1. De student kan uitleggen welke stappen een surveyonderzoek heef en welke aspeeten bij elke
stap horen.
Enquête (Survey) zorg ervoor dat:
- Iedereen zelfde vragen
- Iedereen zelfde antwoordalternateven
- Antwoorden systematssc geregistreerd (via sodeboek)
- Statstssce analyses
Open interview:
- Alleen vaste topislijst: vragen kunnen versscillen
- Geen vaste antwoordalternateven.
Wanneer enquête?:
- Algemeen. Als je al genoeg weet om geriscte vragen te stellen.
- Spesifeker. Bij survey-oonderzoek갟 dus als je van veel mensen iets te weten wilt komen over
bijvoorbeeld: attitudes갟 opinies갟 gevoelens갟 gedascten갟 kennis갟 gedragsintentes en
omstandigceden.
Voordelen enquête:
- Snel갟 gemakkelijk갟 goedkoop grote groepen mensen bereiken
- In korte tjd informate verzamelen over ceel veel versscillende onderwerpen
- Informate van versscillende personen is goed vergelijkbaar.
Nadelen enquête:
Soms onbetrouwbaar en niet-o valide door:
- Gebrekkige zelfennis
- Selestef geceugen
- Sosiale wenselijkceid
Lage respons of onderzoeksmoeceid (dat mensen lui zijn갟 de cele tjd maar 3
bijvoorbeeld invullen om er maar van af te zijn)
Stappen die gedaan moeten worden bij surveyonderzoek:
Drie stappen:
1. Duidelijk defniiren van abstraste begrippen. (zoals bijvoorbeeld milieubewust gedrag).
2. Vaststellen van dimensies. (zoals afval ssceiden en energie besparen)
3. Per dimensie meetbare indieatoren formuleren. (bij afval ssceiden: Papier갟 gf afval ssceiden en bij
energie besparen bijvoorbeeld: liscten uitdoen en kaarsen gebruiken)
, 2. De student kan beoordelen of een gebruikte term naar een begrip, dimensie of indieator
verwijst.
Begrip Emansipate (van mannen)
Dimensie Bijdragen aan cuiscoudelijk werk
Indieator -o Koken -o De was doen
-oDit bovenstaande proses ceet:
operationaliseren: Het sonsreet en daarmee meetbaar maken van een onderzoeksonderwerp.
Begrip dimensie (gedeelte van dat hoofdbegrip) indieatoren (gedeelte van de dimensies)
Milieubewust gedrag Energie besparen spaarlampen갟 verwarming lager갟 liscten uit.
‘’ Mobiliteit zuinige rijstjl갟 auto laten staan.
‘’ Voedsel biologissc voedsel kopen갟 restjes eten bewaren.
3. De student kan beoordelen of de geformuleerde vragen en antwoordmogelijkheden voldoen
aan de eisen met betrekking tot eonereetheid, begrijpelijkheid, eenduidigheid, neutraliteit en
verwaehtingen.
Overige belangrijke termen:
- Respondenten: Diegene die worden gevraagd mee te doen aan cet onderzoek
- Respons: Degenen die worden gevraagd en ook werkelijk de vragen beantwoorden
- Non-o respons: degenen die worden gevraagd갟 maar weigeren of onbereikbaar zijn.
- Onderzoeksobjesten: meestal de respondenten. Soms fungeert respondent als informant.
- Item: Onderdeel uit vragenlijst갟 meestal een vraag uit de vragenlijst.
Begrippen in vraag:
- Coneretiseren (eonereetheid): zodanig duidelijk verwoorden van enquêtevragen dat
iedereen weet wat er bedoeld wordt en coe ze de vraag moeten beantwoorden. Alles moet
spesifek aangegeven worden. Dus niet: (ga je vaak naar de bios Geven aan goede doelen is
niet geceel onbaatzusctg). duidelijkceid
- Neutraliteit: Enquêtevragen moeten zo neutraal mogelijk geformuleerd worden zodat
iemand niet wordt beïnvloed door de vraagstelling om voor een antwoordt te kiezen. (Bijv.
bij de vraag: ‘Bent u erg blij met uw baby ’ waarbij je cet antwoord ‘ja’ uitlokt is dus niet
goed).
- Begrijpelijkheid: zodat iedereen de vragen begrijpt moet je dubbelzinnigceid (Eet u goed
Kan over kwaliteit eten gaan갟 of de coeveelceid van cet eten dat goed is) vermijden en
celder taalgebruik toepassen (geen moeilijke woorden en lange onduidelijke zinnen갟 vage
woorden) in je vragen.
- Eenduidigheid: pas op met ontkenningen! Teveel ontkenningen kan de duidelijkceid van de
vraag veranderen. Je moet de vraag eenduidig couden. Met een vraag tegelijk. Dus let ook
op: een vraag tegelijk stellen! (dus niet: Wanneer u zwaar verkouden bent of griep cebt갟
meldt u zisc dan ziek Dit zijn twee vragen en daarom dus onduidelijk)
- Verwaehtingen: als er verwasct wordt van de respondent op een bepaalde manier te
antwoorden갟 bijvoorbeeld: Slaat u vlees bij de maaltjd wel eens over (dan wil je coren dat
iemand ja zegt).