100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting klinische neuropsychologie: H1-H13

Rating
3.8
(8)
Sold
21
Pages
54
Uploaded on
30-09-2018
Written in
2017/2018

Samenvattingen van hoofdstuk 1 t/m hoofdstuk 13 uit het boek Klinische Neuropsychologie (Kessels et al). Gebruikt voor het vak Klinische Neuropsychologie, studie Psychologie aan de Universiteit Utrecht. De overige hoofdstukken (14-22, 25) verkoop ik los en alle hoofdstukken samen zijn ook als een bundel te koop! Ik heb dit open-vragen tentamen uiteindelijk gehaald met een 9,1!

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 t/m h13
Uploaded on
September 30, 2018
File latest updated on
December 8, 2018
Number of pages
54
Written in
2017/2018
Type
Summary

Subjects

Content preview

H1 een historische schets Klinische Neuropsychologie

1.1 inleiding
Om de gevolgen van de effecten van hersenaandoeningen op het psychologisch
functioneren te begrijpen, is kennis over de relatie tussen hersenen en gedrag
belangrijk.
 In 400b.c. dacht Hippocrates al dat (afwijkend) gedrag en gevoel voortkwamen
uit de werking van de hersenen. Hij probeerde hiermee om anderen ervan te
overtuigen om dit soort verschijnselen niet meer toe te schrijven aan
buitenaardse krachten.
 De Grieken en Romeinen zagen het lichaam als een soort samenstel van vuur,
water, bloed en slijm. Als deze niet in balans waren, was er sprake van ziekte.
 Rene Descartes dacht dat lichaam en geest interacteerden door de pijnappelklier
(epifyse). Hierdoor ontstond discussie over de interactie tussen lichaam en geest.
 Franz Joseph Gall stelde een andere benadering voor: er is een groot aantal
mentale organen, gelegen in de grijze schors van de hersenen. Galls opvattingen
werden getoetst met de clinicoanatomische methode: het bestuderen van
uitvalsverschijnselen (op gebied van taal, geheugen, etc.) bij patiënten met
hersenletsel. Na het overlijden werd dan de plaats van de laesie gerelateerd aan
de hand van de functionele stoornis.

1.2 de celtheorie
Belangrijk vraagstuk: waar moeten we de geest lokaliseren?
De Grieken kenden 3 zielen:
 één voor het overleven
 één voor activiteiten in relatie tot de omgeving
 en één hogere-ordeziel, die onderscheid kon maken tussen wat goed en fout was
om te doen.
Dit werd het psychikon hegemonikon genoemd: het sturend principe.

Sommige filosofen merkten op dat er holtes waren in de hersenen: de hersenventrikels
(die toentertijd nog cellen genoemd werden). Deze ‘cellen’ werden beschouwd als
locatie van de geest. Er zijn 3 holtes (‘cellen’)
 sensus communis: informatie uit de verschillende zintuigen komt binnen
 in de tweede cel zou deze info geïnterpreteerd worden tot een beeld: wat stelde
dit beeld voor?
 memoria: in de derde cel werd het beeld opgeslagen

Twee belangrijke kenmerken van de celtheorie
 het gaat om een algemeen systeem van informatieverwerking
 de theorie gaat niet in op individuele verschillen

Fysiognomie: interpretatie van het gelaat > het uiterlijk werd gezien als een reflectie van
het karakter (bedacht door Aristoteles, denk aan: “een gezellige dikkerd”).

1.3 descartes: een ongedeelde geest
Rene Descartes’ uitgangspunt was dat de mens kon worden opgedeeld in lichaam (res
extensa) en geest (res cogitans). De geest is immaterieel en zou dus geen ruimte

,innemen, maar ondanks dat was de geest (volgens Descartes) gehuisvest in een holte in
het midden van de hersenen, en niet verdeeld over de twee hersenhelften: de
pijnappelklier (epifyse). Ook beschreef hij hiermee de reflex: vanuit het hele lichaam
kwamen berichten over de buitenwereld binnen en op basis van herinneringen werden
er weer boodschappen teruggestuurd, waardoor ledematen kunnen bewegen.

