Hoofdstuk 7 - Moderne samenlevingen zijn altijd multicultureel
Over cultuurpatronen en hun componenten
Cultuur is een sociaal feit en deel van de maatschappelijke structuur
7.1 - Door de ogen van anderen
Horace Miner: antropologische beschrijving van de aMerikaanse cultuur en gedragingen:
Body Ritual among the Nacirema
Het handelen van mensen wordt niet alleen door fysische energie of instinct gedreven, maar
ook en vooral door betekenissen. Het fysische substraat van het handelen, het geheel van
biologische kenmerken en de materiële omstandigheden ervan, vormt een noodzakelijk,
maar geen voldoende voorwaarde; het vervult zijn rol in het menselijk samenleven slechts
via betekenissen. Het omvattende min of meer hechte geheel van betekenisgevingen
noemen we in de sociologie cultuur
7.2 - Waarvoor staat cultuur?
Etymologische betekent cultuur bewerking van de bodem. Frans: cultiver = het bebouwen
van een land, een stuk grond. Die ondertoon van actief ingrijpen in de omringende wereld,
de natuur ordenen en haar ten nutte maken, is nog altijd aanwezig in het huidige
cultuurbegrip
Edward B. Tylor gebruikte de term cultuur voor het eerst wetenschappelijk in Primitive
Culture, hij had het over de materiële cultuur. De term cultuur bleef als zelfstandig concept
buiten het sociologische begrippenapparaat, het begrip werd pas later bruikbaar voor
sociologische analyse toen de immateriële dimensie van cultuur werd aangescherpt en het
begrip dus een specifieke betekenis kreeg.
Bronislaw Malinowski: legde de klemtoon op de linguïstische fundering van de mogelijkheid
om cultuur te scheppen. Mensen staan in symbolische communicatie met elkaar en
daardoor wordt cultuur mogelijk
Cultuur is voor sociologen in de eerste plaats iets immaterieels: ze betreft gewoonten,
vormen, talen, stijlen. De materiële producten die het resultaat zijn van cultuur of de
voorwerpen die nodig zijn om cultuur te bedrijven behoren daar in strikte zin niet toe. Toch
wordt de materiële cultuur indirect ook bij het sociologische cultuurbegrip betrokken, in de
mate dat voorwerpen de uitdrukking worden van specifieke zingeving; ze worden met
betekenis geladen vanuit een cultuurpatroon: objecten worden symbolen
Pierre Bourdieu rekent de materiële cultuur wel tot het sociologische cultuurbegrip. Hij
onderscheidt geobjectiveerd, geïnstitutionaliseerd en geïncorporeerd cultuurkapitaal
- Geobjectiveerde staat: verwijst naar cultuurgoederen als schilderijen, boeken,
encyclopedieën of muziekinstrumenten. Omdat cultureel kapitaal in de
geobjectiveerde vorm onmiddellijk kan worden doorgegeven verschilt het van de
andere twee vormen
, - Belichaamde of geïncorporeerde cultureel kapitaal: de commerciële en culturele
waarde van zo’n cultuurgoed zijn relatief onafhankelijk van elkaar, maar Bourdieu
erkent dat een hoge economische waarde wel kan bijdragen aan de culturele
legitimiteit
De geïncorporeerde vorm van het cultureel kapitaal wordt volgens Bourdieu opgebouwd in
een levenslang socialisatieproces wat leidt tot het opgevoed zijn tot een gecultiveerd
persoon. Je hebt geen cultureel kapitaal, maar je bent cultureel kapitaal. De
geïncorporeerde biologische vorm van cultureel kapitaal wordt opgeven, dat is genegeerd en
bewaard in de geïnstitutionaliseerde staat. Die betreft vooral onderwijsdiploma’s. Personen
worden zo makkelijker vergelijkbaar en zelfs inwisselbaar met betrekking tot de inhoud en de
hoeveelheid van hun geaccumuleerde geïnstitutionaliseerde cultureel kapitaal.
7.3 - Cultuur met een grote en een kleine c
Er bestaat culturele diversiteit, maar sociologisch is de ene cultuur niet beter of slechter dan
de andere cultuur, wel verschillend.
In het sociologische taaleigen is de waarderende ondertoon hoogste zelden aanwezig,
cultuur bestrijkt hier het hele leven van de leden van de samenleving, ook de trivialere
aspecten en minder verfijnde varianten ervan.
