Bestuurlijke kaart van Nederland
Universiteit van Utrecht – Beleid en Bestuur
,Inhoudsopgave
,Hoofdstuk 1
Definitie openbaar bestuur
De definitie van openbaar bestuur (= overheid) komt neer op drie kernvragen, wanneer hieraan
wordt voldaan is er sprake van openbaar bestuur.
- Is er sprake van een publiekrechtelijke grondslag (= bestaan van een organisatie dat wettelijk is
vastgesteld, bijv. een gemeente)?
- Is er sprake van contributie of verkoop van producten, of wordt er gefinancierd uit algemene
middelen (bijvoorbeeld belasting)?
- Worden deelbelangen (= vooral gedaan door private organisaties, bijv. leden of aandeelhouders) behartigd
of het algemeen belang (= vooral gedaan door publieke organisaties, bijv. onderwijs of huisvesting) ?
Kenmerken van het Nederlandse openbaar bestuur
- Er is sprake van een constitutionele monarchie (= koning is staatshoofd)
- Er is sprake van een rechtstaat (= de overheid mag alleen handelen o.b.v. wettelijke bevoegdheid, oftewel;
legaliteitsbeginsel) en grondrechten
- Er is sprake van scheiding der machten (= wetgevende, uitvoerende en rechtssprekende macht zijn
onafhankelijk van elkaar)
- Er is sprake van scheiding van kerk en staat
- Er is sprake van een parlementair stelsel met twee pijlers, 1) ministeriele
verantwoordelijkheid en 2) vertrouwensregel. (Parlementair stelsel = bevolking kiest het hoogste
bestuursorgaan (TK). Dit is dualistisch, volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van regering en Staten-Generaal).
- Er is sprake van evenredige vertegenwoordiging (= hoeveelheid zetels is gelijk aan de aanhang
(stemmers) van de partij)
- Er is sprake van een gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Er is geen sprake van een constitutioneel hof
- Er is geen sprake van een juryrechtspraak
- Er is sprake van een functioneel bestuur (= verschillende instanties die een eigen verantwoordelijkheid en
takenpakket hebben, bijv. de waterstaten)
- Nederland is lid van de Europese Unie
Het openbaar bestuurd in NL is als inclusief te typeren, verandering kan pas doorgevoerd worden als
de meerderheid voor stemt.
, Hoofdstuk 2
Staat der Nederlanden
Er is sprake van een ‘staat’ als voldaan wordt aan de onderstaande eisen:
- Er sprake is van een specifiek grondgebied
- Er een bevolking is
- Er een wettelijke ordening is en er een bestuurlijke organisatie die wet- en regelgeving kan
handhaven
- De staat erkend is door andere staten, op internationaal gebied is een VN-lidmaatschap een
teken van erkenning
De Staat der Nederlanden (= juridische term voor de Nederlandse overheid) is een rechtspersoon (= bevoegdheid
om rechtshandelingen te verrichten). Zij maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden (= Nederland,
Aruba, curaçao en Sint-Maarten samen). De konings is staatshoofd van dit geheeld.
Binnen de eilanden wordt de koning vertegenwoordigd door een gouverneur.
De regering bestaat uit de koning en de raad van Ministers. Deze zijn door de koning gekozen. De
eilanden benoemen elk een volmachtigende minister. Deze raad behandelt aangelegenheden die alle
vier de landen raken.
Regering Kabinet
Koning Ministers Staatssecretaris
Eerste Kamer (EK) + Tweede Kamer (TK) = parlement
Nederland is sinds de grondwet van 1815 een constitutionele monarchie (= staat waarin koningschap
verankerd is in een constitutie, een constitutie is een samenhangend geheel van regels die fundamentele beginselen en
hoofdregels vormen voor de inrichting van de staat). De koning is ondergeschikt aan de wet en staat er dus niet
boven. J.R. Thorbecke is ‘architect’ geweest van de grondwet.
Parlementair stelsel
TK is de kern van het parlementaire stelsel.
Het parlementaire stelsel kent 2 principes:
1) De koning is onschendbaar, ministers zijn verantwoordelijk voor hem (= ministeriele
verantwoordelijkheid, ministers moeten verantwoording afleggen over handelingen en uitingen vanuit het
koningshuis). Ministers worden gecontroleerd door het parlement.
2) Het kabinet moet het vertrouwen van de meerderheid van de TK hebben, dit is de
vertrouwensregel. Bij verlies van vertrouwen kan er aftreding van ministers plaatsvinden.
Rechtsstaat
Een rechtstaat heeft de volgende kenmerken:
- Overheidshandelen moet gebaseerd zijn op wetten
- Er dient een machtenscheiding (= trias politica. Volgens deze leer dient de staatsmacht opgedeeld te
worden in de uitvoerende macht, rechtsprekende macht en wetgevende macht) te zijn van de staat, NL
voldoet hier niet volledig aan
- Het bestaan van verkiezingen
- Het bestaan van grondrechten
- Het bestaan van persvrijheid