Gall beweerde echter dat deze geest zich niet in zo’n holte in de hersenen bevond, maar
juist aan de buitenkant (met name de cortex) van de hersenen.

1.4 Gall en het lokalisatievraagstuk
Hij stelde dat alle psychologische functies aangeboren waren. Vervolgens stelde hij dat
al die functies een eigenstandig orgaan waren. Er was volgens hem niet 1 algemene
informatieverwerkende geest, waarmee hij dus een kenmerk van de celtheorie brak
(kenmerk 1, zie hierboven).
Belangrijke stelling: er was sprake van onafhankelijke functies.
Als een functie beter is, dan is deze beter georganiseerd en groter in omvang, en dit zou
al vast staan bij de geboorte.
Hetzelfde orgaan zit op dezelfde plaats, alleen bij de een is dit orgaan kleiner en bij de
ander groter. Hiermee kon Gall individuele verschillen verklaren en brak hiermee het
tweede kenmerk van de celtheorie.

Pierre Flourens stelde dat het niet om de locatie van leasie ging waardoor bepaalde
functies uitvielen, maar om de omvang van de beschadiging.

1.5 clinicoanatomische methode
Door deze methode is Paul Broca erachter gekomen dat ‘taal’ zich in het voorste deel van
de hersenen bevindt > wordt nu het gebied van Broca genoemd.
Niet taal in zijn geheel zou daar gelokaliseerd zijn, maar alleen het mechanisme om
woorden uit te spreken, en dan met name de sequentie van klanken die past bij een
woord. Ook ondervond hij dat we vooral spreken met de linkerhersenhelft (alle
patiënten met een taalstoornis hadden daar een leasie). Toentertijd was dat een vreemd
idee, omdat men geloofde dat organen met dezelfde vorm ook dezelfde functie moesten
hebben.
Ook legde hij een koppeling tussen asymmetrie in lokalisatie taal (links) en
voorkeurshand (rechts).

Wernicke beweerde dat er een apart centrum voor het herkennen van gesproken
woorden (taalbegrip) was: in de temporaalkwab, omdat dat het eindpunt van de
gehoorbaan was. Tussen dit centrum en het woordproductiecentrum van Broca, zou een
verbindingsbaan lopen. Een stoornis kon ontstaan door een laesie in een van de centra,
of in de verbindingsbaan (bijv. een disconnectie).
Wernicke beschouwde – in tegenstelling tot Gall – dat de hersenen beschouwd moesten
worden als instrument dat sensorische prikkels koppelt aan motorische reacties.

In Engeland heerste een andere opvatting, namelijk die van het empirisme: er is geen
sprake van aangeboren eigenschappen en kennis, alles wordt aangeleerd door middel
van associaties.

,1.6 Holisme
1900: verzet tegen de lokalisatiebeweging in Europa.
 Pierre Marie: er zijn geen verschillende vormen van afasie, er is slechts sprake
van een stoornis van de taalfunctie. Sommigen hadden alleen een probleem met
articulatie, maar dit was volgens hem geen aparte taalstoornis (zoals Broca wel
zei).
 Volgens Constantin von Monakow was de samenhang in het zenuwstelsel veel
sterker dan de lokalisationisten ons wilden doen geloven > bij een bepaalde
functie werken meerdere hersengebieden samen. Ook Freud vond dat het ging
om overlap tussen en samenhang van hersengebieden.
 Kurt Goldstein: goed functioneren van de hersenen is van belang om te kunnen
reflecteren op binnenkomende stimuli in plaats van daar direct op te reageren.
Dit noemde hij abstracte attitude. Hij richtte zich meer op hoe een individu met
zijn omgeving omging dat op het uiteenrafelen van cognitie in allerlei aparte
functies.

Aleksandr Luria vond een balans tussen de holisten en de lokalisationisten.

1.7 Luria: een globaal model
Hij vatte de hersenen-als-geheel op als 1 complex functioneel systeem, waarbinnen
diverse subsystemen een eigen bijdrage aan de gezamenlijke activiteit leveren. Die
subsystemen ontstaan door interacties tussen kind en omgeving tijdens de
ontwikkeling. Het functioneel systeem is flexibel en adaptief.

