Samenvatting Tentamen Opvoedingsontwikkeling
Cafalocaudaal: van hoofd tot staart. De ontwikkeling verloopt van de hersenen naar binnen in.
Vervolgens kan je die ontwikkeling aan de buitenkant herkennen.
Proximodistaal: van centraal naar extremiteiten. Eerst het centrale zenuwstelsel en vervolgens
de extrimiteiten (ledematen van het kind).
Erik Erikson:
0-1 jaar vertrouwen- wantrouwen
Autonomie-schaamte 1-3 jaar
Initiatief-schuldgevoel 4-6 jaar
Nijverheid-minderwaardigheid 6-12 jaar
Piagets fase: COGNITIEVE ONTWIKKELING MENS:
1. Sensorische- motorische fase:
- Zien/horen/proeven/voelen. Simpele reflexen eerst. Bewust van eigen lichaam.
Realisatie van het object permanentie. Je weet dat iets er nog steeds is.
- Proeven/ruiken en ontdekken. Leren zitten/staan etc. Fysieke mogelijkheden.
Egocentrisch: Wereld zien vanuit jezelf
2. Pre – operationele fase
- Veel symbolen en fantasie. Woorden en afbeeldingen zijn symbolen voor iets anders.
Veel spelen met fantasie. Veel vragen en nieuwsgierig. Intuïtieve tijdperk, we hebben
veel kennis. Nog steeds ego-centrisch denken
3. Concrete operationele fase (7-11)
- Logica, concrete dingen als objecten sorteren. Inductief redeneren, behoud. Twee glazen
blijft toch evenveel. 3 plus 5 is 8 dus 8 min 5 is 3. Etc. Acties terugdraaien door
tegenovergestelde. Mentale vermogens in gesprekken. Unieke gedachtes. Verplaatsen in
de ander.
4. Formele operationele fase (12+)
- Rationele denken over gebeurtenissen. Abstracte begrippen als succes en falen. Eigen
identiteit belangrijk. Waarom gedragen mensen zich zo. Deductief denken. Denken over
denken. Plannen. Filosoferen. Identiteit kan zorgen voor egocentrische gedachten.
Laatste fase cognitieve ontwikkeling.
Erik Erikson: Psychosociale ontwikkeling:
1. 0-1 jaar vertrouwen- wantrouwen
- Is de wereld te vertrouwen? Als we nu mensen kunnen vertrouwen in de toekomst ook.
Twijfel en vertrouwen. Onze moeder belangrijk
2. Autonomie-schaamte 1-3 jaar (3-4)
- Onszelf ontdekken, zelfvertrouwen of zelftwijfel. Schaamte. Beide ouders belangrijk
3. Initiatief-schuldgevoel 4-6 jaar
- Nieuwe dingen leren op school. Kan ik doen wat ik doe. Als we worden aangemoedigd of
niet: schuldgevoelen. Leren van de hele familie.
4. Nijverheid-minderwaardigheid 6-12 jaar
- Eigen interesses, anders dan anderen. Laten zien dat wij goede dingen kunnen. Erkenning
van leraren kan helpen. Negatieve feedback kan minderwaardigheid. Buren en scholen
vooral invloed.
Cafalocaudaal: van hoofd tot staart. De ontwikkeling verloopt van de hersenen naar binnen in.
Vervolgens kan je die ontwikkeling aan de buitenkant herkennen.
Proximodistaal: van centraal naar extremiteiten. Eerst het centrale zenuwstelsel en vervolgens
de extrimiteiten (ledematen van het kind).
Erik Erikson:
0-1 jaar vertrouwen- wantrouwen
Autonomie-schaamte 1-3 jaar
Initiatief-schuldgevoel 4-6 jaar
Nijverheid-minderwaardigheid 6-12 jaar
Piagets fase: COGNITIEVE ONTWIKKELING MENS:
1. Sensorische- motorische fase:
- Zien/horen/proeven/voelen. Simpele reflexen eerst. Bewust van eigen lichaam.
Realisatie van het object permanentie. Je weet dat iets er nog steeds is.
- Proeven/ruiken en ontdekken. Leren zitten/staan etc. Fysieke mogelijkheden.
Egocentrisch: Wereld zien vanuit jezelf
2. Pre – operationele fase
- Veel symbolen en fantasie. Woorden en afbeeldingen zijn symbolen voor iets anders.
Veel spelen met fantasie. Veel vragen en nieuwsgierig. Intuïtieve tijdperk, we hebben
veel kennis. Nog steeds ego-centrisch denken
3. Concrete operationele fase (7-11)
- Logica, concrete dingen als objecten sorteren. Inductief redeneren, behoud. Twee glazen
blijft toch evenveel. 3 plus 5 is 8 dus 8 min 5 is 3. Etc. Acties terugdraaien door
tegenovergestelde. Mentale vermogens in gesprekken. Unieke gedachtes. Verplaatsen in
de ander.
4. Formele operationele fase (12+)
- Rationele denken over gebeurtenissen. Abstracte begrippen als succes en falen. Eigen
identiteit belangrijk. Waarom gedragen mensen zich zo. Deductief denken. Denken over
denken. Plannen. Filosoferen. Identiteit kan zorgen voor egocentrische gedachten.
Laatste fase cognitieve ontwikkeling.
Erik Erikson: Psychosociale ontwikkeling:
1. 0-1 jaar vertrouwen- wantrouwen
- Is de wereld te vertrouwen? Als we nu mensen kunnen vertrouwen in de toekomst ook.
Twijfel en vertrouwen. Onze moeder belangrijk
2. Autonomie-schaamte 1-3 jaar (3-4)
- Onszelf ontdekken, zelfvertrouwen of zelftwijfel. Schaamte. Beide ouders belangrijk
3. Initiatief-schuldgevoel 4-6 jaar
- Nieuwe dingen leren op school. Kan ik doen wat ik doe. Als we worden aangemoedigd of
niet: schuldgevoelen. Leren van de hele familie.
4. Nijverheid-minderwaardigheid 6-12 jaar
- Eigen interesses, anders dan anderen. Laten zien dat wij goede dingen kunnen. Erkenning
van leraren kan helpen. Negatieve feedback kan minderwaardigheid. Buren en scholen
vooral invloed.