HOOFDSTUK 1: celcytoplasma
1.1 Algemeen
Prokaryote cellen:
o Bacteriën
o Klein + extra wand buiten de celmembraan
o Geen kernmembraan
Eukaryote cellen:
o Kern < kernmembraan
o Groter
Receptoren: gelijkaardige cellen reageren op andere signalen
→ sleutel-slot principe
Kern + cytoplasma = cel → sellecteee barrière met omgeeing = celmembraan
1.2 Het celmembraan (plasmamebraan) en zijn componenten
Bouw:
dubbele fosfolipidenlaag < cholesterol + membraanproteinen+glycoproteien
Functe: communiceren met omgeeing op 3 manieren;
1. Pinocytose =
opgelost materiaal ean buiten opnemen m.b.e. (drinken)
o Kleine eesikels
o Binding ean liganden (hormonen) aan receptoren → membraanstroom
2. Fagocytose =
grotere stoffen (bacteriën,weefselresten)ean buiten opnemen (eten) m.b.e.
o Neutrofiele granulocyten
o Macrofagen
3. Exocytose =
fusie ean een eesikel in de cel met het celmembraan (komt buiten de cel terecht)
→ ontstaan e/e membraanstroom
1.1 Algemeen
Prokaryote cellen:
o Bacteriën
o Klein + extra wand buiten de celmembraan
o Geen kernmembraan
Eukaryote cellen:
o Kern < kernmembraan
o Groter
Receptoren: gelijkaardige cellen reageren op andere signalen
→ sleutel-slot principe
Kern + cytoplasma = cel → sellecteee barrière met omgeeing = celmembraan
1.2 Het celmembraan (plasmamebraan) en zijn componenten
Bouw:
dubbele fosfolipidenlaag < cholesterol + membraanproteinen+glycoproteien
Functe: communiceren met omgeeing op 3 manieren;
1. Pinocytose =
opgelost materiaal ean buiten opnemen m.b.e. (drinken)
o Kleine eesikels
o Binding ean liganden (hormonen) aan receptoren → membraanstroom
2. Fagocytose =
grotere stoffen (bacteriën,weefselresten)ean buiten opnemen (eten) m.b.e.
o Neutrofiele granulocyten
o Macrofagen
3. Exocytose =
fusie ean een eesikel in de cel met het celmembraan (komt buiten de cel terecht)
→ ontstaan e/e membraanstroom