Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 33 pages
Summary

Samenvatting Gezondheidspsychologie, 4e editie Val Morrison & Paul Bennett. Toetshoofdstukken Saxion 2024 (lees beschrijving voor de onderdelen die geen toetsstof zijn).

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 33 pages

LET OP (Saxion Deventer): Geen toetsstof van bovenstaande hoofdstukken: Tabellen; deze hoef je niet te kennen. Wel de conclusies van een tabel die in de tekst staan beschreven. Wat leert onderzoek ons? Dit onderdeel van het hoofdstuk is geen toetsstof. Wat denk je zelf? Dit onderdeel van het hoofdstuk is geen toetsstof. In de hoofdstukken 3, 10 en 15 worden bepaalde onderwerpen op het niveau van de biologie toegelicht. Deze stof moeten jullie wel lezen, maar het is GEEN toetsstof (omdat de link met de psychologie hier wat ons betreft niet groot genoeg is). Concreet gaat het om: Paragraaf 3.4.1 Vetopname en cholesterol Hoofdstuk 10, blz 291 vanaf het stuk over Acetylcholine tot en met tabel 10.4 op blz 294 Hoofdstuk 15, blz 415 vanaf het stuk over de verschillende vezels tot en met blz 416 de laatste drie zinnen bovenaan (je moet dus in feite kennen wat in de kennisclip over paragraaf 15.3 besproken wordt; wat niet genoemd wordt, hoef je in dit geval ook niet te leren) Deze onderwerpen staan wel in de samenvatting maar hoef je dus niet te leren!! Samenvatting voor het vak gezondheidspsychologie, de hoofdstukken zijn gebaseerd op de toetsstof van het Saxion in Deventer. Hoofdstuk: 1, 2, 3, 4, 5.2, 5.3, 5.4.1, 6, 10, 11, 13 en 15. Aanwezig in de samenvatting: Alle begrippen uit de hoofdstukken. Uitleg over modellen Alle belangrijke tabellen en afbeeldingen

Content preview

Gezondheidspsychologie
H. 1 Wat is gezondheid?

1.1Wat is gezondheid? Veranderende perspectieven
Hippocrates: een Griekse arts uit de oudheid (circa 460-377 voor Christus,
schreef ziekte toe aan een verstoord evenwicht tussen vier circulerende
lichaamsvloeistoffen, de zogenoemde humores: gele gal, slijm, bloed en zwarte
gal.
René Descartes: Franse filosoof die stelde dat lichaam en geest afzonderlijke
entiteiten waren.
Etiologie: de oorzaak van een ziekte.
Theorie: een algemene aanname of aannamen over een aspect van de wereld
waarin we leven of over de mensen in die wereld die al dan niet door bewijs
wordt ondersteund.
Dualisme: het idee dat lichaam en geest afzonderlijk eenheden zijn (vergelijk
met Descartes)
Mechanistische benadering: een benadering die het gedrag reduceert tot het
niveau van het orgaan of de lichamelijke functie. Geassocieerd met het
biomedisch ziektemodel.
Biomedisch ziektemodel: de opvatting dat ziekten en symptomen een
achterliggende fysiologische verklaring hebben en dat daarmee ook genezing
mechanistisch en rechtlijnig werkt.
Biopsychosociaal ziektemodel: het standpunt dat ziekten en symptomen door
een combinatie van lichamelijke, sociale culturele en psychologische factoren
kunnen worden verklaard.
Mortaliteit: (overlijden) meestal uitgedrukt in de vorm van sterftecijfers, ofwel
het aantal sterfgevallen in een gegeven populatie en/of in een gegeven jaar
toegeschreven aan een bepaalde aandoening (bijvoorbeeld het aantal
sterfgevallen als gevolg van kanker onder vrouwen in 2000).




1.2 Individuele, culturele en leeftijd gerelateerde perspectieven op gezondheid
Sociale representatie van gezondheid: datgene wat bepaalde groepen
mensen onder gezondheid verstaan. Een eerst groot onderzoek naar de sociale
representatie van gezondheid werd verricht door Barbara Bauman (1961).

1

,Gezondheidsgedrag: gedrag, ongeacht de gezondheidstoestand waarin men
zich bevindt, dat is bedoeld om de gezondheid te beschermen, te bevorderen of
in stand te houden, bijvoorbeeld het eten van gezonde voeding.
Holistische benadering: bij een holistische benadering kijkt men niet alleen
naar het zuiver lichamelijke of waarneembare, maar naar het hele wezen.
Collectivistische benadering: een culturele filosofie die de nadruk legt op het
individu als deel van het groter geheel en op handelingen die meer door
collectieve dan door individuele behoeften en wensen worden gemotiveerd.
Individualistische benadering: een culturele filosofie die de
verantwoordelijkheid in handen legt van het individu; het zijn de individuele
behoeften en wensen (en niet die van de groep) die het gedrag motiveren.
Ziekteattributie: toekenning van de oorzaak van een ziekte. Bij het zogeheten
externe ziekteattributies legt men de oorzaak van de ziekte buiten de persoon,
door die toe te schrijven aan het lot, verkeerde informatie of aan losliggende
traploper. Bij interne ziekteattributies zoekt men de oorzaak bij zichzelf. In
analogie met de genoemde externe ziekteattributies: ‘ik heb onvoldoende
weerstand opgebouwd’, ‘ik heb me iets op de mouw laten spelden’, ‘ik heb de
traploper niet goed vastgemaakt’.
Kwalitatieve methoden: kwalitatieve methoden maken gebruik van
beschrijvingen (kwalificaties) van de ervaringen, aannamen en gedragingen van
een bepaalde groep mensen.
Kwantitatieve methoden: kwantitatieve methoden gaan uit van berekeningen
(kwantificaties) van de frequentie of de hoeveelheid ervaringen, aannamen en
gedragingen van een grote, representatieve groep mensen.
Epidemiologie: het bestuderen van ziektepatronen in verschillende populaties
en de relatie met andere factoren zoals leefwijze. Belangrijke begrippen zijn
onder meer mortaliteit, morbiditeit, prevalentie, incidentie, absoluut risico en
relatief risico. Vragen die in epidemiologisch onderzoek gesteld worden, zijn
bijvoorbeeld: ‘wie krijgen deze ziekte?’, ‘hoe vaak komt deze ziekte voor?’.
Incidentie: het aantal nieuwe gevallen van een ziekte gedurende een specifieke
tijdinterval – niet te verwarren met prevalentie; dit laatste is het aantal
vastgestelde gevallen van een ziekte in een populatie op een bepaald moment.
Zelfconcept: de bewuste gedachten en aannamen over jezelf die je het gevoel
geven dat je anders bent dan anderen en dat je als afzonderlijk persoon bestaat.

1.3Wat is gezondheidspsychologie?
Empirisme: het elementaire principe dat we de wereld via zintuigelijke
waarneming kunnen leren kennen.
Inferentie: redenering waarbij een conclusie wordt afgeleid uit een of meer
premissen. Bijvoorbeeld: ‘het regent, dus zijn de straten nat.’
Gezondheidspsychologie (matarazzo): het aggregaat van de specifieke
onderwijskundige, wetenschappelijke en professionele bijdragen van het
vakgebied psychologie aan de bevordering en het behoud van de gezondheid, de
voorlichting over en de bandeling van ziekten en de daaraan gerelateerde
disfunctie.
Operante conditionering: deze theorie, die aan Skinner wordt toegeschreven,
is gebaseerd op de aanname dat gedrag direct wordt beïnvloed door de gevolgen
ervan (bijvoorbeeld beloning, straf en het vermijden van negatieve effecten).




2

,Psychosomatische geneeskunde (Frans Alexander en Sigmund Freud,
1930): ‘psychosomatisch’ betekent dat geest én lichaam zijn betrokken bij
ziekte. Waar een organische oorzaak niet gemakkelijk kan worden
geïdentificeerd, kan de geest mogelijk de oorzaak zijn van een meetbare
lichamelijke reactie.
Gedragsgeneeskunde (Schwartz en Weiss, 1977): gedragsgeneeskunde
houdt zich bezig met het beschrijven van factoren van gedrag en leefwijze die
aan gezondheid en ziekte zijn gerelateerd. De geest heeft een directe verbinding
met het lichaam (bijv. door nervositeit kan de bloeddruk stijgen, door angst kan
het hart sneller kloppen). Gedragstherapie kan worden ingezet om lichamelijke
klachten aan te pakken.
Sociologie: bij sociologie bestudeer je op een wetenschappelijke manier
vraagstukken die op dit moment spelen in de maatschappij. Je richt je daarbij
bijv. op de culturele, economische, politieke en religieuze aspecten van de
samenleving en de sociale relaties tussen (groepen) mensen.
Medische sociologie: de medische sociologie belicht de nauwe verwantschap
tussen psychologie en sociologie, waarbij de gezondheid en ziekte worden
bestudeerd in relatie tot sociale factoren die op mensen van invloed kunnen zijn.
Klinische psychologie: de klinische psychologie houdt zich bezig met de
geestelijke gezondheid en de diagnose en behandeling van problemen met de
geestelijke gezondheid (bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen, fobieën, angst
en depressie, eetstoornissen).

