Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Duidelijke uitgebreide samenvatting AFP periode 3

Rating
-
Sold
2
Pages
69
Uploaded on
12-02-2019
Written in
2017/2018

Een duidelijke uitgebreide samenvatting van AFP periode 3. Gebruikt voor het tentamen van KTF 3.

Institution
Course

Content preview

1. legt uit waaruit het spijsverteringsstelsel is opgebouwd en welke accessoire organen hierbij
betrokken zijn

Bouw van het spijsverteringsstelsel
 Mond

 Keelholte

o Dit is de grens tussen de mond en de slokdarm/luchtpijp. Het strotklepje . De
keelholte (pharynx) kan men indelen in de neus-keelholte (nasofarynx), de mond-
keelholte (orofarynx) en het strotenhoofd-keelholte (laryngofarynx) gedeelte. De
keelholte, de keelamandelen bevinden zich in de mond-keelholte.

 Slokdarm

o De slokdarm (oesophagus) is gelegen achter de luchtpijp. Het is een 25cm lange buis
die start in de keelholte en eindigt ter hoogte van de maag. De wand van de
slokdarm is opgebouwd uit verschillende lagen: het slijmvlies (mucosa), de
bindweefsellaag onder het slijmvlies (submucosa) en het gespierde wanddeel
(muscularis).

 Maag

o De maag kan ook worden onderverdeeld in verschillende delen: de cardia waar het
voedsel van de slokdarm kan binnenkomen in de maag,fundus,corpus) en de
maagporter de pylorus. Men geef de "bochten" die de maag vertoont ook een
specifeke naam: bovenste bocht (curvatura minor) en de onderste bocht: curvatura
major).

De maagwand bestaat uit drie lagen. Van buiten naar binnen zijn dat een dunne laag
steunweefsel die de maag als een vlies omgeef (de serosa), de spierwand en een
laag slijmvlies (de mucosa). De spierwand bestaat op zijn beurt uit drie spierlagen:
een buitenlaag van in de lengterichtng lopende spiervezels, een middellaag met
cirkelvormige spiervezels en een binnenlaag met schuin lopende spiervezels. De
spierwand helpt het verteerde voedsel naar de twaalfvingerige darm te drijven. Dit
wordt de peristaltek van de maag genoemd.

In de maagwand wordt het maagsap geproduceerd. Dat is een hoeveelheid van 2
liter per etmaal. Dat maagsap bestaat uit water, slijmen, zoutzuur en enzymen. Het
maagsap dient onder andere om bacteriën uit voedsel te doden, en om eiwiten op
te nemen.

 Dunne darm

o De dunne darm is misschien wel dun, maar daarom niet minder lang. Ze is in totaal 3
tot 6 meter lang en is in te delen in verschillende stukken waarvan we het eerste deel
de twaalfvingerige darm noemen. Aangezien hij zich dicht bij de maag bevindt, wordt
hij blootgesteld aan maagzuur. De twaalfvingerige darm wordt beschermd tegen de
werking van dit zuur door verscheidene mechanismen, waaronder de producte van
slijm. Wanneer de maag echter te veel zuur, of de twaalfvingerige darm te weinig
slijm produceert, kan het zuur de bekleding (slijmvlies) van de darm aantasten. Een
dergelijke beschadiging van de bekleding van de wand van de twaalfvingerige darm
wordt ulcus duodeni genoemd.

, De wand van de dunne darm is bedekt met slijmvlies. Net als bij de rest van de
dunne darm is het slijmvlies van de nuchtere darm cirkelvormig geplooid. Op de zo
gevormde plooitjes ziten minuscule uitstulpingen (darmvlokken of villi intestnales)
waardoor het oppervlak van dat kanaal wordt vergroot. Bij de dunne darm zijn de
slijmvliesplooien dikker, steken verder uit in het kanaal en ziten dichter op elkaar
dan bij de twaalfvingerige darm en de kronkeldarm. Tussen de darmvlokken in
bevinden zich putjes, die lieberkühncrypten worden genoemd. In deze putjes
monden verschillende klieren uit. Sommige van die klieren scheiden slijm of
bicarbonaten af, die de binnenbekleding van de darm beschermen. Andere klieren
scheiden lysozym af, een enzym dat bacteriegroei in het darmkanaal tegengaat.
Verder telt het slijmvlies van de dunne darm talrijke lymfeknopen, die deel uitmaken
van het lymfevaatstelsel. De meeste lymfeknopen bevinden zich in het laatste
gedeelte van de dunne darm.

