Cursus 1 – Samen opvoeden
Profiel jeugd
Hogeschool Rotterdam
Leerjaar 2018-2019
INHOUD:
Pardoen, J. (2012). Het ouderperspectief. In: Berk, M., Hoogenboom, A., De Kleermaeker, M.
& Verhaar, K. (Red.), De jeugdprofessional in ontwikkeling. Handboek voor professionals in het
jeugddomein. Alphen aan den Rijn: Kluwer. (blz 8)
Reumers, L. (2015). Samenwerken met ouders: goed voor iedereen. In: Clarijs, R. (Red.), Om
de Jeugd. Perspectief voor beleid en praktijk. Amsterdam: Uitgevrij SWP. (blz 8)
Distelbrink, M. & Pels, T. (2016). Wijkteams Jeugd: omgaan met (etnische) diversiteit. In:
Fukkink, R. & Oostdam, R. (Red.) Onderwijs en opvoeding in een stedelijke context. Van
startbekwaam naar stadsbekwaam. Hfs 17. Bussum: Uitgeverij Couthino. (blz 9)
Let op, dit zijn niet alle samenvattingen uit de reader (zie hiervoor de andere samenvatting)
1
, Pardoen, J. (2012). Het ouderperspectief. In: Berk, M., Hoogenboom, A., De Kleermaeker, M. &
Verhaar, K. (Red.), De jeugdprofessional in ontwikkeling. Handboek voor professionals in het
jeugddomein. Alpen aan den Rijn: Kluwer.
Inleiding
Professionals kunnen niet alleen hun handelen legitimeren met verwijzing naar ‘het belang
van het kind’ maar ook naar die van de ouders. Een goede jeugdprofessional durft te
luisteren naar ouders zelf.
Wat is normaal?
Kinderen zijn gebaat bij een normale opvoeding, maar wanneer is de opvoeding ‘gewoon,
goed genoeg’? De suggestie is dat ouders niet meer vanzelf goede ouders zijn: ze hebben
wetenschappelijke kennis nodig om het ouderschap vorm te geven (= opvoedingscanon).
Wie bepaalt wat goed ouderschap is?
Goed-genoeg-ouderschap is niet goed genoeg meer: opvoeden doe je met een maatschap-
pelijk doel zodat straks de omgeving en de gehele samenleving tevreden zijn: dit legitimeert
ingrijpen door de staat als het misgaat. Dan staat er direct een professional klaar. In contact
met professionals voelen ouders zich gereduceerd tot potentiële kindermishandelaren, wat
steeds vaker een reden is om niet meer in te gaan op uitnodigingen van vb. de schoolarts.
Ouder ben je van nature, met vallen en opstaan
Als professional kan je pas echt wat betekenen als je oprecht rekening houdt en je verplaatst
in de ouder van het kind. Van der Pas: ‘’Ouders zijn zelf groot geworden kinderen die met
vallen en opstaan een minder/meer gelukkig kind grootbrengen’’. Het vallen en opstaan is
een wezenlijk aspect van de ouder-kindrelatie en van opvoeding in het algemeen. Ouders en
kinderen zijn constant in dialoog voor de juiste aanpak wat gepaard gaat met
ruzies/redenaties (= ongehoorzaamheidsdialoog (ruis in huis). Wanneer de veerkracht
afneemt, wrijving en belasting toenemen en steun van omgeving uitblijft, kan dit proces uit de
hand lopen. Dit is normaal: ouders en kinderen leren elkaar, hun eigen grenzen en
mogelijkheden en die van de ander kennen.
Niet weten wat normaal is, maakt onzeker
Als je niet weet hoe ouderschap eruit ziet kan het gebeuren dat je normaal ouderkindgedrag
als problematisch gaat zien. Normaal kindgedrag kan ouders onzeker maken. Het beeld dat
kinderen een perfect leven moeten leiden wordt bevestigd door de maatschappij (tv/cursus).
Problemen met grenzen stellen en gehoorzaamheid zijn dan de meest gestelde vragen aan
professionals. Als je een gillend kind hebt doe je iets niet goed: kinderen horen immers te
gehoorzamen. Wanneer jouw kind niet aan het ideaalbeeld voldoet, heb je als ouder gefaald.
Daarbij is er een toename van geloof in de mythe van een seksloze kindertijd: dat kinderen
seksuele wezens zijn vanaf dat ze geboren zijn, is inmiddels meer een taboe dan een
gegeven. Bij het minste seksuele gedrag raken ouders in paniek.
Paradijsfantasie
Er is nog een ander gefantaseerd ideaal dat een rol speelt in het denken van professionals
over goed ouderschap. Het nostalgische paradijsfantasie (Van der Pas): in het paradijs
ben je omringd door maximaal responsieve moeders die hun leven geheel in dienst stellen
van het kind. Maar zo werkt het niet: vaders en moeders zijn gewone mensen met hun eigen
verplichtingen. Normerende werking van de paradijsfantasie: ook ouders vinden diep in hun
hart dat ze eigenlijk altijd beschikbaar moeten zijn.
Ondermijning van het zelfvertrouwen
De ambitie dat goed-genoeg-ouderschap voor veel ouders niet meer voldoende is maakt hen
2