De culinaire cultuur vertelt veel over de aard van de samenleving. Wat we eten is cultureel
bepaald. Baanbrekend werk over alle uitingen van populaire cultuur gebeurde in het
Centre for Contemporary Cultural Studies aan de Universiteit van Birmingham tussen 1964
en 2002
Dat onze waarden en normen niet altijd parallel lopen met de feitelijke ontwikkelingen is een
bijkomend teken van de relatieve autonomie van cultuur. Zo behoort het zien van stervenden
en doden niet meer tot het leven al alledag. Ook krijgt de dode een verschillende
maatschappelijke appreciatie naargelang van de omstandigheden. Zo wordt een sociale
realiteit gecreëerd waarin sociale feiten worden geclassificeerd in dichotomieën:
moreel/immoreel, goed/slecht, normaal/abnormaal. Dat wordt dan symbolisch veruitwendigd
in de oprichting van standbeelden, het uitreiken van eretekens, het organiseren van
herdenkingsrituelen.
William Fielding Ogburn formuleerde in dat verband het idee van een cultural lag. Ogburn
stelde vast dat de cultuur kan achterblijven op de veranderde materiële situaties of dat twee
aspecten van een welbepaalde cultuur die oorspronkelijk op elkaar waren afgestemd zich
met verschillende snelheden ontwikkelen
- Een voorbeeld is de afwezigheid van voorzichtig gedrag en regelgeving voor het
beschermen van privacy bij het gebruik van internet, toch wel een hele snelle
technologische ontwikkeling.
Het immateriële karakter van cultuur dat in sociologische betekenis zo centraal staat, is sterk
aanwezig in de klassieke definitie van cultuur als een geheel van opvattingen. Voor van
Doorn en Lammers zijn waarden opvattingen over juistheid en onjuistheid: normen zijn
, opvattingen over wat hoor, verwachtingen zijn opvattingen over wat zal gebeuren en
doeleinden zijn opvattingen over wat wenselijk is
Die componenten van cultuur maken deel uit van een gestructureerd geheel, van een
patroon.
Cultuur wordt dan:
1. Het min of meer samenhangende geheel van waarden, normen, verwachtingen en
doeleinden
2. Dat door samenlevingsverbanden gedragen wordt
3. Dat zorgt voor de specificatie en verduurzaming van het sociaal handelen, en mede
daardoor voor het bestendigen van het betreffende samenlevingsverband
4. Dat door leden van een samenlevingsverband wordt aangeleerd en doorgegeven
7.4 - Cultuur: een patroon van waarden, normen, doeleinden en
verwachtingen
Waarden
Waarden zijn algemene opvattingen over wat moreel goed, rechtvaardig en daarom
nastrevenswaardig is; ook al zijn die principes theoretisch en praktisch zelden volkomen
compatibel
Het gaat hierbij altijd om collectieve opvattingen; ze worden voortgebracht en gedragen door
groepen. Ze sturen het dagelijks doen van de leden via hun vertaling in concrete normen,
doelstellingen en verwachtingen.
Collectiviteiten bezitten meestal eigen onderscheiden waardeschalen; ze evolueren met de
geschiedenis van de betreffende samenlevingsverbanden. Waardeschalen verschillen, toch
kunnen we universele onderliggende patronen ontdekken. Jan Romein heeft het zelfs over
een AMP, algemeen menselijk patroon, dat het menselijk handelen over de hele wereld zou
hebben gekenmerkt, vooraleer de Europese ontwikkeling met en sinds de renaissance
daarvan begon af te wijken op de meest fundamentele punten, om uit die afwijkingen op den
duur een nieuw patroon te vormen. Kenmerken van dat premoderne AMP zijn een specifieke
houding tegenover de natuur, en het leven, tegenover het denken, tegenover de tijd,
tegenover de autoriteit en tegenover de arbeid
Die kenmerken doen denken aan de patroonvariabelen aan de hand waarvan Parsons
trachtte om het fundamentele waarde patroon van samenlevingsverbanden te beschrijven.