 Dikke darm

o De dikke darm begint, waar de dunne darm eindigt en ligt als het ware rond de
dunne darm. In totaal is hij ongeveer 150cm lang. Men kan de darm onderdelen in
het stjgende (colon ascendens), neerliggende (colon transversum) en dalende (colon
descendens) stuk. Het laatste deel van de dikke darm eindigt dan in de anus. In de
dikke darm bevinden zich darmvlokken, een dik slijmvlies en verschillende
soorten/groepen bacteriën die men de "darmfora" noemt.

De spierlaag in de wand van de dikke darm (het colon) bevindt zich onder de
buitenbekleding (de tunica serosa). Deze spierlaag bestaat op zijn beurt weer uit een
buitenlaag van longitudinale (over de lengte lopende) spiervezels en een binnenlaag
van circulaire (rondlopende) spiervezels die de darm omsluiten. De buitenlaag van
longitudinale spiervezels vormt geen doorlopend geheel, maar bestaat uit drie
afzonderlijke, overlangse stroken (de taeniae coli). Elke strook is ongeveer twaalf
millimeter breed. Deze stroken zijn korter dan de andere lagen van de darmwand.
Als gevolg daarvan vertoont de dikke darm van binnen halvemaanvormige plooien
(plicae semilunares) en aan de buitenkant boogvormige uitpuilingen (haustra). Aan
het einde van de dikke darm, het stuk dat aan de endeldarm voorafgaat en colon
sigmoideum wordt genoemd, worden de longitudinale spiervezels schaarser. De
circulaire spiervezels vormen een dunne laag onder de longitudinale spiervezels.

Accessoire organen: hulporganen bij de spijsvertering waar de voedselbrij zelf niet doorheen gaat.
(Lever, galblaas, speekselklieren & alvleesklier)

Speekselklieren: Zorgen voor speeksel, waar enzymen in ziten, die zorgen voor afraak van voedsel.

Parots (speekselklier bij je oor): Is de belangrijkste, deze maakt enzymen die meehelpen met de
afraak van koolhydraten.

,8. De lever

Het voedsel dat in de dunne darmen in het bloed wordt opgenomen gaat via het bloed naar de lever.
Daar wordt het voedsel bewerkt voordat het naar de rest van het lichaam gaat. De lever heef heel
veel functes om het lichaam gezond te houden:
– de gal vormen die in de galblaas wordt opgeslagen
– het bloedsuikergehalte regelen: op peil houden van het glucosegehalte van het bloed
– omzeten van voedsel in energie
– omzeten van eiwiten in suikers (koolhydraten)
– opbouwen en afreken van eiwiten
– afreken van vetzuren
– opstapelen van vitaminen en tekorten ervan opvangen
– vormen van bloedstolling
– de wateruitscheiding reguleren
– vormen van bepaalde verteringsenzymen
– vormen van urinezuur
– regelen van de lichaamstemperatuur
– herstelstaton voor de bloedstroom
– opslaan van het bloed
– ontgifen en reinigen van het lichaam
– realiseren van het lichaamsevenwicht
– en nog veel meer

De lever heef dus een heel zware en zeer belangrijke taak. De lever staat in relate met de galblaas
en de alvleesklier (zie verder info bij de galblaas en de alvleesklier). De lever ontvangt het bloed uit
de maag, de darm, de milt, de alvleesklier en de nieren. Na verwerking in de lever stroomt het bloed
uit de lever en gaat verder naar de rest van het lichaam: cellen, spieren en organen.

9. De galblaas

De lever en de galblaas spelen een rol bij de vetstofwisseling. De lever maakt gal en de gal wordt
opgeslagen in de galblaas en blijf daar tot ze nodig is voor de dunne darm. Als het voedsel met vet
uit de maag in het duodenum komt (zie info bij het duodenum), wordt de gal uit de galblaas
uitgescheiden en komt in het duodenum. De gal helpt oliën en veten te verdunnen, af te breken en
te verteren.

