Behaviorisme Humanistische psychologiie Coginitieve psychologiie
Uitgangspunten Uitgangspunten Uitgangspunten
1. Objectiviteit staat centraal. Waarneembaar gedrag. 1. Subjectiviteit staat centraal. Eigen ervaring. 1. Blackbox (= hersenproces) staat centraal.
2. Leerprocessen staan centraal. 2. Bewustzijn staat centraal. 2. Informatieverwerking staat centraal.
3. Contnuuïteit tussen gedrag van mens en dier. 3. Proces en groei = levensontwikkeling. 3. Willen begrijpen hoe gedrag ontstaat.
4. Men komt blanco op de wereld (= tabula rasa). 4. De mens is zelf verantwoordelijk voor zijn leven. 4. De mens is actef, createf en stuurt zelf gedrag aan.
5. Reductie (= complex gedrag versimpelen). 5. De mens is een totaliteit, één geheel. 5. Verschil tussen mens en dier: mens heef taal.
6. Gericht op het heden. 6. Kinderen verschillen van volwassenen.
7. Doel: een persoon bevrijden van belemmeringen.
Mensbeeld: mechanistsche visie. Mensbeeld: optmistsch, rol van het individu. Mensbeeld: mensen zijn informateverwerkers.
Laagste niveau: bij alle organismen Maslow: behoefehiirarchie Maatschappelijke ontwikkelingen
Gewenningsleren: habituatie / sensitisatie Er kwam een omslag van behaviorisme naar cogniteve
psychologie door:
Middelniveau: bij zoogdieren - Communicateprocessen na WOII
Associateleren: klassiek / operant conditioneren - Uitvinding van de computer
- Watson: S-R-koppelingen (klassiek) - Ontstaan van de taalkunde (linguïstiek)
- Skinner/Pavlov: S-R-C-model (operant)
- SORC-model wordt later gevormd Er is geen eenduidige theorie.
- Blackbox zit tussen de S-R Er bestaan verschillende
opvatngen.
Hoogste niveau: bij mensen
Cognitef/symbolisch leren: model- / sociaal-leren
Gedrag van een ander waarnemen, bv patint Cogniteve processen
- Doelbewust gestuurd en
Rogers: onvoorwaardelijke positeve gezindheid, gecontroleerd.
echtheid en empathie - Automatisch verlopend.
- Non-directeve periode Waarnemen kunnen we niets, interpretate is alles.
- Client-centered
- Person-centered Geheugen
Sensorisch, KTG en LTG.
Interne dialoog: interacte tussen denken en voelen. - Semantisch: opslag van algemene kennis.
Externe dialoog: interacte met anderen (handelen). - Episodisch: opslag van autobiografsche kennis.
Uitgangspunten Uitgangspunten Uitgangspunten
1. Objectiviteit staat centraal. Waarneembaar gedrag. 1. Subjectiviteit staat centraal. Eigen ervaring. 1. Blackbox (= hersenproces) staat centraal.
2. Leerprocessen staan centraal. 2. Bewustzijn staat centraal. 2. Informatieverwerking staat centraal.
3. Contnuuïteit tussen gedrag van mens en dier. 3. Proces en groei = levensontwikkeling. 3. Willen begrijpen hoe gedrag ontstaat.
4. Men komt blanco op de wereld (= tabula rasa). 4. De mens is zelf verantwoordelijk voor zijn leven. 4. De mens is actef, createf en stuurt zelf gedrag aan.
5. Reductie (= complex gedrag versimpelen). 5. De mens is een totaliteit, één geheel. 5. Verschil tussen mens en dier: mens heef taal.
6. Gericht op het heden. 6. Kinderen verschillen van volwassenen.
7. Doel: een persoon bevrijden van belemmeringen.
Mensbeeld: mechanistsche visie. Mensbeeld: optmistsch, rol van het individu. Mensbeeld: mensen zijn informateverwerkers.
Laagste niveau: bij alle organismen Maslow: behoefehiirarchie Maatschappelijke ontwikkelingen
Gewenningsleren: habituatie / sensitisatie Er kwam een omslag van behaviorisme naar cogniteve
psychologie door:
Middelniveau: bij zoogdieren - Communicateprocessen na WOII
Associateleren: klassiek / operant conditioneren - Uitvinding van de computer
- Watson: S-R-koppelingen (klassiek) - Ontstaan van de taalkunde (linguïstiek)
- Skinner/Pavlov: S-R-C-model (operant)
- SORC-model wordt later gevormd Er is geen eenduidige theorie.
- Blackbox zit tussen de S-R Er bestaan verschillende
opvatngen.
Hoogste niveau: bij mensen
Cognitef/symbolisch leren: model- / sociaal-leren
Gedrag van een ander waarnemen, bv patint Cogniteve processen
- Doelbewust gestuurd en
Rogers: onvoorwaardelijke positeve gezindheid, gecontroleerd.
echtheid en empathie - Automatisch verlopend.
- Non-directeve periode Waarnemen kunnen we niets, interpretate is alles.
- Client-centered
- Person-centered Geheugen
Sensorisch, KTG en LTG.
Interne dialoog: interacte tussen denken en voelen. - Semantisch: opslag van algemene kennis.
Externe dialoog: interacte met anderen (handelen). - Episodisch: opslag van autobiografsche kennis.