Zelfstudie
Hoofdstuk 2: Vraag en aanbod
Vraagcurve: relatie prijs product en hoeveelheid vraag→
dalend
- Alle andere omstandigheden blijven constant
➔ Inverse vraagfunctie: Herleiden vraagfunctie
- Choke price: Vraag 0
Aanbodsfunctie: Relatie prijs product en aanbod → stijgend
- Choke price: Aanbod 0
Marktevenwicht: aanbod = vraag
➔ Anders vraag of aanbod overschot
Veranderingen in vraag en aanbod: Verschuivingen van lijnen
Prijselasticiteit
, ➔ Perfect inelastisch of elastisch
- Complementaire goederen: Goederen die elkaar aanvullen → verhoogde vraag van ene
product zorgt voor verhoogde vraag andere product → kruislingse elasticiteit negatief
- Substitutie goederen: vervangers → kruislingse elasticiteit positief
- Inferieure goederen: meer kopen als inkomen stijgt
- Normale goederen: Vraag blijft gelijk als inkomen stijgt
Hoofdstuk 3: Belasting
Consumentensurplus: verschil tussen prijs die consumenten bereid zijn om te betalen en prijs die ze
daadwerkelijk moeten betalen
Producentensurplus: Het verschil tussen prijs waar producenten een product voor willen verkopen
en prijs waarvoor ze het daadwerkelijk kunnen verkopen
Welvaart: Consumentensurplus + Producentensurplus
Welvaartsverlies: welvaart dat verloren gaat door een inefficiëntie in de markt
➔ Door belasting aanbodscurve omhoog → nieuwe evenwichtsprijs en hoeveelheid
Hogere belasting niet perse hogere belastingopbrengsten
➔ Welvaartsverlies neemt toe met kwadraat belastingtoename
, ➔ Wie grootste gedeelte van belasting betaald wordt bepaald door elasticiteit van vraag en
aanbod
o Vraag product elastisch → grootste deel gedragen belasting voor producent
o Aanbod product elastisch → grootste deel gedragen belasting voor consument
Hoofdstuk 7/8: Volkomen concurrentie
Bepalen marktvorm:
- Aantal bedrijven
- Differentiatie producten
- Barrières van toetreding
4 marktvormen:
- Volkomen concurrentie
- Monopolistische concurrentie
- Oligopolie
- Monopolie
Type kosten
- Vaste kosten
- Variabele kosten
➔ Korte termijn, meeste kosten vast
Kenmerken volkomen concurrentie:
- Producten identiek
- Geen/weinig toetreding barrières
- Veel verschillende aanbieders
- Geen invloed op prijs – prijsnemers
➔ Voor een prijsnemer is de vraagcurve
horizontaal → perfect elastisch bij
martkevenwichtsprijs
➔ Marginale opbrengsten gelijk aan
marktprijs
Winstmaximalisatie
MO=MK
, Hoofdstuk 9: Monopolie
Monopolie
- Uniek product
- Geen andere aanbieders
- Hoge toetreding barrières
- Prijszetter
Vraag en aanbod bij monopolie
- Dalende vraagcurve → MO zijn lager dan vraagcurve
Deadweight loss: welvaartsverlies
Hoofdstuk 2: Vraag en aanbod
Vraagcurve: relatie prijs product en hoeveelheid vraag→
dalend
- Alle andere omstandigheden blijven constant
➔ Inverse vraagfunctie: Herleiden vraagfunctie
- Choke price: Vraag 0
Aanbodsfunctie: Relatie prijs product en aanbod → stijgend
- Choke price: Aanbod 0
Marktevenwicht: aanbod = vraag
➔ Anders vraag of aanbod overschot
Veranderingen in vraag en aanbod: Verschuivingen van lijnen
Prijselasticiteit
, ➔ Perfect inelastisch of elastisch
- Complementaire goederen: Goederen die elkaar aanvullen → verhoogde vraag van ene
product zorgt voor verhoogde vraag andere product → kruislingse elasticiteit negatief
- Substitutie goederen: vervangers → kruislingse elasticiteit positief
- Inferieure goederen: meer kopen als inkomen stijgt
- Normale goederen: Vraag blijft gelijk als inkomen stijgt
Hoofdstuk 3: Belasting
Consumentensurplus: verschil tussen prijs die consumenten bereid zijn om te betalen en prijs die ze
daadwerkelijk moeten betalen
Producentensurplus: Het verschil tussen prijs waar producenten een product voor willen verkopen
en prijs waarvoor ze het daadwerkelijk kunnen verkopen
Welvaart: Consumentensurplus + Producentensurplus
Welvaartsverlies: welvaart dat verloren gaat door een inefficiëntie in de markt
➔ Door belasting aanbodscurve omhoog → nieuwe evenwichtsprijs en hoeveelheid
Hogere belasting niet perse hogere belastingopbrengsten
➔ Welvaartsverlies neemt toe met kwadraat belastingtoename
, ➔ Wie grootste gedeelte van belasting betaald wordt bepaald door elasticiteit van vraag en
aanbod
o Vraag product elastisch → grootste deel gedragen belasting voor producent
o Aanbod product elastisch → grootste deel gedragen belasting voor consument
Hoofdstuk 7/8: Volkomen concurrentie
Bepalen marktvorm:
- Aantal bedrijven
- Differentiatie producten
- Barrières van toetreding
4 marktvormen:
- Volkomen concurrentie
- Monopolistische concurrentie
- Oligopolie
- Monopolie
Type kosten
- Vaste kosten
- Variabele kosten
➔ Korte termijn, meeste kosten vast
Kenmerken volkomen concurrentie:
- Producten identiek
- Geen/weinig toetreding barrières
- Veel verschillende aanbieders
- Geen invloed op prijs – prijsnemers
➔ Voor een prijsnemer is de vraagcurve
horizontaal → perfect elastisch bij
martkevenwichtsprijs
➔ Marginale opbrengsten gelijk aan
marktprijs
Winstmaximalisatie
MO=MK
, Hoofdstuk 9: Monopolie
Monopolie
- Uniek product
- Geen andere aanbieders
- Hoge toetreding barrières
- Prijszetter
Vraag en aanbod bij monopolie
- Dalende vraagcurve → MO zijn lager dan vraagcurve
Deadweight loss: welvaartsverlies