H. 2 Sociale verschillen in ziekte en gezondheid

2.1 Gezondheidsverschillen
Gezondheidsverschillen: een term die de verschillen in gezondheid een
levensverwachting tussen verschillende groepen aanduidt.
HIV (human immunodeficiency virus): hiv is het virus dat aids (acquired
immunodeficiency syndrome) veroorzaakt.




Hart- en vaatziekten: een vernauwing van de bloedvaten die het hart van
bloed en zuurstof voorzien. Dit is een gevolg van atherosclerose (dichtslibben van
de aders) en kan leiden tot angina pectoris of een hartinfarct.




3

, Queteletindex (QI): index die de verhouding tussen lengte en gewicht bij een
persoon weergeeft, ook wel body mass index (BMI) genoemd. De BMI wordt veel
gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van over- of ondergewicht.
Premature mortaliteit: overlijden voor de leeftijd waarop dit normaal wordt
verwacht. Meestal vastgesteld op overlijden vóór de leeftijd van 65 jaar.
Derdebetalersregeling: regeling waarbij de patiënt alleen zijn eigen deel van
de kosten aan de zorgverlener betaalt; hij schiet de ziekteverzekering niet voor.
Het ziekenfonds betaalt de tegemoetkoming rechtstreek aan de zorgverlener.
Nulde lijn: de mantelzorgers: mensen die op een niet-professionele basis de
zorg voor een ander opnemen (ouders, kinderen, andere familieleden, buren,
vrienden ect.). in veel gevallen zijn het de mantelzorgers die thuiszorg mogelijk
maken.
Prevalentie: het percentage of aantal mensen op een geven moment in een
bepaalde populatie dat aan een bepaalde ziekte lijdt. Dit begrip verschilt van
incidentie: dit is het aantal of percentage mensen dat een bepaalde ziekte heeft
binnen een bepaald tijdskader. Prevalentie is dus het aantal of het percentage
van bestaande casussen, incidentie dat van nieuwe casussen.
Bypassoperatie van de kransslagaders: een chirurgische ingreep waarbij
aders of slagaders van elders in het lichaam via de aorta in de kransslagaders
worden getransplanteerd; hiermee worden de blokkades omzeild die in de
kransslagaders door atheromen zijn ontstaan ten behoeve van een betere
bloedtoevoer naar het hart.
Sociaal kapitaal: de hulpmiddelen die in een gemeenschap aanwezig zijn om de
sociale organisatie vorm te geven. Deze hulpmiddelen vinden hun
voedingsbodem in acties zoals gemeenschapsactiviteiten, sociale steun,
solidariteit en participatie.
Covariantie: een parameter in de statistiek en kansrekening die bij twee
toevalsvariabelen aangeeft in welke mate de beide variabelen met elkaar
samenhangen.
Het werkstress model van Karasek en Theorell (1990): in dit model worden
de drie belangrijkste factoren voor werkstress geïdentificeerd:
1. De eisen van werk
2. De vrijheid om beslissingen te nemen over de vervulling van deze eisen
(werkautonomie)
3. De beschikbaarheid van sociale ondersteuning




Ambulante bloeddruk: de bloeddruk over een periode, gemeten met een
automatische bloeddrukmonitor tijdens dagelijkse activiteiten.

4

Connected book
 image
Val Morrison, Paul Bennett Gezondheidspsychologie
Publisher: 03 augustus 2020 ISBN: 9789043038904 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H 1, 2, 3, 4, 6, 10, 11, 13, 15 en paragraaf 5.2, 5.3, 5.4.1
Uploaded on
March 22, 2024
Number of pages
33
Written in
2023/2024
Type
Summary
$9.50

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
fgrondsma
4.8
(5)
Sold
19
Followers
11
Items
5
Last sold
1 month ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions