Blok 2.4
GESCHIEDENIS VAN OPVOEDING EN
ONDERWIJS
Erasmus Universiteit Rotterdam
,Samenvatting
Probleem 1
VAN NATURE GOED OF VAN NATURE SLECHT?
Probleem 2
DE MYTHE VAN HET EUROPESE GEZIN?
Probleem 3
DENK NIET ZWART, DENK NIET WIT
Probleem 4
WIE HEEFT DE BROEK AAN?!
Probleem 5
DE GEBOORTE VAN DE KLAS
Probleem 6
VAN WIE IS DE SCHOOL?
Probleem 7
HET NIEUWE LEREN
Probleem 8
DE EEUW VAN HET KIND
,Probleem 1
VAN NATURE GOED OF VAN NATURE SLECHT?
Literatuur
1. Vijf eeuwen opvoeden in Nederland: H1, H2 Bakker, Noordman, Rietveld-van
Wingeren
2. Grote pedagogen in klein bestek: blz 291-294 + 303-306 Kroon & Levering
(2016)
3. De creatie van het mondige kind blz 40-63 Weijers (2011)
4. Artikel Baggerman & Dekker (2005) blz 61-95 (niet gelezen)
Leerdoel 1: Wat houden de stromingen in?
HUMANISME
15/16 E EEUW
Een onderdeel van de renaissance: brede culturele vernieuwingsbeweging.
Deze stroming verbreidde zich in de loop van de 16e eeuw over heel Europa. De Renaissance
kunstenaar verheerlijkte de menselijke natuur, vooral haar natuurlijke schoonheid. De mens
was geniaal, de ontwikkeling van de mens stond centraal. De renaissance was een brede
culturele vernieuwingsbeweging. Het 15e en 16e eeuwse Humanisme maakte daar deel van
uit.
Humanisten haalden hun aanknopingspunten over opvoeding en onderwijs van de Grieken
(Paideia): de doelbewuste vorming van een kind naar een algemeen ideaal van evenwicht en
harmonie. Men herleefde het klassieke ideaal van paideia
Humanisme = interculturele stroming op wijsgerig (filosofisch) en literair gebied.
= fundament van de moderne culturele traditie
De mens begrijp de wereld om zich heen en kan ernaar handelen.
De filosofische antropologie reflecteert over de mens op zich; wat het wezen van de
mens is. Zij vraagt dus naar wat de mens net tot mens maakt, en waaruit de menselijke
natuur bestaat
Botst met de rooms-katholieke kerk, maar niet tot een breuk gekomen.
Opvoeden en ontwikkeling
Staat centraal in humanistisch denken voornamelijk kritisch denken.
De mens in het beginsel mondig mensen kunnen kritiek leveren op verschijnselen.
Mensen waren vrij in alles (ook geloof) = vrijheidsprincipe van humanisten.
Hun opvoedingsideaal de vorming van ‘Uomo universale’ de universele mens. Een
ideaal van brede, algemene geleerdheid/ belezenheid naar het voorbeeld van Griekse
opvoeding. Brede algemene vorming (voorbeeld Grieken)
Meer systamitisch over scholing gedacht rekening houden met
leertempo/moeilijkheid
, Straffen (lichamelijk) was tegen hun visie Men moest terug naar het voorbeeld van de
Grieken, werken op het eergevoel van de leerlingen
Onderwijs
Veel nadruk op leren. Ze wilden dat de mens in de eerste plaats verheffen door de studie van
de humaniora (geesteswetenschappen). Goed en precies leren denken kon volgens opvattingen
het best gebeuren via het analyseren van een moeilijke klassieke tekst.
Studie der klassieken (16e eeuw)
In Bijbelstudies teruggaan naar de oorspronkelijke tekst
Grondslag voor klassieke filologie: de wetenschappelijke studie van letteren uit
de oudheid (Grieks, latijn).
In Bijbelse teksten werd door humanisten teruggegaan naar de oorspronkelijke bron,
er werd bestudeerd wat er werkelijk stond.
Waren christen maar voelde zich verplicht aan het erfgoed van de Romeinse en
Griekse cultuur (probeerde wel binnen christelijke denkkaders te blijven)
Veel nadruk op leren Studie van humanoria: Benaming voor de studie van
klassieke talen (Latijn en Grieks) en klassieke literatuur. Humaniora betekent in het
Latijn 'menselijker', de humaniora is dus letterlijk de studie die iemand tot mens
vormt.
Ook wel de geesteswetenschap: zijn wetenschappen, die zich bezighouden
met de "geestesproducten" van de mens: talen, zowel de linguïstiek als de
studie van elke taal, geschiedenis, filosofie, muziekwetenschap,
cultuurwetenschappen, kunstgeschiedenis, en theologie.
Geesteswetenschappen komen grotendeels overeen met de alfa- en
cultuurwetenschappen.
Rond 1420 werd het volledige werk van Quintilianus (romein) herontdekt en kort daarop nog
enkele belangrijke klassieke teksten over opvoeding = impuls voor de humanistische
pedagogiek.
Er werd meer systematisch over onderwijs nagedacht; men begon meer rekening te
houden met wat makkelijk en wat moeilijk voor kinderen leek
Er werden voor kinderen geschikte stukken uit de klassieke literatuur verzameld en er
kwam aandacht voor het tempo bij het leren
Straffen op school werden weinig gewaardeerd en humanisten hadden al helemaal
weinig met lichamelijke straffen men moest naar het voorbeeld van de Grieken
kijken: werken op eergevoel van de leerlingen
Vooral een theorie van de elite.
EMPIRISME EN RELATIONISME
Deze stromingen zijn voor de ontwikkeling van de pedagogiek van grote betekenis geweest.
In beide stromingen stond de vraag naar het ontstaan en de aard van de menselijke kennis
centraal De kennis mag het geloof niet tegen spreken.
Empirisme: mens staat centraal, kennis verwerf je door ervaringen op te doen
(wetenschap door generalisatie van veelvuldige waarnemingen) zintuigelijke
waarneming