College 1 blok 2.8 – onderwijswetenschappen
Onderwijswetenschappen op verschillende niveaus:
Macro-niveau algemene zin; welke wetten zijn er voor het onderwijs (zoals
passend onderwijs)
Meso-niveau wat doen schoolorganisaties zelf om het onderwijs zo optimaal
mogelijk in te richten? (bijv. scholen in Rotterdam met meertalige studenten, opstellen
van schoolregels (bijv. we spreken nederlands op deze school)
Micro-niveau (!) kijken naar de klas (bijv. hoe kan de docent de klas zo optimaal
mogelijk motiveren om zich goed voor te bereiden op de toets)
Nano-niveau (!) in het hoofd van de leerling/lerende (hoe kan je de optimale
processen zo optimaal mogelijk laten verlopen, welke processen spelen een rol bij
lezen)
DIT BLOK: micro en nano niveau
BEHAVIORISME: leren is een observeerbare gedragsverandering als gevolg van een
reactie van de leerling op gebeurtenissen in zijn/haar omgeving
De leerling zelf is een black box
Bekrachtiging is een belangrijk mechanisme (zowel negatief (straffen) als positief
(belonen))
o Positieve bekrachtiging
Sticker
Iets negatiefs weghalen (vanmiddag buitenspelen i.p.v. rekenen)
o Negatieve bekrachtiging
Iets plezierigs weghalen
Extra opdracht
Hierbij horen:
Pavlov klassiek conditioneren, aanleren van gedrag (hond die kwijlt bij bel en eten
hond kwijt bij bel)
Skinner operant conditioneren, met belonen en straffen (muis trekt aan hendeltje
en krijgt eten)
o Skinners ideeën:
Informatie in kleine stapjes aanbieden, in een reeks die tot gewenst
gedrag leidt. Elke keer een stapje en dan positieve bekrachtiging. De
foutieve gedragingen moeten niet bekrachtigd worden
Taakanalyse maken: waaruit bestaat de taak en hoe deel je
deze op in deeltjes
Leerstof op bepaalde manier programmeren, hoe biedt je de
stof aan (met expliciete leerdoelen en in een natuurlijke
volgorde)
Het kind moet leren in een eigen tempo, zodat de kans op
fouten verkleind wordt
In beide gevallen (klassiek en operant) wordt de omgeving gemanipuleerd (bij de eerste de
stimulus, bij de tweede is er bekrachtiging)
Kritiek op het behaviorisme:
Rol van de docent is beperkt in het leerproces
Te individualistische benadering
Geen aandacht voor cognitieve processen (wat speelt zich in het hoofd af)
,COGNITIVISME: leren is het aanbrengen van stabiele veranderingen in de informatie of
kennisstructuur van het geheugen
Focus op de interne mentale processen
Uitgangspunt zijn informatieverwerkingsmodellen
Er is een stimulus en een respons, cognitivisme kijkt naar wat daar tussen
plaatsvindt.
Zintuiglijke waarneming waarneming tijdelijke opslag in het werkgeheugen (zo
kan je het manipuleren; later verbinden aan informatie in het LTG en zo opslaan
(=leren) je kan ook informatie ophalen uit het LTG (=ophalen) om het te gebruiken
permanente opslag
o Dit wordt allemaal aangestuurd door controleprocessen. Hierbij is
metacognitie belangrijk: het detecteren dat je iets niet begrijpt en actie
ondernemen om te zorgen dat je het wel begrijpt.
o Werkgeheugen heeft beperkte capaciteit en LTG onbeperkt
Daarom is het belangrijk om de te leren kennis duidelijk te
organiseren, om het werkgeheugen niet te overbelasten
(=consequentie onderwijs)
Bijvoorbeeld: concept map, non-linguïstische representaties
Kritiek op het cognitivisme:
o Veel over cognitieve ontwikkeling, niks over sociale ontwikkeling en morele
ontwikkeling etc.
o Te sterkt voorgestructureerd
o Teveel nadruk op individuele leerprocessen: te veel gericht op wat er in het
hoofd van 1 persoon gebeurt, te weinig over het denken met zijn allen
, CONSTRUCTIVISME: leren doe je niet alleen, maar hier gebruik je je omgeving voor.
Kennis opbouwen is een actief, productief proces, waarvoor de
verantwoordelijkheid bij de leerling zelf ligt
De uitkomst van het leerproces is hoogst individueel: leren is een persoonlijke
interpretatie van nieuwe informatie die wordt beïnvloed door voorkennis en
persoonlijke kenmerken
Toch kunnen we altijd het leren ook met anderen communiceren:
samenwerkend leren. Dit gaat wel uit van de individuele voorkennis
Zelfsturing en motivatie zijn bepalend voor het leerproces
Hierbij hoort:
Piaget: kinderen leren in interactie met hun omgeving. De lerende is hierbij degene
die dit proces aanstuurt (actief verantwoordelijkheidsgevoel)
o Bij eerste puntje hierboven
Vygotsky: grenzen opzoeken van wat je kan en niet kan, met hulp van je omgeving
Algemeen:
Definitie van leren: leren is een constructief, cumulatief, gesitueerd, coöperatief en
individueel verschillend proces van kennisverwerving, ….
Constructief: de leerling is degene die actief betekenis geeft aan informatie, hij kiest
wat hij zelf belangrijk vindt en kiest wat hij zelf belangrijk vindt (niet het er in gieten
van informatie) individueel verschillend
o Consequentie van het onderwijs: niet alleen het delen/overdragen van kennis,
maar eerder het ondersteunen van het actieve leerproces van de leerling. De
leerlingen moeten zelf naar hun kennis op zoek gaan, bijvoorbeeld met de
computer.
Cumulatief: het bouwt voort op bestaande kennisstructuren. Je gebruikt dus je
voorkennis. De voorkennis verschilt per leerling
o Consequentie voor het onderwijs: werken met betekenisvolle leercontexten
waarin leerstof aangeboden kan worden
Gesitueerd: context is heel belangrijk bij leren, leren vindt altijd plaats in een
bepaalde context, met normen en waarden, cultuur en gewoontes. In het
constructivisme wordt hier rekening mee gehouden. Je moet kennis toepassen
o Consequentie voor het onderwijs: werken met authentieke leeromgevingen
(dus niet rijtjes uit het hoofd leren).
Coöperatief: belang van de sociale interactie komt voortuit het idee van situated
cognition + communities of practice (met een meer ervaren iemand of mede
studenten). Samenwerken versterkt het leerproces doordat kennisrepresentaties
worden uitgesproken. Uitleggen aan anderen is een effectieve leerstategie
Stukje gemist
Onderwijswetenschappen op verschillende niveaus:
Macro-niveau algemene zin; welke wetten zijn er voor het onderwijs (zoals
passend onderwijs)
Meso-niveau wat doen schoolorganisaties zelf om het onderwijs zo optimaal
mogelijk in te richten? (bijv. scholen in Rotterdam met meertalige studenten, opstellen
van schoolregels (bijv. we spreken nederlands op deze school)
Micro-niveau (!) kijken naar de klas (bijv. hoe kan de docent de klas zo optimaal
mogelijk motiveren om zich goed voor te bereiden op de toets)
Nano-niveau (!) in het hoofd van de leerling/lerende (hoe kan je de optimale
processen zo optimaal mogelijk laten verlopen, welke processen spelen een rol bij
lezen)
DIT BLOK: micro en nano niveau
BEHAVIORISME: leren is een observeerbare gedragsverandering als gevolg van een
reactie van de leerling op gebeurtenissen in zijn/haar omgeving
De leerling zelf is een black box
Bekrachtiging is een belangrijk mechanisme (zowel negatief (straffen) als positief
(belonen))
o Positieve bekrachtiging
Sticker
Iets negatiefs weghalen (vanmiddag buitenspelen i.p.v. rekenen)
o Negatieve bekrachtiging
Iets plezierigs weghalen
Extra opdracht
Hierbij horen:
Pavlov klassiek conditioneren, aanleren van gedrag (hond die kwijlt bij bel en eten
hond kwijt bij bel)
Skinner operant conditioneren, met belonen en straffen (muis trekt aan hendeltje
en krijgt eten)
o Skinners ideeën:
Informatie in kleine stapjes aanbieden, in een reeks die tot gewenst
gedrag leidt. Elke keer een stapje en dan positieve bekrachtiging. De
foutieve gedragingen moeten niet bekrachtigd worden
Taakanalyse maken: waaruit bestaat de taak en hoe deel je
deze op in deeltjes
Leerstof op bepaalde manier programmeren, hoe biedt je de
stof aan (met expliciete leerdoelen en in een natuurlijke
volgorde)
Het kind moet leren in een eigen tempo, zodat de kans op
fouten verkleind wordt
In beide gevallen (klassiek en operant) wordt de omgeving gemanipuleerd (bij de eerste de
stimulus, bij de tweede is er bekrachtiging)
Kritiek op het behaviorisme:
Rol van de docent is beperkt in het leerproces
Te individualistische benadering
Geen aandacht voor cognitieve processen (wat speelt zich in het hoofd af)
,COGNITIVISME: leren is het aanbrengen van stabiele veranderingen in de informatie of
kennisstructuur van het geheugen
Focus op de interne mentale processen
Uitgangspunt zijn informatieverwerkingsmodellen
Er is een stimulus en een respons, cognitivisme kijkt naar wat daar tussen
plaatsvindt.