10. De alvleesklier

De alvleesklier en de galblaas vormen samen het centrum van stofwisseling. Stofwisseling is het
omzeten van de voedselstofen naar stofen die in het lichaam nodig zijn. De alvleesklier heef twee
functes:
Functe 1:
Afscheiding van spijsverteringssappen aan de dunne darm (zie info bij het duodenum). Wanneer het
voedsel uit de maag in het duodenum komt, worden de spijsverteringssappen uit de afvleesklier
uitgescheiden in het duodenum. De sappen werken in op het voedsel voor verdere vertering van
koolhydraten, eiwiten en veten.
Functe 2:
Tegelijk worden er hormonen in de alvleesklier aangemaakt: insuline en glucagon. Deze hormonen
zorgen ervoor dat het bloedsuikergehalte in ons lichaam in evenwicht blijf. Als het voedsel met
koolhydraten of suikers gegeten wordt, wordt het bloedsuikergehalte in ons lichaam verhoogd. De
alvleesklier gaat dan meer insuline aanmaken. Insuline zorgt ervoor dat glucose via het bloed naar de

, lichaamscellen wordt gestuurd waar daar als brandstof wordt gebruikt die nodig is voor energie. Als
het bloedsuikergehalte laag is, gaat de alvleesklier minder insuline produceren. Glucagon is ook
betrokken bij het bloedsuikergehalte, maar op een minder duidelijke manier.

Pancreas=alvleesklier: heef verschillende functes; sappen afgeven aan het spijsverteringskanaal en
het aanmaken van insuline. Pancreas heef 2 soorten cellen; de cellen die in de eilandjes van
langerhans ziten heten endocriene cellen (1%), endocriene cellen maken insuline en glucagon (deze
hormonen regelen je bloedsuiker). Exocriene cellen (99%) (geven enzymen en sappen af aan “de
buitenkant”=binnenkant van het spijsverteringskanaal) In de wand van de duodenum zit een gaatje
(=Papil van Vater) waar de enzymen en sappen van de exocriene cellen (die in een afvoerbuisje
verzameld worden) doorheen kunnen.

Er loopt een buisje vanaf de galblaas naar de Papil van Vater, dus gal komt op dezelfde manier in het
duodenum.

Galblaas: Hier wordt overtollig gal opgeslagen.

Lever: Heef meer dan 200 functes!

 Vorming van gal  Opslag van; veten, aminozuren, mineralen en vitamines  Schadelijke stofen
onschadelijk maken  Regulering van de stofwisseling: Koolhydraten worden afgebroken tot o.a.
glucose, is er teveel glucose?  de lever zet glucose m.b.v. glucagon om in glycogeen. Zo heb je ook
nog de eiwitstofwisseling en de vetstofwisseling.  Hematologische regulering (bvb. Afreken van
oude erytrocyten  billirubine komt vrij en wordt met de gal uitgescheiden bij de ontl astng)

htps://www.studocu.com/nl-be/document/vrije-universiteit-brussel/algemene-menselijke-biologie-
en-fysiologie/samenvatngen/samenvatng-compleet-het-spijsverteringsstelsel/714833/view?
has_fashcards=1

htp://camerapil.com/patenten/spijsverteringsstelsel.htm

htps://natuurlijklichaam.wordpress.com/spijsvertering/

2. haalt spijsverteringsprocessen uit elkaar

Koolhydraatstofwisseling. In het voedsel dat je eet, ziten onder andere suikers. Deze suikers zijn
niet allemaal direct nodig. De suikers worden daarom naar je lever getransporteerd waar het
overschot opgeslagen wordt als glycogeen. Glycogeen kan tjdens inspanning (bijvoorbeeld tjdens
sporten) weer omgezet worden naar suikers.

Eiwitstofwisseling. Bij de vertering van je voedsel ontstaan aminozuren. Deze aminozuren worden
uit je darm in de bloedvaten opgenomen en getransporteerd naar de lever. De lever kan van deze
aminozuren nieuwe eiwiten maken. Deze eiwiten kunnen vervolgens weer door je lichaam gebruikt
worden.

Vetstofwisseling. Bij de vertering van je voedsel komen naast aminozuren ook vetzuren vrij. Je kunt
verzadigde of onverzadigde vetzuren hebben. De onverzadigde vetzuren kunnen weer gebruikt
worden in je stofwisseling of als brandstof. Je lever kan verzadigde vetzuren omzeten naar
onverzadigde vetzuren.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H16
Uploaded on
February 12, 2019
Number of pages
69
Written in
2017/2018
Type
SUMMARY

Subjects

$7.18
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
Floorlinssen
3.5
(2)

Get to know the seller

Seller avatar
Floorlinssen Fontys Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
8 year
Number of followers
7
Documents
3
Last sold
4 year ago

3.5

2 reviews

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions