100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Verdiepend Privaatrecht samenvatting

Rating
4.3
(4)
Sold
36
Pages
30
Uploaded on
26-11-2018
Written in
2018/2019

Een uitgebreide samenvatting van het boek Privaatrecht in context. Er is niet gelet op spelfouten. Alle informatie die nodig is voor het tentamen staat in deze samenvatting.

Institution
Course

Content preview

Samenvatting privaatrecht
Week 2
Hoofdstuk 2

Je hebt zonder dat je het weet, heel vaak met privaatrecht te maken. Denk aan
boodschappen doen, een vakantie boeken etc. daarmee heb je te maken met het
privaatrecht.

Arrest baby Kelly: Kelly werd geboren maar zij was geestelijk en lichamelijk gehandicapt.
Deze handicap kwam al eerder in de familie voor. de moeder wilde tijdens de zwangerschap
een vruchtwaterpunctie, maar dit vond de verloskundige niet nodig. Had zij dat wel gedaan,
dan hadden de ouders gekozen voor een abortus. Dit bracht ook een hoop kosten met zich
mee: medische behandeling, intensieve verzorging, de psychiatrische behandeling van de
moeder etc. HR bepaalt dat de verloskundige jegens Kelly in strijd heeft gehandeld met
hetgeen in ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer wordt betaamd. De vrouw
had namelijk een keuze, om het kind te houden, op juiste informatie moeten maken. De
ouders stelde het ziekenhuis en de verloskundige aansprakelijk en vorderde
schadevergoeding voor zichzelf en voor hun dochtertje. De rechtbank wijst de vordering van
de ouders toe. Het gedrag van de verloskundige leverde een toerekenbare tekortkoming op
jegens de moeder, en een OD jegens de vader en Kelly. Daardoor is schade veroorzaakt die
volgens art. 6:97 BW moet worden begroot op een wijze die het meest met de aard ervan in
overeenstemming is. Het hof wijst de vordering voor Kelly toe en de vordering voor de
ouders af. De HR overwoog dat de verloskundige jegens de ouders en het nog ongeboren
kind een zorgplicht had en derhalve in de gegeven omstandigheden een prenataal
onderzoek had moeten verrichten. De vrouw had namelijk een keuze, om het kind te houden
of niet, moeten maken ogv juiste informatie. De HR stelt dat de verloskundige jegens Kelly in
strijd heeft gehandeld met hetgeen in het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer
wordt betaamd. De HR oordeelt dat alle kosten voor de opvoeding en verzorging van Kelly
vergoed moeten worden. de verloskundige en het ziekenhuis zijn derhalve aansprakelijk te
stellen voor het gehandicapte dochtertje en dienen de schadevergoeding te betalen. De
ouders kunnen ook aanspraak maken op immateriële schadevergoeding omdat hun het
keuzerecht om de zwangerschap af te breken is ontnomen. Dit is een aantasting van het
zelfbeschikkingsrecht van de ouders (art. 6:106 BW).

Het driehoekmodel onderscheidt 3 dimensies of momenten in het recht:
1. het normatieve (juridische) moment  dit is het geheel van regels, beslissingen en
beginselen dat gewoonlijk onder recht wordt verstaan (het positieve recht). het geeft
aan wat wij moeten (de geboden), wat wij mogen (de bevoegdheden) en wat wij niet
mogen (de verboden). Wanneer de rechtsnormen worden nageleefd spreken we van
een rechtmatige situatie. In geval van een overtreding van een rechtsnorm is er
sprake van onrechtmatig of wederrechtelijk gedrag.
2. Het ideële (filosofische) moment  dit is het geheel van ideeën, opvattingen en
waarden dat als leidraad en toetssteen fungeert voor het positieve recht. Mensen
laten zich niet alleen door rechtsnormen leiden, maar ook door hun eigen
overtuigingen omtrent goed en kwaad, rechtvaardig en onrechtvaardig.
3. Het actuele (sociologische) moment  daaronder verstaan we zowel het geheel van
maatschappelijke gebruiken n praktijken dat tot het positieve recht heeft geleid, als de
maatschappelijke gebruiken en praktijken die uit het recht voortvloeien.

Rechtsontwikkelingen kunnen veelal worden beschouwd als een wisselwerking tussen het
normatieve, het ideële en het actuele moment. Een voorbeeld hiervan is het Urgenda-vonnis
van de Haagse rechtbank, waarin de Staat het rechterlijk bevel werd opgelegd om zijn
klimaatbeleid aan te scherpen. De procedure was aangespannen door de Stichting Urgenda
en 886 individuele eisers. De vordering tot aanscherping van het klimaatbeleid berustte op
de stelling dat het gevoerde klimaatbeleid volgens geldende wetenschappelijke inzichten

,afkoerst op een gevaarlijke temperatuurstijging, hetgeen als onrechtmatig is te oordelen. Op
basis van de geldende nationale en internationale regelgeving construeerde de rechtbank de
zorgplicht waaraan de overheid zich jegens haar burgers in dit verband heeft te houden. de
rechtbank oordeelde dat de Staat niet aan de zorgplicht voldeed en dat het zijn beleid moest
aanpassen. Dit is een vergaande uitspraak in het licht van de trias politica. De rechter mag
namelijk niet op de stoel van de wetgever en de regering zitten. Op het eerste gezicht lijkt
deze uitspraak in strijd te zijn met de trias politica. Hier is een rechtelijk bevel aan de Staat
tot aanscherping van zijn klimaatbeleid niet in strijd met het beginsel scheiding van machten,
maar draagt juist bij aan de realisatie van dat beginsel. Dit komt doordat het beginsel
scheiding van machten traditioneel toepassing vindt in de verhouding tussen nationale
wetgevende, rechterlijke en bestuurlijke macht. In deze context mag de rechter niet op de
stoel van de wetgever en het bestuur gaan zitten. maar hier zijn ook andere instituties van
belang, zoals de EU (HvJ) de Raad van Europa (EHRM) en de VN. In deze context zijn er
hele andere grenzen te stellen aan het optreden van de rechter.

Volgens de visie van Radbruch moet ieder rechtssysteem 3 waarden hebben: de
gerechtigheid, de rechtszekerheid en de doelmatigheid. De rechtszekerheid eist dat her echt
in duidelijke regels en beslissingen wordt gepositiveerd. De gerechtigheid vereist in ieder
geval dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld en de doelmatigheid eist onder meer dat
het recht effectief is. Deze 3 kernwaarden corresponderen met de drie momenten van het
recht zoals omschreven in het driehoekmodel. Bij het normatieve moment staat de
rechtszekerheid centraal, bij het ideële moment de gerechtigheid en bij het actuele moment
de doelmatigheid.

Het formele rechtspositivisme en het rechtsrealisme gaan beide uit van de centrale,
rechtspositivistische these dat er geen ander recht is dan het tijd- en plaatsgebonden recht.
Zij verstaan echter ieder iets anders onder ‘gelend recht’. Volgens het formele
rechtspositivisme heeft een rechtsregel gelding wanneer zij door een bevoegde wet- of
regelgever is uitgevaardigd. De gelding is dus afhankelijk van de wijze van totstandkoming,
vandaar de term formeel rechtspositivisme. Deze regelgever ontleent zijn bevoegdheid ook
weer aan een (andere) rechtsregel, die op zijn beurt is uitgevaardigd door een (hogere)
regelgever. Die laatste ontleent zijn bevoegdheid aan een weer (andere) rechtsregel enz. Zo
komen we uiteindelijk bij de hoogste rechtsregel in een rechtsorde, zoals vervat in de GW.
Voor het rechtsrealisme ontleent een rechtsregel zijn gelding niet aan de wijze van
totstandkoming, maar aan de naleving van de regel. Een rechtsregel geldt wanneer zij
effectief is, wanneer zij reële gevolgen heeft, wanneer zij menselijk gedrag beïnvloedt. Deze
vorm van rechtspositivisme richt zich kortom op de werkelijkheid waarbinnen het recht
functioneert en waarop het recht invloed uitoefent.
Naast deze 2 heb je ook nog natuurrecht. Het natuurrecht zou prevaleren boven het
positieve recht. Indien het positieve recht in strijd is met het natuurrecht. Het natuurrecht is
het ‘hogere recht’ dan het positieve recht.
Deze 3 rechtstheorieën vormen als het ware de uitvergroting van het driehoekmodel: het
formele rechtspositivisme van het normatieve (juridische) moment, het natuurrecht van het
ideële (filosofische) moment en het rechtsrealisme van het actuele (sociologische) moment.

Belangrijkste verschillen tussen het rechtspositivisme en het natuurrecht:
1. het eerste verschil heeft betrekking op de aard van het criterium voor de gelding van
het recht. Het formeel rechtspositivisme hanteert een formeel geldingscriterium, dat
wil zeggen, de gelding van rechtsregels is afhankelijk van een formeel criterium, los
van inhoudelijke vragen. dat criterium is de wijze van totstandkoming; als een regel
op de juiste wijze tot stand is gebracht, dan si het een geldende rechtsregel. De
natuurrechtstheorie hanteert een materieel geldingscriterium, dat wil zeggen, de
gelding van rechtsregels is afhankelijk van een inhoudelijk criterium, namelijk de
vraag of het aan bepaalde rechtvaardigheidsmaatstaven beantwoordt.