Zintuiglijke waarneming waarneming tijdelijke opslag in het werkgeheugen (zo
kan je het manipuleren; later verbinden aan informatie in het LTG en zo opslaan
(=leren) je kan ook informatie ophalen uit het LTG (=ophalen) om het te gebruiken
permanente opslag
o Dit wordt allemaal aangestuurd door controleprocessen. Hierbij is
metacognitie belangrijk: het detecteren dat je iets niet begrijpt en actie
ondernemen om te zorgen dat je het wel begrijpt.
o Werkgeheugen heeft beperkte capaciteit en LTG onbeperkt
Daarom is het belangrijk om de te leren kennis duidelijk te
organiseren, om het werkgeheugen niet te overbelasten
(=consequentie onderwijs)
Bijvoorbeeld: concept map, non-linguïstische representaties
Kritiek op het cognitivisme:
o Veel over cognitieve ontwikkeling, niks over sociale ontwikkeling en morele
ontwikkeling etc.
o Te sterkt voorgestructureerd
o Teveel nadruk op individuele leerprocessen: te veel gericht op wat er in het
hoofd van 1 persoon gebeurt, te weinig over het denken met zijn allen
, CONSTRUCTIVISME: leren doe je niet alleen, maar hier gebruik je je omgeving voor.
Kennis opbouwen is een actief, productief proces, waarvoor de
verantwoordelijkheid bij de leerling zelf ligt
De uitkomst van het leerproces is hoogst individueel: leren is een persoonlijke
interpretatie van nieuwe informatie die wordt beïnvloed door voorkennis en
persoonlijke kenmerken
Toch kunnen we altijd het leren ook met anderen communiceren:
samenwerkend leren. Dit gaat wel uit van de individuele voorkennis
Zelfsturing en motivatie zijn bepalend voor het leerproces
Hierbij hoort:
Piaget: kinderen leren in interactie met hun omgeving. De lerende is hierbij degene
die dit proces aanstuurt (actief verantwoordelijkheidsgevoel)
o Bij eerste puntje hierboven
Vygotsky: grenzen opzoeken van wat je kan en niet kan, met hulp van je omgeving
Algemeen:
Definitie van leren: leren is een constructief, cumulatief, gesitueerd, coöperatief en
individueel verschillend proces van kennisverwerving, ….
Constructief: de leerling is degene die actief betekenis geeft aan informatie, hij kiest
wat hij zelf belangrijk vindt en kiest wat hij zelf belangrijk vindt (niet het er in gieten
van informatie) individueel verschillend
o Consequentie van het onderwijs: niet alleen het delen/overdragen van kennis,
maar eerder het ondersteunen van het actieve leerproces van de leerling. De
leerlingen moeten zelf naar hun kennis op zoek gaan, bijvoorbeeld met de
computer.
Cumulatief: het bouwt voort op bestaande kennisstructuren. Je gebruikt dus je
voorkennis. De voorkennis verschilt per leerling
o Consequentie voor het onderwijs: werken met betekenisvolle leercontexten
waarin leerstof aangeboden kan worden
Gesitueerd: context is heel belangrijk bij leren, leren vindt altijd plaats in een
bepaalde context, met normen en waarden, cultuur en gewoontes. In het
constructivisme wordt hier rekening mee gehouden. Je moet kennis toepassen
o Consequentie voor het onderwijs: werken met authentieke leeromgevingen
(dus niet rijtjes uit het hoofd leren).
Coöperatief: belang van de sociale interactie komt voortuit het idee van situated
cognition + communities of practice (met een meer ervaren iemand of mede
studenten). Samenwerken versterkt het leerproces doordat kennisrepresentaties
worden uitgesproken. Uitleggen aan anderen is een effectieve leerstategie
Stukje gemist