Volgens Luria bestaan de hersenen uit 3 globale indelingen:
1) drie voortdurend interacterende functionele eenheden
 subcorticaal (regulatie waakzaamheid en aandacht)
 posterieur (cognitieve informatieverwerking)
 anterieur (organisatie van gedrag)
2) drie hiërarchisch geordende niveaus van verwerking (scala)
 primair: verwerking oppervlakkige fysieke kenmerken
 secundair
 tertiair: diepe verwerking van betekenissen en consequenties
3) gedrag dat wel of niet gereguleerd wordt door taalprocessen. Linker- en
rechterhemisfeer. Lateraliteit.

1.8 een eerste aanzet: de testbatterij
Ward Halstead en Ralf Reitan ontwikkelden samen de Halstead-Reitan testbatterij om
verschillende psychologische functies in kaart te brengen. Andere bekende testbatterij:
Luria-Nebraska Neuropsychological Battery

1.9 neuropsychologie als zelfstandig discipline
Norman Geschwind:
dubbele dissociatie > je kunt van onafhankelijke functies spreken als een leasie op plek X
zorgt voor het aantasten van functie A, maar niet van functie B en als een leasie op plex Y
zorgt voor het aantasten van functie B, maar niet van functie A.

, Roger Sperry: onderzoek naar de effecten van split-brainoperatie. Bij ernstige epilepsie
wordt de vezelbaan (die linker met rechterhersenhelft verbindt) doorgesneden. Je sluit
de epilepsie dan als het ware op in 1 hersenhelft, zodat de andere hersenhelft
functioneel intact blijft. De negatieve effecten van het doorsnijden waren zeer beperkt.
Onderzoek hiernaar had belangrijke gevolgen:
 er werd duidelijk dat de rechterhersenhelft in bepaalde functies beter was dan de
linkerhersenhelft. In plaats van een dominante linkerhersenhelft, werd er nu
gesproken over hemisfeerspecialisatie.
 er kwamen meer onderzoeksmethoden om lokalisatie van functie uit te voeren
bij mensen zonder hersenletsel.

1.10 cognitieve neuropsychologie
Jerry Fodor: aantal kenmerken waaraan een module moet voldoen. MODULE
(Een module is zoals: “taalvermogen is een aangeboren specifieke
eigenschap waarbij vooral syntaxis van wezenlijk belang is. Daarbij zijn domain specific
we er ons absoluut niet van bewust dat die taalprocessen werken; innateness
sterker, we kunnen er nauwelijks invloed op uitoefenen. Een dergelijk encapsulated
proces zou je een module kunnen noemen”): fixed neural
 domeinspecifiek: kan alleen bepaalde informatie verwerken architecture
 innateness: is aangeboren
 encapsulated: andere processen hebben geen invloed op de werking van de
module
 fixed neural architecture: de module deelt geen aandachtsprocessen,
geheugenprocessen of andere processen met andere modules.

David Marr speelde ook een essentiële rol in de theorieontwikkeling in de cognitieve
neuropsychologie. Bij een cognitieve functie gaat het om de omzetting van informatie
van een bepaalde soort naar een andere soort: van klank naar betekenis bijvoorbeeld.
Marr meende dat je daarvoor bepaalde regels, algoritmes, moest beschrijven. Je moet
aangeven welke soorten informatie er zijn, welke soorten representatie. Ook moet er
beschreven worden hoe je van de ene soort naar de andere soort komt.
 kunstmatige intelligentie ontstond.
$6.09
Get access to the full document:
Purchased by 21 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing 7 of 8 reviews
4 year ago

5 year ago

6 year ago

6 year ago

6 year ago

6 year ago

Great

6 year ago

3.8

8 reviews

5
1
4
4
3
3
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
noorvholten Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
146
Member since
7 year
Number of followers
107
Documents
15
Last sold
9 months ago

3.6

29 reviews

5
4
4
11
3
12
2
2
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions