1 Hoofdstuk 1: De nieren
Macula densa Cellen gelegen in het deel van de lis van Henle dat contact maakt met het nierlichaampje. Het
bevindt zich maar aan één kant van de tubulus.
Renal blood flow Het volume bloed dat per tijd door de twee nieren stroomt.
Extracellulair volume Het volume van het extracellulaire vocht. Extracellulair vocht zit extracellulair van de cellen. Je
hebt het plasma en het interstitieel vocht.
Effectief circulerend Het volume arterieel plasma dat effectief naar de weefsels stroomt. Het lichaam kan dit meten en
volume (ECV) als je dit vermenigvuldigt met 20 weet men het totale volume extracellulaire plasma.
Sinus caroticus De verbreding aan het begin van de arteria carotis interna. Dit is waar de arteria carotis
communis zich opsplitst in de interne en externe tak.
Extraglomerulaire Het steunweefsel buiten de glomerulaire capillairen. Het is een celtype van het juxtaglomerulaire
mesangiale cellen apparaat.
Juxtaglomerulaire Gewijzigde gladde spieren in de afferente arteriolen. Ze bevatten granulen met renine en ze
cellen kunnen deze vrijzetten in het bloed.
Perfusiedruk (ΔP) Het verschil in de bloeddruk in de arteria renalis (arteriële druk) en in de vena renalis: ΔP.
Podocyten Podocyten bestaan uit een cellichaam, uitlopers en voetjes. Het is een component van de filter.
Starlingkrachten De krachten verantwoordelijk voor vochtverplaatsing in capillairen: uitpers- en aanzuigingskracht.
Uitperskracht Het verschil tussen 2 hydrostatische drukken: binnen (P GC) en in de ruimte van Bowmann (PBS).
Uitperskracht= PGC - BBS.
Aanzuigkracht In het capillair zitten veel meer proteïnen dan in de ruimte van Bowmann en dit veroorzaakt
osmose. Het gaat water aantrekken naar de plaats van hoge concentratie eiwitten.
Filtratiecoëfficient (Kf) De oppervlakte van de filter maal de waterdoorlaatbaarheid van de filter.
Nettofiltratie Het volume dat uitgeperst wordt vermindert met het volume dat aangezogen wordt.
Glomerular filtration Het volume plasma dat per tijd netto gefilterd wordt door de twee nieren samen.
rate (GFR) GFR = Kf * Pf = Kf * [(PGC - BBS) - (πGC – πBS)].
Filtratiedruk (Pf) GFR = Kf * Pf = Kf * [(PGC - BBS) - (πGC – πBS)].
Filtratiefractie (renal De filtratiefractie = GFR/RPF = de hoeveelheid plasma die door de nieren stroom. Er wordt maar
plasma flow) 20% van het plasma gefilterd.
Filtratie Transport van glomerulaire capillairen naar de ruimte van Bowmann.
Secretie Transport van peritubulaire capillairen naar de tubulus.
Reabsorptie Transport van tubulus naar de peritubulaire capillairen.
Excretie Wat uiteindelijk wordt uitgescheiden in de urine. Het resultaat van filtratie, secretie en reabsorptie.
1
, Estimated GRF (eGRF) Een berekende GFR op basis van de plasma creatinine concentratie. Er bestaan verschillende
formules. In de formule houdt men rekening met de leeftijd, geslacht en het ras.
Peri-aquaductaal grijs De grijze hersenstof, gelegen rond het aquaduct. Het PAG werkt als schakelaar in urineerreflex.
Wanneer persoon het urineren wilt uitstellen staat PAG-schakelaar uit en gebeurt er niks.
Wanneer persoon wilt urineren staat PAG-schakelaar aan en de informatie wordt doorgestuurd
naar mictiecentrum.
Zuurtegraad De pH is het negatieve logaritme van de vrije protonenconcentratie. (pH = - log [H+])
− Een lage pH: veel vrije protonen.
− Een hoge pH: weinig vrije protonen.
Zuur Een zuur is een protondonor. Dit zet protonen vrij volgens HA → H+ + A-. We hebben 2 soorten:
− Vluchtige zuren: H2CO3, want zal in longen splitsen in CO2 en H2O. CO2 wordt uitgeademd.
− Niet-vluchtige zuren: andere zuren, waaronder HCl, H2SO4, H3PO4, melkzuur en ketonzuren.
Base Een base is een molecule dat een proton kunnen binden. H+ + B → HB.
Voorbeelden: HCO3-, CO32-
Henderson- ([𝐻𝐶𝑂3−]
𝑝𝐻 = 6,1 + 𝑙𝑜𝑔
0,03 ∗ 𝑃𝐶𝑂2
Hasselbalch
Acidose Een abnormaal zure toestand van het bloed. De pH is te laag.
Alkalose Een abnormaal basische toestand van het bloed. De pH is te hoog.
Hypercapnie Een te hoge PCO2 in het arteriële bloed.
Hypocapnie Een te lage PCO2 in het arteriële bloed.
Respiratoir Respiratoire acidose of alkalose wijst op abnormale verandering PCO2 (noemer).
Metabool Metabole acidose of alkalose wijst op abnormale verandering bicarbonaatconcentratie (teller).
Respiratoire acidose De pH is te laag door een te hoge PCO2. Dit kan veroorzaakt worden door longziekte.
Respiratoire alkalose De pH is te hoog door een te lage PCO2. Dit kan veroorzaakt worden door paniekaanval,
zwangerschap en grote hoogte.
Metabole acidose De pH is te laag door een te lage concentratie bicarbonaat. Dit kan veroorzaakt worden door
toename verlies bicarbonaat, toename verbruik bicarbonaat, afname aanmaak bicarbonaat.
Metabole alkalose De pH is te hoog door een te hoge concentratie bicarbonaat. Dit kan veroorzaakt worden door
het braken van maagvocht.
Acid-ash dieet Een dieet dat gebaseerd op het idee dat je de samenstelling van je dieet kunt veranderen om de
pH van je urine te veranderen. Dierlijke eiwitten en op graan gebaseerde producten staan
centraal in dit dieet, met zeer beperkte hoeveelheden fruit en groenten. Het zorgt ervoor dat je
urine zuurder wordt, wat kan helpen bij het elimineren van sommige soorten nierstenen.
2