Patroonvariabelen A zouden kenmerkend zijn voor premoderne gemeenschappen,
patroonvariabelen van het type B vormen het fundamentele waardepatroon van moderne
samenlevingen. Voor dat onderscheid werd Parsons geïnspireerd door begrippenparen als:
Gemeinschaft en Gesellschaft van Tönnies, mechanische solidariteit versus organische
solidariteit van Durkheim en waarderationeel versus doelrationeel handelen van Weber
Patroonvariabelen A Patroonvariabelen B
Over cultuurpatronen en hun componenten
Cultuur is een sociaal feit en deel van de maatschappelijke structuur
7.1 - Door de ogen van anderen
Horace Miner: antropologische beschrijving van de aMerikaanse cultuur en gedragingen:
Body Ritual among the Nacirema
Het handelen van mensen wordt niet alleen door fysische energie of instinct gedreven, maar
ook en vooral door betekenissen. Het fysische substraat van het handelen, het geheel van
biologische kenmerken en de materiële omstandigheden ervan, vormt een noodzakelijk,
maar geen voldoende voorwaarde; het vervult zijn rol in het menselijk samenleven slechts
via betekenissen. Het omvattende min of meer hechte geheel van betekenisgevingen
noemen we in de sociologie cultuur
7.2 - Waarvoor staat cultuur?
Etymologische betekent cultuur bewerking van de bodem. Frans: cultiver = het bebouwen
van een land, een stuk grond. Die ondertoon van actief ingrijpen in de omringende wereld,
de natuur ordenen en haar ten nutte maken, is nog altijd aanwezig in het huidige
cultuurbegrip
Edward B. Tylor gebruikte de term cultuur voor het eerst wetenschappelijk in Primitive
Culture, hij had het over de materiële cultuur. De term cultuur bleef als zelfstandig concept
buiten het sociologische begrippenapparaat, het begrip werd pas later bruikbaar voor
sociologische analyse toen de immateriële dimensie van cultuur werd aangescherpt en het
begrip dus een specifieke betekenis kreeg.
Bronislaw Malinowski: legde de klemtoon op de linguïstische fundering van de mogelijkheid
om cultuur te scheppen. Mensen staan in symbolische communicatie met elkaar en
daardoor wordt cultuur mogelijk
Cultuur is voor sociologen in de eerste plaats iets immaterieels: ze betreft gewoonten,
vormen, talen, stijlen. De materiële producten die het resultaat zijn van cultuur of de
voorwerpen die nodig zijn om cultuur te bedrijven behoren daar in strikte zin niet toe. Toch
wordt de materiële cultuur indirect ook bij het sociologische cultuurbegrip betrokken, in de
mate dat voorwerpen de uitdrukking worden van specifieke zingeving; ze worden met
betekenis geladen vanuit een cultuurpatroon: objecten worden symbolen
Pierre Bourdieu rekent de materiële cultuur wel tot het sociologische cultuurbegrip. Hij
onderscheidt geobjectiveerd, geïnstitutionaliseerd en geïncorporeerd cultuurkapitaal
- Geobjectiveerde staat: verwijst naar cultuurgoederen als schilderijen, boeken,
encyclopedieën of muziekinstrumenten. Omdat cultureel kapitaal in de
geobjectiveerde vorm onmiddellijk kan worden doorgegeven verschilt het van de
andere twee vormen
, - Belichaamde of geïncorporeerde cultureel kapitaal: de commerciële en culturele
waarde van zo’n cultuurgoed zijn relatief onafhankelijk van elkaar, maar Bourdieu
erkent dat een hoge economische waarde wel kan bijdragen aan de culturele
legitimiteit
De geïncorporeerde vorm van het cultureel kapitaal wordt volgens Bourdieu opgebouwd in
een levenslang socialisatieproces wat leidt tot het opgevoed zijn tot een gecultiveerd
persoon. Je hebt geen cultureel kapitaal, maar je bent cultureel kapitaal. De
geïncorporeerde biologische vorm van cultureel kapitaal wordt opgeven, dat is genegeerd en
bewaard in de geïnstitutionaliseerde staat. Die betreft vooral onderwijsdiploma’s. Personen
worden zo makkelijker vergelijkbaar en zelfs inwisselbaar met betrekking tot de inhoud en de
hoeveelheid van hun geaccumuleerde geïnstitutionaliseerde cultureel kapitaal.
7.3 - Cultuur met een grote en een kleine c
Er bestaat culturele diversiteit, maar sociologisch is de ene cultuur niet beter of slechter dan
de andere cultuur, wel verschillend.
In het sociologische taaleigen is de waarderende ondertoon hoogste zelden aanwezig,
cultuur bestrijkt hier het hele leven van de leden van de samenleving, ook de trivialere
aspecten en minder verfijnde varianten ervan.
