Samenvatting H.9 Zenuwstelsel
Zenuwweefsel
Het zenuwweefsel treffen we aan in de hersenen en het ruggenmerg en
het heeft vele uitlopers (zenuwen) door het gehele lichaam. Het
zenuwweefsel bestaat uit twee soorten cellen: zenuwcellen (neuronen)
en steuncellen (neurogliacellen).
Zenuwcellen
De zenuwcellen (neuronen) worden gekenmerkt door een cellichaam
met sterk vertakte uitlopers. Hierdoor zijn zenuwcellen in staat om
prikkels (impulsen) over bepaalde afstanden in het lichaam voort te
geleiden. De zenuwcellen vormen een samenhangend netwerk van
verbindingen tussen de weefsels waar prikkels worden opgevangen en
de weefsels waar prikkels uiteindelijk tot een reactie leiden.
Een zenuw is een verzameling (kabel) van een groot aantal neurieten
buiten het centrale zenuwstelsel en is omgeven door een
bindweefselmantel. Wanneer we de hersenen en het ruggenmerg
opensnijden, zien we licht gekleurde gebieden: witte stof en donkere
gebieden: grijze stof.
De witte stof wordt gevormd door neurieten met de mergscheden, terwijl
de grijze stof bestaat uit cellichamen en hun dendrieten. In de hersenen
ligt de grijze stof aan de buitenkant en de witte stof daarbinnen. In het
ruggenmerg is dit precies andersom.
We kunnen – naar hun functie – drie soorten zenuwcellen
onderscheiden:
- sensorische neuronen (gevoelszenuwcellen); deze voeren de
impulsen vanuit de zintuigen, de huid en de slijmvliezen naar de
hersenen. Sensorische neuronen worden ook wel sensibele
neuronen genoemd
- motorische neuronen (bewegingszenuwcellen) brengen de
opdrachten vanuit de hersenen naar spieren en klieren
- schakelneuronen (schakelzenuwcellen) brengen binnen hersenen
en - ruggenmerg impulsen over van het ene neuron op het andere.
, Steuncellen
Naast de zojuist beschreven zenuwcellen bestaat het zenuwweefsel ook
uit steuncellen (neurogliacellen). Deze bevinden zich tussen de
zenuwcellen. Zij zorgen voor steun en voeding van de zenuwcellen. Ook
spelen zij een rol bij de bescherming van zenuwcellen tegen schadelijke
invloeden.
Anatomische indeling
Bij de anatomische indeling wordt een onderscheid gemaakt tussen het
centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. et centraal bedoelen
we hier de onderdelen van het zenuwstelsel die gelegen zijn binnen de
schedel en in de wervelkolom, namelijk de hersenen en het ruggenmerg.
Perifeer wil zeggen: gelegen buiten het centrum, verspreid tot in de
uiteinden van het lichaam.
benaming hoofdstructuur onderdelen
– grote hersenen
centraal – tussenhersenen
– hersenen
zenuwstelsel – hersenstam
– kleine hersenen
– ruggenmerg
– 12 paar hersenzenuwen
Perifeer
– zenuwen – 31 (32) paar
zenuwstelsel
ruggenmergszenuwen
– sympathische
grensstreng
Zenuwweefsel
Het zenuwweefsel treffen we aan in de hersenen en het ruggenmerg en
het heeft vele uitlopers (zenuwen) door het gehele lichaam. Het
zenuwweefsel bestaat uit twee soorten cellen: zenuwcellen (neuronen)
en steuncellen (neurogliacellen).
Zenuwcellen
De zenuwcellen (neuronen) worden gekenmerkt door een cellichaam
met sterk vertakte uitlopers. Hierdoor zijn zenuwcellen in staat om
prikkels (impulsen) over bepaalde afstanden in het lichaam voort te
geleiden. De zenuwcellen vormen een samenhangend netwerk van
verbindingen tussen de weefsels waar prikkels worden opgevangen en
de weefsels waar prikkels uiteindelijk tot een reactie leiden.
Een zenuw is een verzameling (kabel) van een groot aantal neurieten
buiten het centrale zenuwstelsel en is omgeven door een
bindweefselmantel. Wanneer we de hersenen en het ruggenmerg
opensnijden, zien we licht gekleurde gebieden: witte stof en donkere
gebieden: grijze stof.
De witte stof wordt gevormd door neurieten met de mergscheden, terwijl
de grijze stof bestaat uit cellichamen en hun dendrieten. In de hersenen
ligt de grijze stof aan de buitenkant en de witte stof daarbinnen. In het
ruggenmerg is dit precies andersom.
We kunnen – naar hun functie – drie soorten zenuwcellen
onderscheiden:
- sensorische neuronen (gevoelszenuwcellen); deze voeren de
impulsen vanuit de zintuigen, de huid en de slijmvliezen naar de
hersenen. Sensorische neuronen worden ook wel sensibele
neuronen genoemd
- motorische neuronen (bewegingszenuwcellen) brengen de
opdrachten vanuit de hersenen naar spieren en klieren
- schakelneuronen (schakelzenuwcellen) brengen binnen hersenen
en - ruggenmerg impulsen over van het ene neuron op het andere.
, Steuncellen
Naast de zojuist beschreven zenuwcellen bestaat het zenuwweefsel ook
uit steuncellen (neurogliacellen). Deze bevinden zich tussen de
zenuwcellen. Zij zorgen voor steun en voeding van de zenuwcellen. Ook
spelen zij een rol bij de bescherming van zenuwcellen tegen schadelijke
invloeden.
Anatomische indeling
Bij de anatomische indeling wordt een onderscheid gemaakt tussen het
centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. et centraal bedoelen
we hier de onderdelen van het zenuwstelsel die gelegen zijn binnen de
schedel en in de wervelkolom, namelijk de hersenen en het ruggenmerg.
Perifeer wil zeggen: gelegen buiten het centrum, verspreid tot in de
uiteinden van het lichaam.
benaming hoofdstructuur onderdelen
– grote hersenen
centraal – tussenhersenen
– hersenen
zenuwstelsel – hersenstam
– kleine hersenen
– ruggenmerg
– 12 paar hersenzenuwen
Perifeer
– zenuwen – 31 (32) paar
zenuwstelsel
ruggenmergszenuwen
– sympathische
grensstreng