mensen van
ontwikkelingsstoornis
sen
1
,Inhoudsopgave
2
, H1: Wat zijn ontwikkelingsstoornissen?
pp. 14 – 31 met uitzondering van deel 1.2.3 (ICF) pp. 26-30
1. Terminologie en afbakening
1.1 Definitie
DSM -> Diagnostic and statistical manual of mental disorders
- Spreken van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
“Een ontwikkelingsstoornis is
1) een neurobiologische stoornis
2) die in de (vroege) ontwikkelingsperiode tot uiting komt
3) die gekenmerkt wordt door ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere
functiedomeinen
4) die levenslang beperkingen veroorzaakt in het persoonlijk, sociale, schoolse of
beroepsmatig functioneren.”
1.2 Verschillende ostoornissen
Verstandelijke beperkingen Aandachtsdeficiëntie -/hyperactiviteitsstoornis
- Verstandelijke (ADHD)
ontwikkelingsstoornis (Specifieke) leerstoornissen
- Globale ontwikkelingsachterstand - Dyslexie
Communicatiestoornissen - Dysorthografie
- Taalstoornis - Dyscalculie
- Spraakklankstoornis - NLD (niet opgenomen DSM-5)
- Ontwikkelingsstotteren Motorische stoornissen
- Sociale (pragmatische) - Coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD)
communicatiestoornis - Ticstoornissen
Autismespectrumstoornis (ASS) - Stereotiepe – bewegingsstoornis
Sommige ostoornissen opdeling gemaakt in aantal subgroepen op basis van verschillen in
de verschijningsvorm -> ADHD wordt er bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt in
- het gecombineerde type - het onoplettende type
- het overwegend - het overwegend hyperactief-impulsieve type
Nu spreken we niet meer van een subtype maar een fenotype -> hoe toont het beeld
zich? -> door volgende redenen:
- Variatie binnen een ontwikkelingsstoornis hebben meestal dezelfde oorzaak
- Meer dimensionele benadering i.p.v. sterk categoriaal
- Dynamische concept i.p.v. statisch concept
1.2 Criteria Ostoornissen -> gedrag kan bij iedereen voorkomen maar bij deze cliënt meer
1) Significant meer problemen dan
gemiddeld -> waar zit je op de lijn?
2) Op verschillende dimensies
3) De problemen zijn
hardnekkig/persistent
-> blijven levenslang duren, je kan de symptomen wel ondersteunen
4) De problemen zijn pervasief -> invloed op meerdere domeinen in je leven
5) Niet leeftijdsadequaat -> soms is gedrag normaal op een bepaalde leeftijd
6) Significante belemmeringen in dagdagelijks leven
3