, 2. Het tweede verschil betreft de vraag naar het verband tussen feit en norm, tussen zijn
en behoren. volgens de natuurrechtstheorie zijn feit en norm onlosmakelijk met elkaar
verbonden. De vraag hoe recht is en de vraag hoe het recht zou moeten zijn, hangen
onverbrekelijk samen. Volgens het rechtspositivisme dienen wij echter te
onderscheiden tussen feit en norm, tussen zijn en behoren. de vraag wat het recht is,
dient te worden onderscheiden van de vraag wat het recht zou moeten zijn.
3. Het derde verschil betreft de vraag naar de status van normatieve uitspraken en
morele oordelen. Volgens de natuurrechtstheorie is het mogelijk een absolute
grondslag van morele en normatieve oordelen te vinden, waardoor objectieve kennis
in het domein van recht en moraal denkbaar is. volgens het rechtspositivisme zijn
dergelijke normen het product van mensenwerk, waardoor zij welbeschouwd naar tijd
en plats kunnen en zullen verschillen.

Privaatrecht bestaat zowel uit geschreven rechtsregels (wet, verdrag en jurisprudentie) en
soms uit ongeschreven rechtsregels (gewoonterecht). Het privaatrecht bestaat uit het
driehoekmodel: normatieve, morele en feitelijke elementen.

Week 3
Hoofdstuk 3
Gerechtigheid is de onwankelbare en bestendige wil om ieder zijn recht te doen toekomen,
aldus Ulpianus. Grondbeginselen van het recht zijn: eerbaar leven, de medemens niet
benadelen, ieder het zijne doen toekomen. De wetenschap van het recht volgens hem is:
kennis van goddelijke en menselijke aangelegenheden, het weten van wat rechtvaardig en
onrechtvaardig is. hij schept hier een beeld van eenheid van recht, rechtswetenschap,
rechtvaardigheid en de juristenrij. Recht is de kunst van het billijke en rechtswetenschap is
de kennis van wat goed en billijk is.

Van den Bergh schreef: rechtswetenschap was (en dat is ze in zekere zin tot op de dag van
vandaag gebleven) een techniek van argumenteren op basis van gezaghebbende teksten.

Het jus commune is het algemene recht en het jus speciale is het bijzondere recht.
Gewoontes, regels en beslissingen werden geacht hun grondslag te vinden in het algemene
jus commune. Het jus commune is he tin het Romeinse recht belichaamde
gemeenschappelijke recht, waarin alle recht zijn grondslag vindt. Het jus commune is
algemeen in 2 opzichten: niet alleen doordat het binnen Europa algemene gelding heeft,
maar bovendien omdat het de grondslag is van alle rechtsgebieden. Tegelijkertijd zien wij
aan de middeleeuwse universiteiten de geboorte van de rechtswetenschap als een
zelfstandige, autonome discipline, die gewijd is aan de bestudering van het recht als
gesystematiseerd geheel van kennis, waarin regels en beslissingen worden verklaard in
termen van beginselen die ten grondslag liggen aan het recht als geheel. De
rechtswetenschap werd gekenmerkt door 3 aspecten:
1. vanuit methodologisch opzicht was de middeleeuwse rechtswetenschap een stap
voorwaarts ten opzichte van de rechtsbeoefening door de Romeinen.
2. Vanuit moreel perspectief wordt de scholastiek gekenmerkt door de spanning tussen
het gezag van de tekst enerzijds, en de rationaliteit van de methode anderzijds.
3. Vanuit sociologisch gezichtspunt ten slotte wordt de middeleeuwse rechtswetenschap
gekenmerkt door het verband met de opkomst van de universiteit

De eenheid van het jus commune kwam onder druk te staan door de opkomst van de
natiestaten en het streven om het nationale recht in codificaties vast te leggen. Het jus
commune speelt nu nog een grote rol, maar gaandeweg wordt het niet langer gezien als de
ratio scripta, maar als het recht van een verdwenen samenleving. De bloei van de nationale
staten in de 19de eeuw betekent in feite de ondergang van het jus commune als
gemeenschappelijk recht, hoewel zij inhoudelijk natuurlijk wel haar stempel heft gedrukt op
de nieuwe codificaties. Nationaal recht is dan het geldend recht en de eenheid van het recht

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 26, 2018
Number of pages
30
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

$6.06
Get access to the full document:
Purchased by 36 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 4 reviews
6 year ago

6 year ago

6 year ago

7 year ago

4.3

4 reviews

5
1
4
3
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Kuijpers2 Juridische Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
382
Member since
9 year
Number of followers
242
Documents
29
Last sold
2 year ago

3.9

65 reviews

5
13
4
36
3
13
2
2
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions