ES – ACUUT KNIELETSEL
INLEIDING
De bekendste acute knieletsels zijn meniscusletsels en (voorste-) kruisbandrupturen. Bij een acuut knieletsel
kunnen meerdere structuren tegelijkertijd zijn aangedaan, namelijk:
- Voorste kruisband (VKB) - Posterolateraal complex (PLC)
- Achterste kruisband (AKB) - Meniscus
- Superficiale mediale collaterale ligament - Kraakbeen
(sMCL)
- Posteromediaal complex (PMC)
- Lateraal collaterale ligament (PMC)
Kniebandletsels worden ingedeeld volgens de gradering van het International Knee Documentation Committee
(IKDC)
Graad A VKB (Lachman), AKB (achterste schuiflade in 70 gr flexie); sMCL (mediale gewrichtsopening; 20
gr flexie + valgus) of LCL (laterale gewrichtsopening, 20 gr flexie + varus) 0 -2 mm;
posterolaterale hoek (exorotatie in 30 gr en 90 gr flexie, buikligging) < 5 gr
Graad B VKB, AKB, sMCL, of LCL 3-5 mm; posterolaterale hoek 6-10 gr
Graad C VKB, AKB, sMCL of LCL 6-10 mm; posterolaterale hoek 11-19 gr
Graad D VKB, AKB, sMCL of LCL > 10 mm; posterolaterale hoek > 20 gr
Kraakbeenletsels worden ingedeeld volgens het scoringssysteem van het International Cartilage Repair Society
(ICRS). Deze indeling maakt onderscheid tussen chondraal en osteochondraal letsel.
Graad I Oppervlakkige laesies, zachte deukjes of oppervlakkige groeven en scheuren
Graad 2 Laesies die zich uitbreiden tot 50% van de diepte van het kraakbeen
Graad 3 Laesies die zich uitbreiden tot 50% van de diepte van het kraakbeen, maar ook naar de
gecalcificeerde laag. Hiertoe behoren ook defecten onder een blaar van het kraakbeen.
Graad 4 Osteochondrale schade. Dit zijn laesie die zich uitbreiden tot net voorbij de subchondrale
botplaat of dieper in het trabeculaire bot.
DIAGNOSTISCH PROCES
Rode vlaggen: symptomen die wijzen op een fractuur, neurovasculaire schade/gecombineerde letsels, een
ruptuur van het extensiemechanisme, monoartritis, bloedingsstoornissen of tumoren.
- Fractuur: Ottawa Knee Rules om fractuur uit te sluiten. Bij een acuut knietrauma plus een van de 5
onderstaande kenmerken verwijzen naar de huisarts voor röntgenfoto
o 55 jaar of ouder
o Lokale drukpijn op het fibulakopje
o Geisoleerde drukpijn op de patella
o Niet in staat om de knie tot 90 graden te buigen
o Niet in staat om direct na het trauma of in de spreekkamer het been te belasten (vier passen
te lopen)
- Neurovasculaire schade: Schade van de n. peroneus communis en/of n. tibialis, al dan niet
gecombineerd met ruptuur van de a. tibiales posterior en/of de a. dorsalis pedis, knieluxatie
o Twee of meer grote bandletsels
o Huidindeuking, groeve ter hoogte van laterale of mediale gewrichtslijn
o Ecchymosis (bloeduitstorting in de huid)
o Duidelijk palpeerbare en zichtbare deformiteit
, - Ruptuur extensiemechanisme: Gedeeltelijke of volledige scheuring van de quadriceps- of
hamstringspees
o Onmogelijkheid om het aangedane been gestrekt op te tillen
o Palpabele delle (indeuking) in de quadriceps
o Verschil in hoogte van de twee patallae
- Monoartritis: ontsteking van het kniegewricht als gevolg van reumatische en niet-reumatische
aandoeningen (kristaldepositie of infectie)
o Koorts
o Gevoel van algehele malaise
o Zwelling van het gehele gewricht
o Roodheid van het gewricht
o Lokale warmte
o Vermindering van de mobiliteit van het gewricht
- Bloedingsstoornis: stoornis in het proces van bloedstolling door afwezigheid van stollingskenmerk
(hemofilie) of door medicatiegebruik (anticoagulantia)
o Plotselinge haemarthros zonder aanleiding
- Bot- of wekedelentumor: gezwel van bot of weke delen in de knieregio.
o Milde, wisselende pijn gedurende enkele weken
o Zwelling (palpeerbare massa) bij het uiteinde van de lange pijpbeenderen
o Zwelling van de weke delen
o Groei in een langer bestaande laesie/zwelling
o Een zwelling onder het niveau van de spierfascie
o Gezwel op plaats waar trauma niet heeft plaatsgevonden/op een ongebruikelijke plaats
o Patiënt heeft algemene klachten, palpabele lymfeklieren
Anamnese – Specifieke anamnestische vragen:
- Hoe was het ongevalsmechanisme?
- Wat waren de klachten tijdens het trauma en daarna?
- Is er zwelling ontstaan tijdens of na het trauma (en welke tijdsspanne hoort hierbij)?
- Was/is er een ‘giving-way’ gevoel aanwezig?
Was/is er een pijn (on)belast draaien van de knie?
- Waren/zijn er slotklachten?
- Hoe ging/gaat lopen?
- Hoe ging/gaat hurken?
- Waren/zijn er nachtelijke pijnen en/of startpijnen?
- Was/is er liespijn of waren/zijn er heupklachten?
Zwelling. Bij een acuut knieletsel zijn er 4 soorten zwellingen mogelijk: haemarthros, synovitis, hydrops en
oedeem. Alleen de mate van de hydrops kan worden opgespoord me de strijktest. De testuitslag van de
strijktest kan als volgt beschreven worden:
Normaal Geen hydrops
Mild letsel Lichte verplaatsing van vocht mogelijk (minder dan 25 cc)
Matig letsel Verplaatsing vocht gemakkelijk zichtbaar (25-60 cc)
Ernstig letsel Gespannen knie (> 60 cc)
Voorste kruisbandletsel. Kan worden gediagnosticeerd met de Lachman-test, de voorste-schuifladetest en de
Pivottest. De Lachmantest heeft de hoogste sensitiviteit en specificiteit.
Achterste kruisbandletsel. Voor het diagnosticeren van achterste-kruisbandletstel geeft de combinatie van
meerdere testen de hoogste sensitiviteit en specificiteit. De meest logische test volgorde is:
1. Achterste-schuiflade test
INLEIDING
De bekendste acute knieletsels zijn meniscusletsels en (voorste-) kruisbandrupturen. Bij een acuut knieletsel
kunnen meerdere structuren tegelijkertijd zijn aangedaan, namelijk:
- Voorste kruisband (VKB) - Posterolateraal complex (PLC)
- Achterste kruisband (AKB) - Meniscus
- Superficiale mediale collaterale ligament - Kraakbeen
(sMCL)
- Posteromediaal complex (PMC)
- Lateraal collaterale ligament (PMC)
Kniebandletsels worden ingedeeld volgens de gradering van het International Knee Documentation Committee
(IKDC)
Graad A VKB (Lachman), AKB (achterste schuiflade in 70 gr flexie); sMCL (mediale gewrichtsopening; 20
gr flexie + valgus) of LCL (laterale gewrichtsopening, 20 gr flexie + varus) 0 -2 mm;
posterolaterale hoek (exorotatie in 30 gr en 90 gr flexie, buikligging) < 5 gr
Graad B VKB, AKB, sMCL, of LCL 3-5 mm; posterolaterale hoek 6-10 gr
Graad C VKB, AKB, sMCL of LCL 6-10 mm; posterolaterale hoek 11-19 gr
Graad D VKB, AKB, sMCL of LCL > 10 mm; posterolaterale hoek > 20 gr
Kraakbeenletsels worden ingedeeld volgens het scoringssysteem van het International Cartilage Repair Society
(ICRS). Deze indeling maakt onderscheid tussen chondraal en osteochondraal letsel.
Graad I Oppervlakkige laesies, zachte deukjes of oppervlakkige groeven en scheuren
Graad 2 Laesies die zich uitbreiden tot 50% van de diepte van het kraakbeen
Graad 3 Laesies die zich uitbreiden tot 50% van de diepte van het kraakbeen, maar ook naar de
gecalcificeerde laag. Hiertoe behoren ook defecten onder een blaar van het kraakbeen.
Graad 4 Osteochondrale schade. Dit zijn laesie die zich uitbreiden tot net voorbij de subchondrale
botplaat of dieper in het trabeculaire bot.
DIAGNOSTISCH PROCES
Rode vlaggen: symptomen die wijzen op een fractuur, neurovasculaire schade/gecombineerde letsels, een
ruptuur van het extensiemechanisme, monoartritis, bloedingsstoornissen of tumoren.
- Fractuur: Ottawa Knee Rules om fractuur uit te sluiten. Bij een acuut knietrauma plus een van de 5
onderstaande kenmerken verwijzen naar de huisarts voor röntgenfoto
o 55 jaar of ouder
o Lokale drukpijn op het fibulakopje
o Geisoleerde drukpijn op de patella
o Niet in staat om de knie tot 90 graden te buigen
o Niet in staat om direct na het trauma of in de spreekkamer het been te belasten (vier passen
te lopen)
- Neurovasculaire schade: Schade van de n. peroneus communis en/of n. tibialis, al dan niet
gecombineerd met ruptuur van de a. tibiales posterior en/of de a. dorsalis pedis, knieluxatie
o Twee of meer grote bandletsels
o Huidindeuking, groeve ter hoogte van laterale of mediale gewrichtslijn
o Ecchymosis (bloeduitstorting in de huid)
o Duidelijk palpeerbare en zichtbare deformiteit
, - Ruptuur extensiemechanisme: Gedeeltelijke of volledige scheuring van de quadriceps- of
hamstringspees
o Onmogelijkheid om het aangedane been gestrekt op te tillen
o Palpabele delle (indeuking) in de quadriceps
o Verschil in hoogte van de twee patallae
- Monoartritis: ontsteking van het kniegewricht als gevolg van reumatische en niet-reumatische
aandoeningen (kristaldepositie of infectie)
o Koorts
o Gevoel van algehele malaise
o Zwelling van het gehele gewricht
o Roodheid van het gewricht
o Lokale warmte
o Vermindering van de mobiliteit van het gewricht
- Bloedingsstoornis: stoornis in het proces van bloedstolling door afwezigheid van stollingskenmerk
(hemofilie) of door medicatiegebruik (anticoagulantia)
o Plotselinge haemarthros zonder aanleiding
- Bot- of wekedelentumor: gezwel van bot of weke delen in de knieregio.
o Milde, wisselende pijn gedurende enkele weken
o Zwelling (palpeerbare massa) bij het uiteinde van de lange pijpbeenderen
o Zwelling van de weke delen
o Groei in een langer bestaande laesie/zwelling
o Een zwelling onder het niveau van de spierfascie
o Gezwel op plaats waar trauma niet heeft plaatsgevonden/op een ongebruikelijke plaats
o Patiënt heeft algemene klachten, palpabele lymfeklieren
Anamnese – Specifieke anamnestische vragen:
- Hoe was het ongevalsmechanisme?
- Wat waren de klachten tijdens het trauma en daarna?
- Is er zwelling ontstaan tijdens of na het trauma (en welke tijdsspanne hoort hierbij)?
- Was/is er een ‘giving-way’ gevoel aanwezig?
Was/is er een pijn (on)belast draaien van de knie?
- Waren/zijn er slotklachten?
- Hoe ging/gaat lopen?
- Hoe ging/gaat hurken?
- Waren/zijn er nachtelijke pijnen en/of startpijnen?
- Was/is er liespijn of waren/zijn er heupklachten?
Zwelling. Bij een acuut knieletsel zijn er 4 soorten zwellingen mogelijk: haemarthros, synovitis, hydrops en
oedeem. Alleen de mate van de hydrops kan worden opgespoord me de strijktest. De testuitslag van de
strijktest kan als volgt beschreven worden:
Normaal Geen hydrops
Mild letsel Lichte verplaatsing van vocht mogelijk (minder dan 25 cc)
Matig letsel Verplaatsing vocht gemakkelijk zichtbaar (25-60 cc)
Ernstig letsel Gespannen knie (> 60 cc)
Voorste kruisbandletsel. Kan worden gediagnosticeerd met de Lachman-test, de voorste-schuifladetest en de
Pivottest. De Lachmantest heeft de hoogste sensitiviteit en specificiteit.
Achterste kruisbandletsel. Voor het diagnosticeren van achterste-kruisbandletstel geeft de combinatie van
meerdere testen de hoogste sensitiviteit en specificiteit. De meest logische test volgorde is:
1. Achterste-schuiflade test