv: jumping Jacks doen
- Transversaal of horizontaal vlak -> bv: draaien van de nek
-> snijpunt van deze vakken is het lichaamszwaartepunt
Lichaamsassen
-> snijlijn van 2 vlakken
- Sagittale as
- Frontale, transversale of breedte-as
- Longitudinale of lengteas
,Begrippenlijst bewegingen
Extensie: strekken van een gewricht
Flexie: buigen van een gewricht
Abductie: weg van het lichaam brengen
Adductie: naar het lichaam toe brengen
Pronatie: naar binnen draaien van voet of hand
Supinatie: naar buiten draaien van voet of hand
Endorotatie: naar binnen draaien van een ledemaat
Exorotatie: naar buiten draaien van een ledemaat
Anteversie: naar voor kantelen van een gewricht
Reftroflexie: naar binnen kantelen van een gewricht
Circumductie: lichaamsdeel dat kan blijven ronddraaien
Elevatie: omhoog bewegen van een lichaamsdeel
Depressie: naar beneden bewegen van een lichaamsdeel
Begrippenlijst richting en plaatsaanduidingen
Anterior: naar voor
Posterior: naar achter
Caudaal: meest naar onder liggende deel van orgaan of gewricht
Craniaal: meest naar boven gelegen van een orgaan of gewricht
Dexter: rechterkant van het lichaam
Sinister: linkerkant van het lichaam
, Distaal: verst gelegen van het middelpunt van het lichaam
Proximaal: dichts gelegen van het middelpunt van het lichaam
Dorsaal: achterkant van het lichaam (rug)
Ventraal: voorkant van het lichaam (buik)
Externus: achter, aanduiding voor iets dat gelegen is aan de buitenkant
Internus: binnen, aanduiding voor iets dat gelegen is binnenin iets
Inferior: onder of lager bevinden dan een referentiepunt
Superior: boven of hoger gelegen dan een referentiepunt
Lateraal: iets dat zich aan de zijkant bevindt van het lichaam of structuur
Mediaal: iets dat zich aan de binnenkant bevindt van het lichaam of structuur
Profundus: diep of dieper gelegen
Superficialis: oppervlakkig
Dorsaal: bovenkant van hand of voet
Palmair/plantair: handpalm of voetpalm
Botweefsel
3 functies: - beschermen
- geraamte = ondersteunen
- hefbomen
Wat is anatomie?
- Ontleedkunde van het menselijk lichaam
- Hoe het lichaam is opgebouwd -> weefsels, organen en orgaanstelsels
Anatomie <-> fysiologie
Anatomie bespreekt de ligging en de bouw van organen en weefsels
Fysiologie is de functie van die organen en weefsels
Motorisch stelsel
- Passief skeletsysteem = botten, gewrichten en banden
- Actief skeletsysteem = spieren, pezen, peesscheden, slijmbeurzen, …
-> Weefsels
1) botweefsel = osteologie
2) kraakbeenweefsel = artrologie
3) spierweefsel = myologie
4) peesweefsel = myologie
Anatomische houding
-> geen overlappingen
,Lichaamsvlakken
- Sagittale vlak -> bv: op een bal trappen
- Frontale vlak -> bv: jumping Jacks doen
- Transversaal of horizontaal vlak -> bv: draaien van de nek
-> snijpunt van deze vakken is het lichaamszwaartepunt
Lichaamsassen
-> snijlijn van 2 vlakken
- Sagittale as
- Frontale, transversale of breedte-as
- Longitudinale of lengteas
,Begrippenlijst bewegingen
Extensie: strekken van een gewricht
Flexie: buigen van een gewricht
Abductie: weg van het lichaam brengen
Adductie: naar het lichaam toe brengen
Pronatie: naar binnen draaien van voet of hand
Supinatie: naar buiten draaien van voet of hand
Endorotatie: naar binnen draaien van een ledemaat
Exorotatie: naar buiten draaien van een ledemaat
Anteversie: naar voor kantelen van een gewricht
Reftroflexie: naar binnen kantelen van een gewricht
Circumductie: lichaamsdeel dat kan blijven ronddraaien
Elevatie: omhoog bewegen van een lichaamsdeel
Depressie: naar beneden bewegen van een lichaamsdeel
Begrippenlijst richting en plaatsaanduidingen
Anterior: naar voor
Posterior: naar achter
Caudaal: meest naar onder liggende deel van orgaan of gewricht
Craniaal: meest naar boven gelegen van een orgaan of gewricht
Dexter: rechterkant van het lichaam
Sinister: linkerkant van het lichaam
, Distaal: verst gelegen van het middelpunt van het lichaam
Proximaal: dichts gelegen van het middelpunt van het lichaam
Dorsaal: achterkant van het lichaam (rug)
Ventraal: voorkant van het lichaam (buik)
Externus: achter, aanduiding voor iets dat gelegen is aan de buitenkant
Internus: binnen, aanduiding voor iets dat gelegen is binnenin iets
Inferior: onder of lager bevinden dan een referentiepunt
Superior: boven of hoger gelegen dan een referentiepunt
Lateraal: iets dat zich aan de zijkant bevindt van het lichaam of structuur
Mediaal: iets dat zich aan de binnenkant bevindt van het lichaam of structuur
Profundus: diep of dieper gelegen
Superficialis: oppervlakkig
Dorsaal: bovenkant van hand of voet
Palmair/plantair: handpalm of voetpalm
Botweefsel
3 functies: - beschermen
- geraamte = ondersteunen
- hefbomen