Bij zelfsturend leren zorgen leerlingen er zelf voor dat ze de leerdoelen behalen die de leerkracht
samen met hen bepaald. De leerkracht heef een coachende rol en begeleidt de leerlingen op
momenten dat dat nodig is. Het ontwikkelen van zelfsturing wordt ook wel aangeduid als ‘leren
leren’. De vaardigheden die hierbij centraal staan en die dus nodig zijn om levenslang te kunnen
leren, noemen we ‘metacogniteee eaardigheden’. Die kunnen ze bij uitstek ontwikkelen tjdens
actef leren.
Bij samenwerkend leren werken leerlingen samen aan bepaalde leerdoelen, in duo’s of groepjes van
drie of vier leerlingen. Er zijn allerlei werkvormen mogelijk; de kern is dat leerlingen kennis met
elkaar uitwisselen en ideeën, strategieën en oplossingen bespreken.
Bij zowel zelfsturing als samenwerking gaat het erom dat leerlingen een acteve rol spelen in hun
eigen leerproces: actef leren. Om goed met de groeiende mogelijkheden om te gaan is het nodig
‘levenslang te leren’. Actef leren is hiervoor een geschikt middel. Er zijn 5 uitgangspunten:
1. De leerdoelen staan centraal
2. De leerdoelen sluiten aan bij het niveau van de leerlingen (diferentatet
3. De leerkracht heef een begeleidende rol
4. De leerlingen kunnen zelf keuzes maken in het leerproces
5. De leerlingen werken samen
Verschillende vormen van actef leren:
Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO): het leerproces vindt vooral plaats vanuit de zone van
naaste ontwikkeling, ofwel door zinvolle en betekenisvolle actviteiten die de leerling nog
niet zelfstandig kan, maar wel met ondersteuning van een ander. Ze leren dus in interacte
met de wereld om hen heen.
Erearingsgericht onderwijs (EGO): er wordt geleerd door het opdoen van ervaringen. De
verantwoordelijkheid, actviteit en zingeving van de leerling staan centraal. Leerlingen
ontwikkelen zich op hun eigen niveau en tempo.
Natuurlijk leren: leerlingen maken zelf keuzes en sturen hun eigen leerproces. Op basis van
de leer- en ontwikkelingslijnen formuleren de leerkrachten met elkaar betekenisvolle
opdrachten, die levensecht zijn en door de leerling zelf gekozen worden.
Betekeniseol leren – authentek leren: het leren vindt plaats in een authenteke
(levensechtet leeromgeving. Hierdoor zijn leerlingen meer gemotveerd en vindt er meer
overdracht plaats naar het echte leven.
Adaptef onderwijs: onderwijs dat is aangepast aan de mogelijkheden en behoefen van de
individuele leerling. Een positef pedagogisch klimaat wordt gezien als een voorwaarde voor
de ontwikkeling van kinderen. Er wordt veel diferentate toegepast.
Het ‘nieuwe leren’: begin deze eeuw werd veel gewerkt volgens de uitgangspunten van
actef leren. Door de karikaturen en vele misverstanden rond dit begrip (met name dat de
leerkracht zich terugtrekt en niet begeleid bij actviteitent is het als gevolg van veel ophef
niet doorgezet.