OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE &
PATHOLOGIE
CORONAIRE HARTZIEKTEN
Dudink, Pathologie voor Verpleegkundigen
HOOFDSTUK 6 - AANDOENINGEN VAN HET HART- & VAATSTELSEL
6.2 - VEEL VOORKOMENDE SYMPTOMEN
Symptoom Betekenis Toelichting
Ook wel hartkramp, een beklemmend of benauwd gevoel
Angia Pectoris Pijn op de borst
op de borst
Palpitaties Hartkloppingen Sneller voelen kloppen van het hart
Extrasystole Hartoverslag Een extra slag en daarna een korte pauze
Tachycardie Snelle hartslag > 100 slagen per minuut
Bradycardie Trage hartslag < 50 slagen per minuut
Souffle Hartruis Door klepaandoeningen of aangeboren hartafwijking
Hypertensie Hoge bloeddruk > 140 mmHg systole / > 90 mmHg diastole
Hypotensie Lage bloeddruk < 90 mmHg systole / < 60 mmHg diastole
Orthostatische Lage bloeddruk bij Bloeddruk daling van > 20 mmHg systolisch of 10 mmHg
hypotensie opstaan diastolische binnen 3 minuten na opstaan
Plotselinge daling van bloeddruk zorgt voor een tijdelijke
Syncope /
Flauwvallen / wegraken bewusteloosheid door een verminderde doorbloeding van
collaps
de hersenen
Pallor Bleekheid Door vasoconstrictie of anemie
Dyspneu Kortademigheid Gevoel van kortademigheid of benauwdheid
Dyspneu Kortademigheid bij Bij inspanning wordt er onvoldoende zuurstof naar de
d’effort inspanning weefsels gepompt
OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE & PATHOLOGIE 1
, Benauwdheid bij
Orthopneu Bij hartfalen door ophoping van vloeistof in de longen
platliggen of bukken
Vochtophoping in de Zwelling door opeenhoping van extracellulair vocht in de
Oedeem
weefsels weefsels
Gestuwde Ophoping van bloed in de venen als het bloed niet goed
Uitgezette halsaders
halsvenen teruggevoerd kan worden naar het hart door hartfalen
Door hartfalen treedt stuwing van bloedvaten op en zetten
Hepatomegalie Vergrote lever
bloedrijke organen uit.
Door hartfalen treedt stuwing van bloedvaten op en zetten
Splenomegalie Vergrote milt
bloedrijke organen uit.
6.3 - DIAGNOSTISCH ONDERZOEK
Lichamelijk onderzoek
De aandacht gaat vooral uit naar de huid (kleur en temperatuur), de halsvenen, pulsaties van de arteriën, onderzoek
van de hart en longen, de grootte van de lever en milt en eventuele oedemen.
Meten
Pols: door palpatie van de a. radialis (polsslagader) wordt de polsfrequentie gemeten, het ritme en de vulling
beoordeeld.
Bloeddruk: wordt gemeten met een handmatige of automatische bloeddrukmeter. Kan een moment opname zijn,
een 24-uursbloeddrukmeting of inter-arterieel gemeten.
Capillaire refill-tijd (CRT): een maat voor de doorbloeding van de huid en wordt gemeten door 5 seconden het bloed
uit de huid weg te drukken en na loslaten de seconden te tellen tot de huid weer volledig is bijgekleurd.
Enkel-armindex: de bloeddruk in de enkels wordt vergeleken met de bloeddruk in de bovenarm, bij verdenking op
vernauwing in de slagaders van de benen.
Laboratoriumonderzoek
De verhouding tussen LDL- en HDL-cholesterol noemen we de cholesterolratio. Dit is de beste voorspelling voor het
krijgen van hart- en vaatziekten.
Na een hartinfarct zijn er in het bloed markers van beschadiging van hartspierweefsel te vinden, ook wel de
hartenzymen genoemd.
De stijging van natriuretische peptiden is gerelateerd aan de vermindering van de pompfunctie.