De culinaire cultuur vertelt veel over de aard van de samenleving. Wat we eten is cultureel
bepaald. Baanbrekend werk over alle uitingen van populaire cultuur gebeurde in het
Centre for Contemporary Cultural Studies aan de Universiteit van Birmingham tussen 1964
en 2002
Dat onze waarden en normen niet altijd parallel lopen met de feitelijke ontwikkelingen is een
bijkomend teken van de relatieve autonomie van cultuur. Zo behoort het zien van stervenden
en doden niet meer tot het leven al alledag. Ook krijgt de dode een verschillende
maatschappelijke appreciatie naargelang van de omstandigheden. Zo wordt een sociale
realiteit gecreëerd waarin sociale feiten worden geclassificeerd in dichotomieën:
moreel/immoreel, goed/slecht, normaal/abnormaal. Dat wordt dan symbolisch veruitwendigd
in de oprichting van standbeelden, het uitreiken van eretekens, het organiseren van
herdenkingsrituelen.
William Fielding Ogburn formuleerde in dat verband het idee van een cultural lag. Ogburn
stelde vast dat de cultuur kan achterblijven op de veranderde materiële situaties of dat twee
aspecten van een welbepaalde cultuur die oorspronkelijk op elkaar waren afgestemd zich
met verschillende snelheden ontwikkelen
- Een voorbeeld is de afwezigheid van voorzichtig gedrag en regelgeving voor het
beschermen van privacy bij het gebruik van internet, toch wel een hele snelle
technologische ontwikkeling.
Het immateriële karakter van cultuur dat in sociologische betekenis zo centraal staat, is sterk
aanwezig in de klassieke definitie van cultuur als een geheel van opvattingen. Voor van
Doorn en Lammers zijn waarden opvattingen over juistheid en onjuistheid: normen zijn
, opvattingen over wat hoor, verwachtingen zijn opvattingen over wat zal gebeuren en
doeleinden zijn opvattingen over wat wenselijk is
Die componenten van cultuur maken deel uit van een gestructureerd geheel, van een
patroon.
Cultuur wordt dan:
1. Het min of meer samenhangende geheel van waarden, normen, verwachtingen en
doeleinden
2. Dat door samenlevingsverbanden gedragen wordt
3. Dat zorgt voor de specificatie en verduurzaming van het sociaal handelen, en mede
daardoor voor het bestendigen van het betreffende samenlevingsverband
4. Dat door leden van een samenlevingsverband wordt aangeleerd en doorgegeven
7.4 - Cultuur: een patroon van waarden, normen, doeleinden en
verwachtingen
Waarden
Waarden zijn algemene opvattingen over wat moreel goed, rechtvaardig en daarom
nastrevenswaardig is; ook al zijn die principes theoretisch en praktisch zelden volkomen
compatibel
Het gaat hierbij altijd om collectieve opvattingen; ze worden voortgebracht en gedragen door
groepen. Ze sturen het dagelijks doen van de leden via hun vertaling in concrete normen,
doelstellingen en verwachtingen.
Collectiviteiten bezitten meestal eigen onderscheiden waardeschalen; ze evolueren met de
geschiedenis van de betreffende samenlevingsverbanden. Waardeschalen verschillen, toch
kunnen we universele onderliggende patronen ontdekken. Jan Romein heeft het zelfs over
een AMP, algemeen menselijk patroon, dat het menselijk handelen over de hele wereld zou
hebben gekenmerkt, vooraleer de Europese ontwikkeling met en sinds de renaissance
daarvan begon af te wijken op de meest fundamentele punten, om uit die afwijkingen op den
duur een nieuw patroon te vormen. Kenmerken van dat premoderne AMP zijn een specifieke
houding tegenover de natuur, en het leven, tegenover het denken, tegenover de tijd,
tegenover de autoriteit en tegenover de arbeid
Die kenmerken doen denken aan de patroonvariabelen aan de hand waarvan Parsons
trachtte om het fundamentele waarde patroon van samenlevingsverbanden te beschrijven.
Patroonvariabelen A zouden kenmerkend zijn voor premoderne gemeenschappen,
patroonvariabelen van het type B vormen het fundamentele waardepatroon van moderne
samenlevingen. Voor dat onderscheid werd Parsons geïnspireerd door begrippenparen als:
Gemeinschaft en Gesellschaft van Tönnies, mechanische solidariteit versus organische
solidariteit van Durkheim en waarderationeel versus doelrationeel handelen van Weber
Patroonvariabelen A Patroonvariabelen B