HOOFDSTUK 10: bloedvorming
10.1 Algemeen
→ vanuit stamcellen in het rode beenmerg (in sponsbeen)
Stamcellen: kunnen zichzelf hernieuwen
Alle soorten bloedcellen stammen af van 1 hemapoïetsche stamcel
Cellijnen beginnen met progenitor cellen → genereren blasten (1e diferentate)
Bloedvorming = af van groeivermogen
Rood beenmerg < stroma < hamtopoietsche cellen, macrofagen, sinusoidale
haarvaten
10.2 Rijping van de verschillende celsoorten
1. Rijping RBC
Door synthese van hemoglobine
Kern wordt kleiner + nucleolus verdwijnt → kern verdwijnt → mitochondrien
en andere organellen verdwijnen
Van pro-erythroblast tot retculocyte (nog enkele ribosomen aanwezig)
RBC = rijp wanneer laatste ribosomen zijn uitgestoten
2. Rijping WBC
Vorming eiwiten voor azurofele + specifeke korrels
(specifek voor granulocyt) → aanmaak in RER + golgi-apparaat
Neutrofele WBC: eiwiten zijn bacterie dodend
→ passeert verschillede comparitmenten:
o Medullaire vormingscomp: mitotsche + rijpingsdeel
o Medullaire opslag compartment: is een bufer
o Circulerend compartment: neutrofelen in bloedsomloop
o Marginaal compartment: neutrofelen blijven ziten in haarvaten
Eosinofele en basofele WBC: eiwiten regelen ontstekingsproces
Rijping lymfocyten:
lymfoblast die een aantal keer deelt
→ ontstaan in beenmerg
Rijping monocyten:
monoblast → promonocyt (in circulate) → macrofagen (in bindweefsel)
Bloedplaatjes:
ontstaan door fragmentate van megakaryocyten
10.1 Algemeen
→ vanuit stamcellen in het rode beenmerg (in sponsbeen)
Stamcellen: kunnen zichzelf hernieuwen
Alle soorten bloedcellen stammen af van 1 hemapoïetsche stamcel
Cellijnen beginnen met progenitor cellen → genereren blasten (1e diferentate)
Bloedvorming = af van groeivermogen
Rood beenmerg < stroma < hamtopoietsche cellen, macrofagen, sinusoidale
haarvaten
10.2 Rijping van de verschillende celsoorten
1. Rijping RBC
Door synthese van hemoglobine
Kern wordt kleiner + nucleolus verdwijnt → kern verdwijnt → mitochondrien
en andere organellen verdwijnen
Van pro-erythroblast tot retculocyte (nog enkele ribosomen aanwezig)
RBC = rijp wanneer laatste ribosomen zijn uitgestoten
2. Rijping WBC
Vorming eiwiten voor azurofele + specifeke korrels
(specifek voor granulocyt) → aanmaak in RER + golgi-apparaat
Neutrofele WBC: eiwiten zijn bacterie dodend
→ passeert verschillede comparitmenten:
o Medullaire vormingscomp: mitotsche + rijpingsdeel
o Medullaire opslag compartment: is een bufer
o Circulerend compartment: neutrofelen in bloedsomloop
o Marginaal compartment: neutrofelen blijven ziten in haarvaten
Eosinofele en basofele WBC: eiwiten regelen ontstekingsproces
Rijping lymfocyten:
lymfoblast die een aantal keer deelt
→ ontstaan in beenmerg
Rijping monocyten:
monoblast → promonocyt (in circulate) → macrofagen (in bindweefsel)
Bloedplaatjes:
ontstaan door fragmentate van megakaryocyten