Leerdoelen MDL
Inhoudsopgave
1. HC 1 Mond, keel en slokdarm
Je kan voedingsproblemen die voorkomen bij aandoeningen in de mond, keel of slokdarm herkennen.
Je kan beredeneren welke (voedings-)interventes noodzakelijk zijn bij aandoeningen in de mond, keel of
slokdarm.
Je kan de indicates voor voeding met een aangepaste consistente benoemen.
Je kan de indicates voor sondevoeding benoemen.
Je kan een preoperatef voedingsbeleid opstellen, voedingsadvies geven en uitvoeren.
2. HC 2 Voeding bij aandoeningen in de maag
Je kan de functes van de maag benoemen.
Je kan de onderdelen van maagsap en hun invloed op de voeding benoemen.
Je kan de maagziekten die zich kunnen voordoen benoemen.
Je kan beredeneren welke (voedings-)interventes noodzakelijk zijn bij aandoeningen in de mond, keel of
slokdarm.
3. HC 3 Voeding bij aandoeningen in de dunne darm
Je weet in welke delen van het maagdarmkanaal de vertering start en met welke verteringsenzymen.
Je herkent voedingsproblemen in de dunne darm.
Je benoemt de klachten en de gevolgen die dit voor de voedingsinname en de vertering heef.
Je past evidence based voedingsinterventes toe bij ziekte in de dunne darm en je geef praktsche
voedingsadviezen bij ziekte in de dunne darm.
4. HC 4 Voeding bij resectes van de dunne darm
Je benoemt welke voedingsproblemen ontstaan na resectes van delen van de dunne darm
Je beredeneert welke (voedings-)interventes noodzakelijk zijn na resectes van (delen van) de dunne
darm.
Je legt uit wat ‘Short Bowel’ is.
Je pas voedingsinterventes toe bij resectes, diverse stoma’s en het Short Bowel Syndroom en geef
praktsch advies.
5. HC 5 Voeding bij aandoeningen in de dikke darm
Je kan de anatomie van de dikke darm beschrijven.
Je kan de functes van de dikke darm bescrhijven
Je kan beredeneren welke problemen ontstaan bij ziekte of resectes van de dikke darm.
Je kan beschrijven welke stoma’s aangelegd kunnen worden.
Je kan voedingsadviezen geven bij aandoeningen en resectes van delen van de darm.
Je kan voedingsadviezen geven bij colonstoma en ileostoma.
6. HC 6 Voeding bij leverziekten
Je kan de anatomie van de lever beschrijven
Je kan de functes van de lever benoemen
Je kan beredeneren welke problemen ontstaan bij leverziekten.
Je kan voedingsadviezen geven bij diverse leverproblematek.
7. HC 7 Voeding bij aandoeningen in de pancreas
Je kan de voeding gerelateerde symptomen die voorkomen bij acute en chronische pancreatts
beschrijven.
Je kan voedingsadviezen geven bij milde en ernstge pancreatts.
Je kan voedingsadviezen geven bij chronische pancreatts.
1
, Je kan uitleggen wanneer er oraal, enteraal of parenteraal kan worden gevoed bij pancreatts en je kan
uitleggen of aangepaste of voor verteerde nutriënten noodzakelijk zijn bij pancreatts.
Je kan uitleggen of glutamine, probiotca en vitaminesupplementen nodig zijn bij pancreatts.
2
, HC 1 Mond, keel en slokdarm
Je kan voedingsproblemen die voorkomen bij
aandoeningen in de mond, keel of slokdarm herkennen.
Aandoeningen in de mond
Aften/pijn Blaasjes in onze mond ontstaan doordat het weefsel dat ons mondoppervlak beschermt, schade
slijmvliezen oploopt (door verwonding/het gebruik van bepaalde drugs of medicijnen/een infecteziektee.
Aften zijn een speciale categorie van blaasjes die regelmatg terugkomen.
Xerostomie Xerostomie is een droge mond als gevolg van een verminderde speekselproducte. De
speekselproducte kan per persoon erg wisselend zijn, maar gemiddeld produceert iemand
1-1,5L speeksel/dag. Een tekort aan speeksel geeft naast klachten als een droge mond ook
problemen met spreken, slikken/eten, een verminderde smaak, een branderig/pijnlijk gevoel in
de mond, een toename van de viscositeit van het speeksel en een slechte adem.
Mucosits Orale mucosits is een veelvoorkomende complicate bij patinten met chemo- of radiotherapie.
Bij orale mucosits ontstaat er een ontstekingsreacte in de mond door chemo- of radiotherapie,
waardoor geïrriteerde en/of kapote mondslijmvliezen ontstaan.
Patinten met orale mucosits klagen vaak over een brandend gevoel en toegenomen
gevoeligheid voor gekruid en pitg eten. Daarnaast treden er ook functonele veranderingen op:
slikken en kauwen gaat moeilijker. Klachten bij orale mucosits zijn: taai/dik slijm,
smaakveranderingen, smaakverlies en makkelijk bloedend tandvlees.
