BBG 2 – WEEK 1
BREIN – RADICULAIR SYNDROOM.....................................................................................2
BEWEGING – ARTRITIS & RA..............................................................................................8
GEDRAG – PTSS................................................................................................................. 12
,BREIN – RADICULAIR SYNDROOM
Leerdoelen
1. Anatomie; L1 tot S1 dermatomen
BBG 2 – Week 1 Page 2 of 17
, Het ruggenmerg blijft in vergelijking met de wervelkolom achter in groei, waardoor het
ruggenmerg maar tot aan L1 loopt. Onder L1 lopen er alleen nog sensibele en motorische
spinale zenuwwortels, die als geheel de cauda equina vormen.
Radiculair syndroom
Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS) = uitstralende pijn in één bil of been, al dan niet
met prikkelingsverschijnselen (paresthesieën) en neurologische uitvalsverschijnselen
(hypesthesie/hypalgesie, parese, verlaagde reflexen) die suggestief is voor een aandoening
van een specifieke lumbosacrale zenuwwortel.
Cauda-equinasyndroom = (uni/bilaterale) motorische of sensibele uitval (rijbroek
anesthesie) al dan niet in combinatie met hevige radiculaire pijn, urineretentie, incontinentie
voor urine en/of feces als gevolg van compressie van meerdere sacrale zenuwwortels.
Pathofysiologie
LRS wordt meestal veroorzaakt door compressie van een zenuwwortel door een
discushernia (uitpuiling tussenwervelschijf in wervelkanaal als gevolg van daling van
vochtgehalte en elasticiteit/degeneratie van de discus; HNP). In de meeste gevallen gaat het
om disci van niveau L4-L5 (zenuwwortel L5 gecomprimeerd) en L5-S1 (zenuwwortel S1
gecomprimeerd) (elk 45%). Dit wordt ook wel ischialgie genoemd. Incidentie HNP = 2,3
(man)/1,4 (vrouw)/jaar.
Klinisch beeld
BBG 2 – Week 1 Page 3 of 17
BREIN – RADICULAIR SYNDROOM.....................................................................................2
BEWEGING – ARTRITIS & RA..............................................................................................8
GEDRAG – PTSS................................................................................................................. 12
,BREIN – RADICULAIR SYNDROOM
Leerdoelen
1. Anatomie; L1 tot S1 dermatomen
BBG 2 – Week 1 Page 2 of 17
, Het ruggenmerg blijft in vergelijking met de wervelkolom achter in groei, waardoor het
ruggenmerg maar tot aan L1 loopt. Onder L1 lopen er alleen nog sensibele en motorische
spinale zenuwwortels, die als geheel de cauda equina vormen.
Radiculair syndroom
Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS) = uitstralende pijn in één bil of been, al dan niet
met prikkelingsverschijnselen (paresthesieën) en neurologische uitvalsverschijnselen
(hypesthesie/hypalgesie, parese, verlaagde reflexen) die suggestief is voor een aandoening
van een specifieke lumbosacrale zenuwwortel.
Cauda-equinasyndroom = (uni/bilaterale) motorische of sensibele uitval (rijbroek
anesthesie) al dan niet in combinatie met hevige radiculaire pijn, urineretentie, incontinentie
voor urine en/of feces als gevolg van compressie van meerdere sacrale zenuwwortels.
Pathofysiologie
LRS wordt meestal veroorzaakt door compressie van een zenuwwortel door een
discushernia (uitpuiling tussenwervelschijf in wervelkanaal als gevolg van daling van
vochtgehalte en elasticiteit/degeneratie van de discus; HNP). In de meeste gevallen gaat het
om disci van niveau L4-L5 (zenuwwortel L5 gecomprimeerd) en L5-S1 (zenuwwortel S1
gecomprimeerd) (elk 45%). Dit wordt ook wel ischialgie genoemd. Incidentie HNP = 2,3
(man)/1,4 (vrouw)/jaar.
Klinisch beeld
BBG 2 – Week 1 Page 3 of 17