chemie thema 2 hf 3: krachten en stofeigenschappen
verschil tussen intra- en intermoleculaire krachten
intramoleculaire krachten
- krachten die werkzaam zijn tussen de atomen in een molecule
- chemische bindingskrachten
- houden de atomen in de molecule vast
- bepalen chemische eigenschappen
intermoleculaire krachten ( vanderwaalskrachten)
- krachten die werkzaam zijn tussen moleculen
- deze krachten ontstaan door zwakke elektrostatische aantrekkingen tussen een
positief geladen deel van de ene molecule en een negatief geladen deel van een
andere molecule
- bepalen fysische eigenschappen
intermoleculaire krachten en andere elektrische krachten
London-dispersiekrachten
- intermoleculaire krachten die kortstondig ontstaan tussen 2 moleculen door kleine
tijdelijke dipolen ten gevolge van de voortdurende beweging van de elektronen in de
molecule
- tussen apolaire verbindingen
de london-dispersiekrachten worden groter naarmate:
- de moleculen groter zijn
- moleculen elkaar beter kunnen benaderen
- de molecuul meer elektronen bevatten
dipoolkrachten
, - intermoleculaire krachten die optreden tussen polaire moleculen
- in polaire moleculen ontstaan aantrekkingskrachten tussen tegengestelde lading
centra van moleculen met permanente dipolen
De dipoolkrachten worden groter naarmate de polariteit van de molecule groter is.
de polariteit in een molecule wordt groter naarmate:
- er een groter verschil is in ENW
- de atomen een grotere atoomstraal hebben
waterstofbruggen
- intermoleculaire krachten die optreden tussen moleculen waarin 1 H-atoom
gebonden is aan een N-, O- of F-atoom
- er ontstaat een sterke dipoolkracht tussen het partieel positief geladen H-atoom van
de ene molecule en het partieel negatief geladen N-, O- of F-atoom van de andere
molecule
het grote verschil in kookpunt heeft te maken met de verschillende intermoleculaire krachten
die werkzaam zijn
- bij waterstofsulfide zijn er dipoolkrachten ( kookpunt -60 °C)
- bij water zijn er sterke waterstofbruggen ( kookpunt 100 °C)
ion-dipoolkrachten
- sterke aantrekkingskrachten tussen ionen en dipoolmoleculen
- het zijn geen intermoleculaire krachten, maar wel elektrische krachten omdat de
ladingen een rol spelen in de grootte van de kracht
- een ion-dipoolkracht treedt op wanneer een stof opgebouwd uit ionbindingen oplost
in water
wanneer natriumchloride (NaCl) oplost in water, dissocieert de stof in Na+- en Cl- ionen
- de positieve Na+ -ionen trekken de partieel negatieve lading op het zuurstofatoom
van water aan
- de negatieve Cl- ionen trekken de partieel positieve lading op het waterstofatoom
aan
verschil tussen intra- en intermoleculaire krachten
intramoleculaire krachten
- krachten die werkzaam zijn tussen de atomen in een molecule
- chemische bindingskrachten
- houden de atomen in de molecule vast
- bepalen chemische eigenschappen
intermoleculaire krachten ( vanderwaalskrachten)
- krachten die werkzaam zijn tussen moleculen
- deze krachten ontstaan door zwakke elektrostatische aantrekkingen tussen een
positief geladen deel van de ene molecule en een negatief geladen deel van een
andere molecule
- bepalen fysische eigenschappen
intermoleculaire krachten en andere elektrische krachten
London-dispersiekrachten
- intermoleculaire krachten die kortstondig ontstaan tussen 2 moleculen door kleine
tijdelijke dipolen ten gevolge van de voortdurende beweging van de elektronen in de
molecule
- tussen apolaire verbindingen
de london-dispersiekrachten worden groter naarmate:
- de moleculen groter zijn
- moleculen elkaar beter kunnen benaderen
- de molecuul meer elektronen bevatten
dipoolkrachten
, - intermoleculaire krachten die optreden tussen polaire moleculen
- in polaire moleculen ontstaan aantrekkingskrachten tussen tegengestelde lading
centra van moleculen met permanente dipolen
De dipoolkrachten worden groter naarmate de polariteit van de molecule groter is.
de polariteit in een molecule wordt groter naarmate:
- er een groter verschil is in ENW
- de atomen een grotere atoomstraal hebben
waterstofbruggen
- intermoleculaire krachten die optreden tussen moleculen waarin 1 H-atoom
gebonden is aan een N-, O- of F-atoom
- er ontstaat een sterke dipoolkracht tussen het partieel positief geladen H-atoom van
de ene molecule en het partieel negatief geladen N-, O- of F-atoom van de andere
molecule
het grote verschil in kookpunt heeft te maken met de verschillende intermoleculaire krachten
die werkzaam zijn
- bij waterstofsulfide zijn er dipoolkrachten ( kookpunt -60 °C)
- bij water zijn er sterke waterstofbruggen ( kookpunt 100 °C)
ion-dipoolkrachten
- sterke aantrekkingskrachten tussen ionen en dipoolmoleculen
- het zijn geen intermoleculaire krachten, maar wel elektrische krachten omdat de
ladingen een rol spelen in de grootte van de kracht
- een ion-dipoolkracht treedt op wanneer een stof opgebouwd uit ionbindingen oplost
in water
wanneer natriumchloride (NaCl) oplost in water, dissocieert de stof in Na+- en Cl- ionen
- de positieve Na+ -ionen trekken de partieel negatieve lading op het zuurstofatoom
van water aan
- de negatieve Cl- ionen trekken de partieel positieve lading op het waterstofatoom
aan