Stomatts Stomatts is een algemene ontsteking van de mondslijmvliezen. Er is onderscheid te maken
tussen twee soorten stomatts: in de vorm van aften of in de vorm van koortsblaasjes.
Tandheelkundige Onder tandheelkundige aandoeningen vallen aften, cariis (gaatjese, kies-/tandpijn, een slechte
aandoeningen adem, tandenknarsen, randvleesontsteking (gingivitse en terugtrekkend tandvlees.
Smaakveranderinge Vanaf cc. Het 65e levensjaar zal het smaak- en reukvermogen hoe dan ook minder worden, maar
n er zijn ook andere oorzaken van smaakveranderingen, zoals: infectes, darmziekten,
chemo-/radiotherapie, een tumor, de ziekte van Parkinson, Alzheimer, refuu, een herseninfarct,
etc.
Slijmvorming Taai slijm in de mond kan voorkomen na bestraling in het hoofdhalsgebied. Wanneer de grote
speekselklieren zijn meebestraald, zijn ze beschadigd door de beschadiging, waardoor ze taai
slijm produceren dat moeilijk weggeslikt kan worden. Dit taaie slijm wordt bijna nooit
veroorzaakt door voeding. Wanneer het slijm moeilijk weggeslikt kan worden, kan men het
beste het slijm met iets van een tssue uit de mond gehaald worden.
Candida Een candida-infecte van de mond wordt ook wel een mondschimmel genoemd. Candida is een
gistkiem die schimmel veroorzaakt. Een candida-infecte van de mond kan herkend worden een
wite stppen die zich in de mond ontwikkelen. Deze plekken in de mond kunnen rood en pijnlijk
worden.
Overig Spierzwakte en kaakproblemen.
Aandoeningen in de keel
Slijmvorming Keelslijm kan samengaan met een branderig/prikkend gevoel in de keel dat maar niet weg lijkt
te gaan. Men gaat de keel schrapen, kuchen en hoesten om dat vervelende slijm (dat als een
brok aanvoelte toch maar weg te werken. Doorgaans verdwijnen de symptomen van keelslijm
wanneer de onderliggende oorzaak (zoals verkoudheid/griepe verdwijnt.
Mucosits Chemo- en radiotherapie kunnen mucosits veroorzaken. Hierbij kunnen er zweren in de mond
en keel vormen. Deze zweren kunnen het moeilijk maken om te praten, eten, drinken of slikken.
3
Inhoudsopgave
1. HC 1 Mond, keel en slokdarm
Je kan voedingsproblemen die voorkomen bij aandoeningen in de mond, keel of slokdarm herkennen.
Je kan beredeneren welke (voedings-)interventes noodzakelijk zijn bij aandoeningen in de mond, keel of
slokdarm.
Je kan de indicates voor voeding met een aangepaste consistente benoemen.
Je kan de indicates voor sondevoeding benoemen.
Je kan een preoperatef voedingsbeleid opstellen, voedingsadvies geven en uitvoeren.
2. HC 2 Voeding bij aandoeningen in de maag
Je kan de functes van de maag benoemen.
Je kan de onderdelen van maagsap en hun invloed op de voeding benoemen.
Je kan de maagziekten die zich kunnen voordoen benoemen.
Je kan beredeneren welke (voedings-)interventes noodzakelijk zijn bij aandoeningen in de mond, keel of
slokdarm.
3. HC 3 Voeding bij aandoeningen in de dunne darm
Je weet in welke delen van het maagdarmkanaal de vertering start en met welke verteringsenzymen.
Je herkent voedingsproblemen in de dunne darm.
Je benoemt de klachten en de gevolgen die dit voor de voedingsinname en de vertering heef.
Je past evidence based voedingsinterventes toe bij ziekte in de dunne darm en je geef praktsche
voedingsadviezen bij ziekte in de dunne darm.
4. HC 4 Voeding bij resectes van de dunne darm
Je benoemt welke voedingsproblemen ontstaan na resectes van delen van de dunne darm
Je beredeneert welke (voedings-)interventes noodzakelijk zijn na resectes van (delen van) de dunne
darm.
Je legt uit wat ‘Short Bowel’ is.
Je pas voedingsinterventes toe bij resectes, diverse stoma’s en het Short Bowel Syndroom en geef
praktsch advies.
5. HC 5 Voeding bij aandoeningen in de dikke darm
Je kan de anatomie van de dikke darm beschrijven.
Je kan de functes van de dikke darm bescrhijven
Je kan beredeneren welke problemen ontstaan bij ziekte of resectes van de dikke darm.
Je kan beschrijven welke stoma’s aangelegd kunnen worden.
Je kan voedingsadviezen geven bij aandoeningen en resectes van delen van de darm.
Je kan voedingsadviezen geven bij colonstoma en ileostoma.
