Juliëtte Spaaie
Tentamen: 45 meerkeuzevragen
Hoofdstuk 1 – Inleiding in het recht
Het recht: regels die ervoor zorgen dat de samenleving in goede banen wordt geleid.
Functes recht:
- Normateve functe: Normen die aangeven wat wenselikk en onwenselikk gedrag is.
- Instrumentele functe: en instrument van de wetgever om bepaald gedrag bik mensen te
realiseren. Bikvoorbeeld aan de rechterkant van weg rikden.
- Aanvullende functe: Als mensen vergeten goede afspraken te maken, dan kunnen ze
terugvallen op de regels van het recht.
- Geschil oplossende functe: Wanneer twee partken hun confict niet kunnen oplossen dan zal
een onafankelikke derde (de rechter) een besluit nemen.
Rechtsbronnen:
- De wet: Codifcate van regels, te vinden als weten in verschillende wetboeken. Deze
worden gemaakt door de formele wetgever (Staten-Generaal en regering).
o Weten in formele zin: opgesteld door de formele wetgever.
o Weten in materille zin: alle bepaling die volgens inhoud als wet gezien kunnen
worden.
- Jurisprudente: Verzameling van uitspraken van de rechter.
- Gewoonterecht: Niet gecodifceerd, ofwel ongeschreven recht. Gedragsliknen, rechtsplicht.
- Het verdrag: en afspraak gesloten door staten en/of volkenrechtelikke organisates.
Het recht biedt rechtszekerheid: de maatschappik moet op een wet kunnen bouwen. Om die reden
worden in weten open normen gebruikt de weten zikn heel ruim opgeschreven.
Nederlandse recht:
- Publiekrecht: verhouding tussen de staat en burgers
o Staatsrecht: Regels over de organisate van de staat (Hoe mogen wik stemmen)
o Bestuursrecht: Regels waar de overheid zich aan moet houden bik het nemen van
beslissingen. Staat, provincie, gemeente en waterschap mogen regels maken.
o Strafrecht: Welke feiten strafaar zikn en wat de straf is (bekeuringen). Regels staan
in wetboek van strafrecht.
- Privaatrecht/burgelikkrecht/sevielrecht: Regelt de verhoudingen tussen burgers (natuurlikke
personen) onderling en tussen burgers en bedrikven (rechtspersonen) onderling.
o Intellectuele eigendom: Dit gaat over de bescherming van voortbrengselen van de
menselikke geest, bikvoorbeeld een liedke of een boek.
o Verbintenissenrecht: Gaat over verbintenissen, dit is een handeling van 1 of meer
personen.
o Goederenrecht: Wie is de eigenaar van een bepaald goed.
o Ondernemingsrecht: Juridische zaken van ondernemingen.
o Personen- en familierecht: Trouwen, scheiden, adopte.
o Arbeidsrecht: Juridische zaken tussen werkgever en werknemer.
, Handhaving rechten
Het recht wordt gehandhaafd door toezicht van de overheid en van de rechter. De rechter oordeelt
over geschillen en overtredingen. De rechter vormt samen met de ofcier van kustte de rechterlikke
macht. r zikn verschillende soorten rechters, in de createve industrie worden de meeste
rechtszaken gevoerd door de privaatrechter. en proces ziet er als volgt uit:
- erste aanleg: Rechtszaak start bik de rechtbank. De partk die start is de eiser, de andere
partk is de gedaagde of verweerder. De rechter doet een uitspraak dit heet een vonnis.
- Hoger beroep: Partk kan naar hof van kustte gaan voor nieuwe uitspraak. De uitspraak van
het gerechtshof heet een arrest.
- In cassate: Partk kan naar hoge raad gaan. De hoge raad neemt geen nieuwe beslissingen
maar kikkt of de wet goed is toegepast. De hoge raad kan een uitspraak doen dit heet arrest.
en zaak moet soms snel behandeld worden dat kan in een kort geding. Dit wordt gedaan
door een voorzieningenrechter.
Grondrechten: De grondbeginselen van de menselikke waardigheid en gelden voor iedereen.
Klassieke grondrechten:
- Houdt overheid op afstand
- Artkel 1 tot en met 18 in grondwet
o Vrikheid van meningsuitng
o Verbod op discriminate
o Recht op privacy
o Kiesrecht
Sociale grondrechten:
- Overheid moet voorzieningen trefen
- Recht op werk, wonen, onderwiks en volksgezondheid
- Artkel 19 tot en met 23 in grondwet
Internatonale wetgeving
Wetgeving is gebonden aan een specifek grondgebied, ieder land is soeverein. Nederland mag alleen
regels maken voor Nederland. Alle rechtsregels die niet van natonaal recht zikn, vallen onder het
internatonaal recht. Dit wordt vaak gelikkgesteld aan het volkenrecht. Het volkenrecht gaat over het
recht dat geldt tussen staten onderling en tussen staten en volkenrechtelikke organisates (Verenigde
Nates en uropese Enie).
uropese unie:
- Primair gemeenschapsrecht: verdragen
o Vrik reizen
o Vrik verkeer van goederen
o uro
- Secundair gemeenschapsrecht:
o Verordening: Bindend besluit dat geldt voor de hele E
o Richtliknen: Leggen een bepaald doel vast dat alle E-landen moeten bereiken, zik
mogen zelf bepalen hoe.
o Besluiten: Gericht tot een of meerdere landen of bedrikven, de geadresseerden.
Besluiten zikn voor hun bindend.
Landen spreken af dat zik samen werken met verplichten, dit heet verdragen. Daarnaast wordt er ook
gewerkt met verklaringen, hierbik mogen geen verplichtngen ziten. In Nederland hebben uropese
rechtsregels supranatonale werking. Dat betekent dat het uropese recht voorgaat op de natonale