TENTAMEN Beginselen strafrecht
16 december 2013, aanvang 18.30 uur
U mag pas beginnen met het tentamen als de tentamentjd ingaat.
Leest u tot die tjd de informate op dit voorblad heel goed door!
1 Het tentamen bestaat uit 20 meerkeuzevragen en vier open vragen. Controleer voordat u
begint met antwoorden of het tentamen compleet is. U mag het opgavenformulier van de
meerkeuzevragen mee naar huis nemen. Op Blackboard zullen na afoop van het tentamen
de juiste antwoorden worden gepubliceerd.
2 De antwoorden op de meerkeuzevragen moeten worden aangegeven op het
antwoordformulier. De antwoorden op de open vragen moeten worden geschreven op het
opgavenformulier. U moet overal waar daarom wordt gevraagd uw achternaam en
studentnummer vermelden (het tentamen zal uit elkaar worden gescheurd als het wordt
nagekeken). U mag doorschrijven op de achterkant van het opgavenformulier, maar niet op
de achterkant van de vorige vraag.
3. Het maximumaantal punten per vraag wordt tussen haakjes vermeld.
4. Motveer uw antwoorden op de open vragen, zoveel mogelijk volgens de methode van
rechtsvinding.
5 Deponeer uw collegekaart zichtbaar op uw schrijfplank.
6 U mag wetenbundels en een jurisprudentebundel gebruiken, tenzij hierin andere
toevoegingen voorkomen dan onderstrepingen, markeringen, verwijzingen naar
wetsartkelen en tabblaadjes. Het is niet toegestaan losse papieren op uw tafel te hebben.
Ook mag geen zelf meegebracht kladpapier worden gebruikt. Kladpapier wordt uitgedeeld.
7 Mobiele telefoons moeten worden uitgeschakeld (dus niet zacht, maar uit!) en worden
opgeborgen. Zij mogen niet worden gebruikt om te kijken hoe laat het is. Tassen moeten
, worden gesloten en mogen niet worden geopend tjdens het tentamen. Het is streng
verboden met andere studenten te communiceren tjdens het tentamen.
8 U heef maximaal 2,5 uur de tjd voor de beantwoording van de vragen.
,
, achternaam: ......................................................................studentnr.: .............................................
1 Een surveillerende motoragent rijdt ’s avonds door een drukke straat in Amsterdam.
Daar ziet hij een bromfets zonder verlichtng rijden. Hij gaat links naast de bromfets
rijden, en roept: ‘Polite, stoppen!’ De bromfetser voldoet niet aan het stopbevel. Hij
gaat juist harder rijden dan de toegestane maximumsnelheid en negeert vervolgens
tweemaal een rood stoplicht. Even later probeert de agent de bromfetser nogmaals
te laten stoppen door links naast hem te gaan rijden. Dan stuurt de bestuurder zijn
bromfets plotseling naar links, tegen de motor aan. Hierdoor verliest de motoragent
zijn evenwicht, de motor schuif onderuit en de agent valt op de weg. Door de val
heef de agent een hersenschudding en twee gebroken ribben (zwaar lichamelijk
letsel) opgelopen. De bestuurder van de bromfets kan even later worden
aangehouden.
De bestuurder van de bromfets wordt vervolgd voor het opzetelijk toebrengen van
zwaar lichamelijk letsel (art. 302 Sr). Hij verklaart bij de rechter dat hij de agent alleen
wilde afschudden en dat het niet zijn bedoeling was om hem zwaar letsel te laten
oplopen. Is dit een kansrijk verweer? (9 punten)
Vervolg uw antwoord op de achterkant van dit blad.