6. HC 6 Voeding bij leverziekten
Je kan de anatomie van de lever beschrijven
Je kan de functes van de lever benoemen
Je kan beredeneren welke problemen ontstaan bij leverziekten.
Je kan voedingsadviezen geven bij diverse leverproblematek.
7. HC 7 Voeding bij aandoeningen in de pancreas
Je kan de voeding gerelateerde symptomen die voorkomen bij acute en chronische pancreatts
beschrijven.
Je kan voedingsadviezen geven bij milde en ernstge pancreatts.
Je kan voedingsadviezen geven bij chronische pancreatts.
1
, Je kan uitleggen wanneer er oraal, enteraal of parenteraal kan worden gevoed bij pancreatts en je kan
uitleggen of aangepaste of voor verteerde nutriënten noodzakelijk zijn bij pancreatts.
Je kan uitleggen of glutamine, probiotca en vitaminesupplementen nodig zijn bij pancreatts.
2
, HC 1 Mond, keel en slokdarm
Je kan voedingsproblemen die voorkomen bij
aandoeningen in de mond, keel of slokdarm herkennen.
Aandoeningen in de mond
Aften/pijn Blaasjes in onze mond ontstaan doordat het weefsel dat ons mondoppervlak beschermt, schade
slijmvliezen oploopt (door verwonding/het gebruik van bepaalde drugs of medicijnen/een infecteziektee.
Aften zijn een speciale categorie van blaasjes die regelmatg terugkomen.
Xerostomie Xerostomie is een droge mond als gevolg van een verminderde speekselproducte. De
speekselproducte kan per persoon erg wisselend zijn, maar gemiddeld produceert iemand
1-1,5L speeksel/dag. Een tekort aan speeksel geeft naast klachten als een droge mond ook
problemen met spreken, slikken/eten, een verminderde smaak, een branderig/pijnlijk gevoel in
de mond, een toename van de viscositeit van het speeksel en een slechte adem.
Mucosits Orale mucosits is een veelvoorkomende complicate bij patinten met chemo- of radiotherapie.
Bij orale mucosits ontstaat er een ontstekingsreacte in de mond door chemo- of radiotherapie,
waardoor geïrriteerde en/of kapote mondslijmvliezen ontstaan.
Patinten met orale mucosits klagen vaak over een brandend gevoel en toegenomen
gevoeligheid voor gekruid en pitg eten. Daarnaast treden er ook functonele veranderingen op:
slikken en kauwen gaat moeilijker. Klachten bij orale mucosits zijn: taai/dik slijm,
smaakveranderingen, smaakverlies en makkelijk bloedend tandvlees.
Stomatts Stomatts is een algemene ontsteking van de mondslijmvliezen. Er is onderscheid te maken
tussen twee soorten stomatts: in de vorm van aften of in de vorm van koortsblaasjes.
Tandheelkundige Onder tandheelkundige aandoeningen vallen aften, cariis (gaatjese, kies-/tandpijn, een slechte
aandoeningen adem, tandenknarsen, randvleesontsteking (gingivitse en terugtrekkend tandvlees.
Smaakveranderinge Vanaf cc. Het 65e levensjaar zal het smaak- en reukvermogen hoe dan ook minder worden, maar
n er zijn ook andere oorzaken van smaakveranderingen, zoals: infectes, darmziekten,
chemo-/radiotherapie, een tumor, de ziekte van Parkinson, Alzheimer, refuu, een herseninfarct,
etc.
Slijmvorming Taai slijm in de mond kan voorkomen na bestraling in het hoofdhalsgebied. Wanneer de grote
speekselklieren zijn meebestraald, zijn ze beschadigd door de beschadiging, waardoor ze taai
slijm produceren dat moeilijk weggeslikt kan worden. Dit taaie slijm wordt bijna nooit
veroorzaakt door voeding. Wanneer het slijm moeilijk weggeslikt kan worden, kan men het
beste het slijm met iets van een tssue uit de mond gehaald worden.
Candida Een candida-infecte van de mond wordt ook wel een mondschimmel genoemd. Candida is een
gistkiem die schimmel veroorzaakt. Een candida-infecte van de mond kan herkend worden een
wite stppen die zich in de mond ontwikkelen. Deze plekken in de mond kunnen rood en pijnlijk
worden.
Overig Spierzwakte en kaakproblemen.
Aandoeningen in de keel
Slijmvorming Keelslijm kan samengaan met een branderig/prikkend gevoel in de keel dat maar niet weg lijkt
te gaan. Men gaat de keel schrapen, kuchen en hoesten om dat vervelende slijm (dat als een
brok aanvoelte toch maar weg te werken. Doorgaans verdwijnen de symptomen van keelslijm
wanneer de onderliggende oorzaak (zoals verkoudheid/griepe verdwijnt.
Mucosits Chemo- en radiotherapie kunnen mucosits veroorzaken. Hierbij kunnen er zweren in de mond
en keel vormen. Deze zweren kunnen het moeilijk maken om te praten, eten, drinken of slikken.
3