Paragraaf 4.2 Epitheel bekleedt lichaamsoppervlakken, holten en buisvormige structuren
en vervult belangrijke functies 2
Paragraaf 4.3 De vorm en het aantal lagen van de cellen bepalen het type epitheel 2
Paragraaf 4.4 Bindweefsel vormt een beschermend structureel raamwerk voor andere
weefseltypen 2
Paragraaf 4.5 Membranen zijn fysieke barrières. In het lichaam komen vier typen voor:
slijmvliezen, sereuze membranen, huidlaag en synoviaalvliezen 3
Paragraaf 4.6 De drie typen spierweefsels, hartspierweefsel en glad spierweefsel 3
Paragraaf 4.7 Zenuwweefsel reageert op prikkels en geleidt elektrische impulsen door
het lichaam 4
Hoofdstuk 4 Het weefselniveau
Terminologie
a- zonder avasculair
apo- vanuit apocrien
cardium hart pericardium
chondros kraakbeen perichondrium
dendron boom dendrieten
desmos verbinding desmosoom
fagein eten macrofaag
glia lijm neuroglia
histos weefsel histologie
holos heel holocrien
hyalos glas hyalien kraakbeen
inter tussen interstitieel
krinein afscheiden exocrien
lacus meer lacunae
meros deel merochrien
neuro zenuw neuron
os bot periost
peri rondom perichondrium
pleura rib pleurale holte
pseudo- vals pseudopodien
sistere zetten interstitieel
soma lichaam desmosoom
squama plaats of schub squameus epitheel
vas vat vasculair
1