Functie onderzoek
Elektrocardiografie (ECG): een registratie van de elektrische veranderingen in het hart tijdens de hartcyclus.
Holteronderzoek: hierbij draagt de patiënt een recorder waarbij gedurende een aantal uur een continue ECG-
registratie plaatsvindt.
Ergometrie is een spanningsonderzoek waarbij iemand gedurende inspanning gemonitord wordt, onder andere met
een ECG.
Looptest is om perifere arteriële vaatproblematiek in kaart te brengen. Hierbij wordt er gekeken hoe ver iemand
maximaal kan lopen, totdat hij of zij pijn krijgt als gevolg van vernauwingen in de beenslagaders. Voor en na een
looptest wordt ook de enkel-armindex gemeten.
Beeldvormend onderzoek
Röntgenonderzoek indien nodig met contrastvloeistof waardoor organen of vaten beter zichtbaar zijn.
X-thorax: de grootte van het hart ten opzichte van de omliggende organen kunnen in beeld worden gebracht.
CT-scan: dunne doorsnede van hart en de vaten worden bekeken.
OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE & PATHOLOGIE 2
, MRI-scan: de kleppen, hartspier en de grote slagaders in beeld worden gebracht met elektromagnetische straling.
Echografie: hierbij wordt gebruik gemaakt van ultrageluidgolven. Hiermee kunnen de vorm en de grootte van het
hart in beeld worden gebracht.
Duplexonderzoek (echografie gecombineerd met doppler): hiermee kan de snelheid en de richting van het bloed
worden gemeten.
Hartkatheterisatie: hierbij wordt een katheter ingebracht in de polsslagader/dijslagader en wordt opgevoerd tot in
het hart of de kransslagaders.
Coronaire angiografie (CAG): via de katheter wordt contrastvloeistof in de kransslagaders gespoten, hierdoor
worden de zichtbaar op een röntgenfoto.
Coronaire CT-angiogragie: met behulp van intraveneus contrastmindel worden de kransslagaders zichtbaar op
een CT.
Isotopenonderzoek: radioactieve deeltjes worden intraveneus toegediend. Met behulp van een speciale camera
worden opnames gemaakt en worden bepaalde dingen zichtbaar:
SPECT-scan: doorbloeding van de hartspier.
PET-scan: de stofwisseling van de hartfase.
MUGA-scan: de ejectiefractie.
6.4 - ARTERIËLE AANDOENINGEN
Afwijkingen aan de arteriën belemmeren de bloeddoorstroming en daarmee de aanvoer van zuurstof en
voedingsstoffen naar de weefsels, dit heet ischemie.
Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) heeft als doel het risico op ischemische hart- en vaatziekten te verminderen
bij bepaalde risico groepen. Dit wordt gemeten met het SCORE-systeem (Systematic COronary Risk Evaluation).
6.4.1 - ATHEROSCLEROSE
Atherosclerose is een aandoening van arteriën waarbij een vernauwing optreedt door
vetafzetting aan de binnenzijde (atheromateuze plaques). Tegerlijkertijd worden de
arteriewanden hard en onbuigzaam (sclerose).
Het treedt een geleidelijke beschadiging op van het gladde endotheel, waardoor
cholesterol en ontstekingscellen zich ophopen.
💡 Atherosclerose kan zich alleen vormen in de slagaders, dit komt door de hoge druk die in de slagaders
heerst.
Stadia van atherosclerose
1. Fatty streaks: lokale afzettingen van lipoproteïnen (vooral LDL-cholesterol) aan de binnenzijde van arteriën. Dit
veroorzaakt een ontstekingsproces in de vaatwand.
2. Atheromateuze plaques: verdikkingen aan de binnenkant van de vaatwand, bestaande uit een kern van onder
andere ontstekingscellen en vatten en bekleed met een dunne bindweefselkapsel.
3. De plaque wordt instabiel, het bindweefselkapsel wordt dunner en kan makkelijk scheren door lokale turbulentie
van de bloedstroom.
OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE & PATHOLOGIE 3
PATHOLOGIE
CORONAIRE HARTZIEKTEN
Dudink, Pathologie voor Verpleegkundigen
HOOFDSTUK 6 - AANDOENINGEN VAN HET HART- & VAATSTELSEL
6.2 - VEEL VOORKOMENDE SYMPTOMEN
Symptoom Betekenis Toelichting
Ook wel hartkramp, een beklemmend of benauwd gevoel
Angia Pectoris Pijn op de borst
op de borst
Palpitaties Hartkloppingen Sneller voelen kloppen van het hart
Extrasystole Hartoverslag Een extra slag en daarna een korte pauze
Tachycardie Snelle hartslag > 100 slagen per minuut
Bradycardie Trage hartslag < 50 slagen per minuut
Souffle Hartruis Door klepaandoeningen of aangeboren hartafwijking
Hypertensie Hoge bloeddruk > 140 mmHg systole / > 90 mmHg diastole
Hypotensie Lage bloeddruk < 90 mmHg systole / < 60 mmHg diastole
Orthostatische Lage bloeddruk bij Bloeddruk daling van > 20 mmHg systolisch of 10 mmHg
hypotensie opstaan diastolische binnen 3 minuten na opstaan
Plotselinge daling van bloeddruk zorgt voor een tijdelijke
Syncope /
Flauwvallen / wegraken bewusteloosheid door een verminderde doorbloeding van
collaps
de hersenen
Pallor Bleekheid Door vasoconstrictie of anemie
Dyspneu Kortademigheid Gevoel van kortademigheid of benauwdheid
Dyspneu Kortademigheid bij Bij inspanning wordt er onvoldoende zuurstof naar de
d’effort inspanning weefsels gepompt
OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE & PATHOLOGIE 1
, Benauwdheid bij
Orthopneu Bij hartfalen door ophoping van vloeistof in de longen
platliggen of bukken
Vochtophoping in de Zwelling door opeenhoping van extracellulair vocht in de
Oedeem
weefsels weefsels
Gestuwde Ophoping van bloed in de venen als het bloed niet goed
Uitgezette halsaders
halsvenen teruggevoerd kan worden naar het hart door hartfalen
Door hartfalen treedt stuwing van bloedvaten op en zetten
Hepatomegalie Vergrote lever
bloedrijke organen uit.
Door hartfalen treedt stuwing van bloedvaten op en zetten
Splenomegalie Vergrote milt
bloedrijke organen uit.
6.3 - DIAGNOSTISCH ONDERZOEK
Lichamelijk onderzoek
De aandacht gaat vooral uit naar de huid (kleur en temperatuur), de halsvenen, pulsaties van de arteriën, onderzoek
van de hart en longen, de grootte van de lever en milt en eventuele oedemen.
Meten
Pols: door palpatie van de a. radialis (polsslagader) wordt de polsfrequentie gemeten, het ritme en de vulling
beoordeeld.
Bloeddruk: wordt gemeten met een handmatige of automatische bloeddrukmeter. Kan een moment opname zijn,
een 24-uursbloeddrukmeting of inter-arterieel gemeten.
Capillaire refill-tijd (CRT): een maat voor de doorbloeding van de huid en wordt gemeten door 5 seconden het bloed
uit de huid weg te drukken en na loslaten de seconden te tellen tot de huid weer volledig is bijgekleurd.
Enkel-armindex: de bloeddruk in de enkels wordt vergeleken met de bloeddruk in de bovenarm, bij verdenking op
vernauwing in de slagaders van de benen.
Laboratoriumonderzoek
De verhouding tussen LDL- en HDL-cholesterol noemen we de cholesterolratio. Dit is de beste voorspelling voor het
krijgen van hart- en vaatziekten.
Na een hartinfarct zijn er in het bloed markers van beschadiging van hartspierweefsel te vinden, ook wel de
hartenzymen genoemd.
De stijging van natriuretische peptiden is gerelateerd aan de vermindering van de pompfunctie.
Functie onderzoek
Elektrocardiografie (ECG): een registratie van de elektrische veranderingen in het hart tijdens de hartcyclus.
Holteronderzoek: hierbij draagt de patiënt een recorder waarbij gedurende een aantal uur een continue ECG-
registratie plaatsvindt.
Ergometrie is een spanningsonderzoek waarbij iemand gedurende inspanning gemonitord wordt, onder andere met
een ECG.
Looptest is om perifere arteriële vaatproblematiek in kaart te brengen. Hierbij wordt er gekeken hoe ver iemand
maximaal kan lopen, totdat hij of zij pijn krijgt als gevolg van vernauwingen in de beenslagaders. Voor en na een
looptest wordt ook de enkel-armindex gemeten.
Beeldvormend onderzoek
Röntgenonderzoek indien nodig met contrastvloeistof waardoor organen of vaten beter zichtbaar zijn.
X-thorax: de grootte van het hart ten opzichte van de omliggende organen kunnen in beeld worden gebracht.
CT-scan: dunne doorsnede van hart en de vaten worden bekeken.
OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE & PATHOLOGIE 2
, MRI-scan: de kleppen, hartspier en de grote slagaders in beeld worden gebracht met elektromagnetische straling.
Echografie: hierbij wordt gebruik gemaakt van ultrageluidgolven. Hiermee kunnen de vorm en de grootte van het
hart in beeld worden gebracht.
Duplexonderzoek (echografie gecombineerd met doppler): hiermee kan de snelheid en de richting van het bloed
worden gemeten.
Hartkatheterisatie: hierbij wordt een katheter ingebracht in de polsslagader/dijslagader en wordt opgevoerd tot in
het hart of de kransslagaders.
Coronaire angiografie (CAG): via de katheter wordt contrastvloeistof in de kransslagaders gespoten, hierdoor
worden de zichtbaar op een röntgenfoto.
Coronaire CT-angiogragie: met behulp van intraveneus contrastmindel worden de kransslagaders zichtbaar op
een CT.
Isotopenonderzoek: radioactieve deeltjes worden intraveneus toegediend. Met behulp van een speciale camera
worden opnames gemaakt en worden bepaalde dingen zichtbaar:
SPECT-scan: doorbloeding van de hartspier.
PET-scan: de stofwisseling van de hartfase.
MUGA-scan: de ejectiefractie.
6.4 - ARTERIËLE AANDOENINGEN
Afwijkingen aan de arteriën belemmeren de bloeddoorstroming en daarmee de aanvoer van zuurstof en
voedingsstoffen naar de weefsels, dit heet ischemie.
Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) heeft als doel het risico op ischemische hart- en vaatziekten te verminderen
bij bepaalde risico groepen. Dit wordt gemeten met het SCORE-systeem (Systematic COronary Risk Evaluation).
6.4.1 - ATHEROSCLEROSE
Atherosclerose is een aandoening van arteriën waarbij een vernauwing optreedt door
vetafzetting aan de binnenzijde (atheromateuze plaques). Tegerlijkertijd worden de
arteriewanden hard en onbuigzaam (sclerose).
Het treedt een geleidelijke beschadiging op van het gladde endotheel, waardoor
cholesterol en ontstekingscellen zich ophopen.
💡 Atherosclerose kan zich alleen vormen in de slagaders, dit komt door de hoge druk die in de slagaders
heerst.
Stadia van atherosclerose
1. Fatty streaks: lokale afzettingen van lipoproteïnen (vooral LDL-cholesterol) aan de binnenzijde van arteriën. Dit
veroorzaakt een ontstekingsproces in de vaatwand.
2. Atheromateuze plaques: verdikkingen aan de binnenkant van de vaatwand, bestaande uit een kern van onder
andere ontstekingscellen en vatten en bekleed met een dunne bindweefselkapsel.
3. De plaque wordt instabiel, het bindweefselkapsel wordt dunner en kan makkelijk scheren door lokale turbulentie
van de bloedstroom.
OWE 2 - ANATOMIE, FYSIOLOGIE & PATHOLOGIE 3