Personen met autismespectrumstoornis
1. Geschiedenis
Henry Maudsley (°1835, UK)
Gevalstudies van psychotische kinderen
Oprichter van een hospitaal voor acute psychiatrische aandoeningen
Auteur van het boek ‘Pathology and Physiology of the Mind’ (1867)
Vandaag is psychose = geen contact meer hebben met werkelijkheid
Wat men ziet tijdens psychose is afhankelijk vd tijdsgeest
Leo Kanner (°1894, Oostenrijk-Hongarije)
John Hopkins Hospital: meest gerenommeerde universiteiten over heel de wereld
Belangrijke rol in het oprichten van de kinderpsychiatrie
Richt zicht op relatie kind en ouder (vooral moeder)
Introduceert term ‘infantiel autisme’
Kenmerken van ASS volgens Kanner
1. Autistische eenzelvigheid
2. Weerstand tegen verandering
3. Piekvaardigheden
Hans Asperger (°1906, Oostenrijk)
Houdt zich vooral bezig met jongeren
Introduceert term ‘autistische psychopathie’
Zeer slimme kinderen (kleine professoren)
Piek vaardigheden of splinter vaardigheden= goed scorend op een bepaald domein (vb. goed
zijn in wiskunde maar niet sociaal vaardigzijn)
Syndroom van Asperger wordt geïntroduceerd door Lorna Wing (nu wordt dit niet meer
gebruikt, valt allemaal over autisme)
Paul Eugen Bleuler (°1857, Zwitserland)
Pionier in de beschrijving van psychische aandoeningen (schizofrenie)
Auteur van het boek ‘Lehrbuch der Psychiatrie’ (1916)
Brengt term ‘autisme’ in wetenschap
Griekse woord ’autos’
het in zichzelf gekeerd zijn
1
, 2. Begrippenkader
2.1. Wat is ASS?
= ASS is een neurobiologische ontwikkeling
Grootschalige neurale netwerkstoornis
Sprake van onder- en overconnectiviteit tussen hersengebieden
Andere manier van informatieverwerking
Kenmerken beschreven in DSM-5
1. Beperkingen in sociaal-emotionele wederkerigheid, non-verbale communicatie en
ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
- Tekort aan sociaal-emotionele wederkerigheid
- Tekort aan non-verbaal communicatief gedrag
- Beperkingen in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
2. Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
- Stereotiepe gedragingen, bewegingen, gebruik van voorwerpen of gesproken taal
- Hardnekkig vasthouden aan routines en vaste patronen van gedrag
- Beperkte interesses of fixaties, waarop men zich abnormaal intens gefocust is
- Hyper- of hyporeactiviteit op zintuigelijke prikkels of ongewone interesse in zintuigelijke
aspecten van omgeving
Minstens 2/4 kenmerken volstaat
Kenmerken volgens DSM-5 (2014)
1. Symptomen moeten significante lijdensdruk veroorzaken of beperkingen opleveren in sociaal
leven
2. Symptomen moeten reeds aanwezig zijn in vroege ontwikkelingsperiode
3. Symptomen mogen niet verklaard worden door een VB of globale ontwikkelingsachterstand
2.2. Wijze van diagnosestelling
Classificerende diagnostische protocollen waarin voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in
de DSM5
1. Symptomen van 2 kerndomeinen?
2. Reeds aanwezig in de ontwikkelingsgeschiedenis?
3. Sprake van een lijdensdruk?
4. Niet te verklaren vanuit een verstandelijke beperking of globale ontwikkelingsachterstand?
2
1. Geschiedenis
Henry Maudsley (°1835, UK)
Gevalstudies van psychotische kinderen
Oprichter van een hospitaal voor acute psychiatrische aandoeningen
Auteur van het boek ‘Pathology and Physiology of the Mind’ (1867)
Vandaag is psychose = geen contact meer hebben met werkelijkheid
Wat men ziet tijdens psychose is afhankelijk vd tijdsgeest
Leo Kanner (°1894, Oostenrijk-Hongarije)
John Hopkins Hospital: meest gerenommeerde universiteiten over heel de wereld
Belangrijke rol in het oprichten van de kinderpsychiatrie
Richt zicht op relatie kind en ouder (vooral moeder)
Introduceert term ‘infantiel autisme’
Kenmerken van ASS volgens Kanner
1. Autistische eenzelvigheid
2. Weerstand tegen verandering
3. Piekvaardigheden
Hans Asperger (°1906, Oostenrijk)
Houdt zich vooral bezig met jongeren
Introduceert term ‘autistische psychopathie’
Zeer slimme kinderen (kleine professoren)
Piek vaardigheden of splinter vaardigheden= goed scorend op een bepaald domein (vb. goed
zijn in wiskunde maar niet sociaal vaardigzijn)
Syndroom van Asperger wordt geïntroduceerd door Lorna Wing (nu wordt dit niet meer
gebruikt, valt allemaal over autisme)
Paul Eugen Bleuler (°1857, Zwitserland)
Pionier in de beschrijving van psychische aandoeningen (schizofrenie)
Auteur van het boek ‘Lehrbuch der Psychiatrie’ (1916)
Brengt term ‘autisme’ in wetenschap
Griekse woord ’autos’
het in zichzelf gekeerd zijn
1
, 2. Begrippenkader
2.1. Wat is ASS?
= ASS is een neurobiologische ontwikkeling
Grootschalige neurale netwerkstoornis
Sprake van onder- en overconnectiviteit tussen hersengebieden
Andere manier van informatieverwerking
Kenmerken beschreven in DSM-5
1. Beperkingen in sociaal-emotionele wederkerigheid, non-verbale communicatie en
ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
- Tekort aan sociaal-emotionele wederkerigheid
- Tekort aan non-verbaal communicatief gedrag
- Beperkingen in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
2. Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
- Stereotiepe gedragingen, bewegingen, gebruik van voorwerpen of gesproken taal
- Hardnekkig vasthouden aan routines en vaste patronen van gedrag
- Beperkte interesses of fixaties, waarop men zich abnormaal intens gefocust is
- Hyper- of hyporeactiviteit op zintuigelijke prikkels of ongewone interesse in zintuigelijke
aspecten van omgeving
Minstens 2/4 kenmerken volstaat
Kenmerken volgens DSM-5 (2014)
1. Symptomen moeten significante lijdensdruk veroorzaken of beperkingen opleveren in sociaal
leven
2. Symptomen moeten reeds aanwezig zijn in vroege ontwikkelingsperiode
3. Symptomen mogen niet verklaard worden door een VB of globale ontwikkelingsachterstand
2.2. Wijze van diagnosestelling
Classificerende diagnostische protocollen waarin voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in
de DSM5
1. Symptomen van 2 kerndomeinen?
2. Reeds aanwezig in de ontwikkelingsgeschiedenis?
3. Sprake van een lijdensdruk?
4. Niet te verklaren vanuit een verstandelijke beperking of globale ontwikkelingsachterstand?
2