College 1 – Hoofdstuk 1 & 6 + Muilkorf arrest
Wat valt er onder strafrecht?
Materieel strafrecht
= strafbare gedragingen en mogelijke straffen.
Strafprocesrecht
= de procedureregels voor het opsporingsonderzoek en het onderzoek bij de rechter.
(spelregels)
Penitentiair recht
= over de regels die gelden voor het tenuitvoerlegging van straffen. (hoe omgaan met
gevangenen)
Functies strafrecht
Vergelding
= je wilt iemand laten voelen dat hij het fout heeft gedaan, leed toevoegen, boeten,
straf voelen.
Preventie
- Speciaal = voorkomen dat een specifieke verdachte/dader nog een keer de fout in
gaat.
- Generaal = De maatschappij af schrikken om te doen wat de verdachte/dader deed,
voorkomen dat anderen ook de fout in gaan.
Vindplaats materieel strafrecht
Wetboek van… Strafrecht
Boek 1: algemene bepalingen
Boek 2: misdrijven
Boek 3: overtredingen
Bijzondere wetten o.a: Opiumwet, Wegenverkeerswet, Wet wapens en munitie.
Materieel legaliteitsbeginsel
= een gedraging is alleen strafbaar als het in de wet staat. (art. 1 Sr)
Alle strafbare feiten en straffen hoeven niet perse in een wet in formele zin te staan, omdat
materieel strafrecht ook in lagere regelgeving kan staan.
Subregels:
Lex scripta
= geschreven
Lex certa
= duidelijk
Verbod van terugwerkende kracht
= iets is alleen strafbaar als het VOOR het begaan van het strafbaar feit in de wet
staat als strafbaar.
Verbod van analogie
= formulering
, Vindplaats strafprocesrecht
Wetboek van… Strafvordering
Boek 1: algemene bepalingen
Boek 2: strafvordering in de eerste aanleg (procedure bij de rechtbank)
Boek 3: rechtsmiddelen (hoger beroep, cassatie (procedure hoge raad))
Boek 4: rechtspleging van bijzondere aard (bijv. bij minderjarige)
Boek 5: internationale en europese strafrechterlijke samenwerking
Boek 6: ten uitvoer legging en kosten
Verdragen o.a: EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), IVBPR
(Internationaal Verdrag voor Burgerrechten & Politieke Rechten).
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
= alle strafvorderlijke regels moeten een basis hebben in de wet. (art. 1 Sv)
Alle regels van strafprocesrecht moeten een basis hebben in een wet in formele zin, omdat
er sprake is van een beperking van de grondrechten (ingrijpend) en de hoogste wetgever
daarom zelf die regels wilt opstellen.
Partijen die een rol spelen in het strafproces
Verdachte (art. 27 e.v Sv)
Rechten: zie volgende college
Advocaat (art. 37 e.v Sv)
Taak: verdachte bijstaan, verdedigen, belangen behartigen.
Je hebt recht op een advocaat, maar het is geen plicht.
Slachtoffer (art. 51a e.v Sv)
Rechten o.a: slachtofferhulp (51aa, lid 2), informatie over zaak (51 ab), kennis van
processtukken (51b), bijstand en vertegenwoordiging (51c), spreekrecht (51e).
Benadeelde partij is slachtoffer wilt zijn schade verhalen op de verdachte/dader in de
strafprocedure.
Officier van Justitie (art. 148 e.v Sv & 132a Sv)
Taak: leiding geven aan opsporingsonderzoek, nemen van vervolgingsbeslissingen.
Vervolgingsmonopolie = exclusieve recht voor OM om te beslissen over vervolging.
Rechter
Kenmerken: onpartijding, onafhankelijk.
Absolute competentie = soort rechter waar je naar toe moet. (Kantonrechter =
overtredingen (art. 382 Sv), Politierechter = lichte misdrijven (art. 367 e.v Sv),
Meervoudige kamer = zware misdrijven (art. 268 e.v Sv))
Relatieve competentie = welke rechtbank in Nederland. (art. 2 Sv)
Plaats delict + woonplaats verdachte.
Opsporingsambtenaar/politie
Hulpofficier van justitie
Deskundige
Getuige
Tolk
Griffier = rechterhand van de rechtbank.
Bode = leidt partijen naar binnen in rechtbank.
Parketpolitie = politie in de rechtbank.
Cipier = gevangenisbewaarder.
Reclassering