Samenvatting bind -en
steunweefsel: bloed
Inhoud
1.1 Inleiding............................................................................................................................................1
1.2 Bloedplasma.....................................................................................................................................2
1.3 Bloedcellen.......................................................................................................................................2
1.3.1 Erythrocyten..............................................................................................................................2
1.3.1.1 Bloedgroepen.....................................................................................................................4
1.3.2 Trombocyten..............................................................................................................................4
1.3.3 Leukocyten.................................................................................................................................5
1.3.3.1 Granulocyten......................................................................................................................5
1.3.3.2 Agranulocyten.....................................................................................................................7
1.4 Hematopoiesis beenmerg.................................................................................................................9
1.4.1 Myeloïde & erythroïde/megakaryocytaire progenitors...........................................................10
1.4.2 Lymfoïde progenitors...............................................................................................................10
1.4.2 Rode beenmerg.......................................................................................................................10
1.4.3 gele beenmerg.........................................................................................................................11
1.1 Inleiding
- Mesoderm mesenchymcellen= Multi potente stamcellen
o Mesenchymaal of embryonaal bindweefsel
1
, - Gespecialiseerde vorm van bindweefsel
- Cellen 45%
- Extracellulaire substantie die vloeibaar is = bloedplasma 55%
- 1 mm³ = 1 µl
- Kleuring: Giemse kleuring
o Methyleen blauw basisch kleurt met zure elementen
o Azuur b basisch kleurt met zure elementen
o Eosine zuur kleurt met basische elementen
1.2 Bloedplasma
- Transportmiddel
- Waterige oplossing met anorganische zouten + plasma eiwitten + andere organische stoffen
( aminozuren, vitaminen , hormonen)
- Plasma eiwitten belangrijk voor bloedstolling
o Fibrinogeen fibrine
Soort van draden waarin bloedcellen vastzitten bloedklonter
o Serum= plasma zonder fibrinogeen
- Bloed in proefbuis met anticoagulans
o zorgt ervoor dat bloed niet stolt= bloedverdunner bv heparine
o Bovenstaande vloeistof
Bevat nog fibrinogeen bloedplasma: 55%
o Kleine witte laag= buffy coat witte bloedcellen: 1%
o Onderste vloeistof rode bloedcellen: 44%
Hematocriet zegt iets over de hoeveelheid rode bloedcellen
< 44% bloedarmoede/anemie
- Bloed in proefbuis zonder anticoagulans
o Fibrinogeen fibrine
o Fibrinebloedklonter die bloedcellen bevat zakt naar beneden
o Bloedserum coagulatie/stolling veroorzaakt door bloedplaatjes
o In proefbuis zijn er geen afzonderlijke lagen te onderscheiden
1.3 Bloedcellen
- Voorlopers in beenmerg en lymfoied weefsel dan naar bloedbaan
o Alle bloedcellen ontstaan in beenmerg
- Aantal en vorm belangrijk voor ziekte identificatie
- Wordt bestudeerd via uitstrijkje of celcounter
o Uitstrijkje bestuderen van morfologie
Bekijken met microscoop
Uitsmeren van druppel bloed drogen fixeren kleuren (zuur-base)
1.3.1 Erythrocyten
- = rode bloedlichaampjes geen echte cellen
- Aantal per mm³: 6,2-4,2 x 10^6
- Aanvoer zuurstof naar weefsel & organen
- Afvoer CO2
- Biconcave schijven zonder kern en weinig organellen
- Diameter: 7,5 µm
2
steunweefsel: bloed
Inhoud
1.1 Inleiding............................................................................................................................................1
1.2 Bloedplasma.....................................................................................................................................2
1.3 Bloedcellen.......................................................................................................................................2
1.3.1 Erythrocyten..............................................................................................................................2
1.3.1.1 Bloedgroepen.....................................................................................................................4
1.3.2 Trombocyten..............................................................................................................................4
1.3.3 Leukocyten.................................................................................................................................5
1.3.3.1 Granulocyten......................................................................................................................5
1.3.3.2 Agranulocyten.....................................................................................................................7
1.4 Hematopoiesis beenmerg.................................................................................................................9
1.4.1 Myeloïde & erythroïde/megakaryocytaire progenitors...........................................................10
1.4.2 Lymfoïde progenitors...............................................................................................................10
1.4.2 Rode beenmerg.......................................................................................................................10
1.4.3 gele beenmerg.........................................................................................................................11
1.1 Inleiding
- Mesoderm mesenchymcellen= Multi potente stamcellen
o Mesenchymaal of embryonaal bindweefsel
1
, - Gespecialiseerde vorm van bindweefsel
- Cellen 45%
- Extracellulaire substantie die vloeibaar is = bloedplasma 55%
- 1 mm³ = 1 µl
- Kleuring: Giemse kleuring
o Methyleen blauw basisch kleurt met zure elementen
o Azuur b basisch kleurt met zure elementen
o Eosine zuur kleurt met basische elementen
1.2 Bloedplasma
- Transportmiddel
- Waterige oplossing met anorganische zouten + plasma eiwitten + andere organische stoffen
( aminozuren, vitaminen , hormonen)
- Plasma eiwitten belangrijk voor bloedstolling
o Fibrinogeen fibrine
Soort van draden waarin bloedcellen vastzitten bloedklonter
o Serum= plasma zonder fibrinogeen
- Bloed in proefbuis met anticoagulans
o zorgt ervoor dat bloed niet stolt= bloedverdunner bv heparine
o Bovenstaande vloeistof
Bevat nog fibrinogeen bloedplasma: 55%
o Kleine witte laag= buffy coat witte bloedcellen: 1%
o Onderste vloeistof rode bloedcellen: 44%
Hematocriet zegt iets over de hoeveelheid rode bloedcellen
< 44% bloedarmoede/anemie
- Bloed in proefbuis zonder anticoagulans
o Fibrinogeen fibrine
o Fibrinebloedklonter die bloedcellen bevat zakt naar beneden
o Bloedserum coagulatie/stolling veroorzaakt door bloedplaatjes
o In proefbuis zijn er geen afzonderlijke lagen te onderscheiden
1.3 Bloedcellen
- Voorlopers in beenmerg en lymfoied weefsel dan naar bloedbaan
o Alle bloedcellen ontstaan in beenmerg
- Aantal en vorm belangrijk voor ziekte identificatie
- Wordt bestudeerd via uitstrijkje of celcounter
o Uitstrijkje bestuderen van morfologie
Bekijken met microscoop
Uitsmeren van druppel bloed drogen fixeren kleuren (zuur-base)
1.3.1 Erythrocyten
- = rode bloedlichaampjes geen echte cellen
- Aantal per mm³: 6,2-4,2 x 10^6
- Aanvoer zuurstof naar weefsel & organen
- Afvoer CO2
- Biconcave schijven zonder kern en weinig organellen
- Diameter: 7,5 µm
2