Propedeuse Portfolio ICT
Cursist: XXXXX
Studentnummer: XXXXX
Datum: 12 juli 2015
NCOI Opleidingsgroep
HBO Bachelor Informatica Portfolio-begeleider: dhr. H. Feekes
Portfolio-opdrachten Werkplek-begeleider: XXXXX
,Inhoudsopgave
1 Module Netwerktechniek en –beheer ........................................................................................... 3
1.1 Portfolio-opdracht les 2: analyseren subsysteem via 5P ................................................... 3
1.2 Portfolio-opdracht les 4: herkennen van kernontwerp in netwerk .................................... 4
2 Module Systeemontwikkeling ....................................................................................................... 5
2.1 Portfolio-opdracht les 2: modelleertools .............................................................................. 5
2.2 Portfolio-opdracht les 6: UML-diagrammen ......................................................................... 8
3 Module Acceptatietesten en Testmanagement ......................................................................... 10
3.1 Portfolio-opdracht les 2: Acceptatietesten ........................................................................ 10
3.2 Portfolio-opdracht les 4: testbeleid ..................................................................................... 12
4 Module Werkplekbeheer en Kantoorautomatisering ................................................................ 13
4.1 Portfolio-opdracht les 1: Het Nieuwe Werken .................................................................... 13
4.2 Portfolio-opdracht les 5: de uitrol van BYOD .................................................................... 15
5 Module IT-Architectuur ................................................................................................................ 16
5.1 Portfolio-opdracht les 2: toepasbaarheid Enterprise Architectuur ................................. 16
5.2 Portfolio-opdracht les 5: Technology Layer ...................................................................... 17
6 Module Ontwerpen en Programmeren ....................................................................................... 19
6.1 Portfolio-opdracht les 5: opstellen klassendiagram ......................................................... 19
6.2 Portfolio-opdracht les 6: code beoordelen ........................................................................ 20
, 1 Module Netwerktechniek en –beheer
1.1 Portfolio-opdracht les 2: analyseren subsysteem via 5P
Opdrachtomschrijving:
1. Kiest u uit de subsystemen preventie en correctief beheer het subsysteem uit waarnaar uw
interesse uitgaat
2. Beschrijft u met behulp van de 5 P techniek dit subsysteem voor de organisatie van uw
keuze. De 5P techniek is beschreven op bladzijde 23 van het boek Service Management and
The Service Manager.
3. Maakt u duidelijk welke waarde de tools voor de factor 'Process' (en daarmede ook voor de
factor 'Performance') hebben waarmee u in opdracht 2 van deze les hebt geoefend.
Uitwerking:
De 5P techniek beschrijft een vijftal punten waarmee rekening moet worden gehouden wanneer ITSM
geïmplementeerd dient te worden.
Onderstaande beschrijving gebruikt dit model om het subsysteem correctief beheer te analyseren voor
de beheerorganisatie binnen de XXXXXX die het (pas)autoriseer systeem in zijn scope heeft.
People: Medewerker binnen het Cards DevOps-team met de rol Ops-engineer zijn de
verantwoordelijke partij voor het correct functioneren van het betreffende informatiesysteem. Zij
hebben kennis van de interne werking van het systeem en van de verschillende interne en externe
koppelingen met andere informatiesystemen. Ze bezitten de benodigde skills om de controles en
analyses uit te voeren van de correcte werking van het systeem. Ook hebben ze de mindset en het
besef dat productie, oftewel het correct functioneren van het systeem, de hoogste prioriteit heeft. De
medewerkers van de afdeling Operations zijn verantwoordelijk voor het 1e lijns-beheer van het
betreffende systeem en monitoren 24 uur per dag verschillende indicatoren zoals transactie-niveaus.
Processes: Het correctief beheer, bekend als het incident management binnen de organisatie, is op
een simpele en effectieve manier ingericht. Aangezien het DevOps -team niet in direct contact staat
met de eindgebruiker (bijvoorbeeld een klant die gebruik maakt van een geldautomaat), worden alle
incidenten aangemaakt door de 1e lijns-beheerders van de afdeling Operations. Deze partij voert een
incident op en zet deze door naar het DevOps team in het geval dat bekend is dat de oplossing daar
gevonden kan worden. Alvorens dit te doen worden verschillende gegevens gekoppeld aan het
incident zoals de prioriteit en een korte beschrijving. Het DevOps team werkt met een roulerend
schema waarbij een medewerker de binnenkomende incidenten oppakt en indien nodig andere Ops-
of Dev-engineers inschakelt. Na oplossing van het incident wordt dit gecommuniceerd naar de
aanleverende partij en wordt het incident afgesloten.
Products: Incidenten worden aangemaakt in een tool genaamd ‘HP Service Center’, waarin alle
gegeven over het incident ingevoerd kunnen worden. Dit tool is beschikbaar en wordt gebruikt door
alle verschillende oplosgroepen die mogelijk te maken kunnen hebben met een incident. Ook het tool
Ping wordt geregeld gebruikt om te verifiëren dat alle devices tussen de het informatiesysteem en
bijvoorbeeld de geldautomaat beschikbaar zijn.
Partners: De leverancier van het tool ‘HP Service center’ kan worden gezien als een partner. Deze
partij heet Hewlet Packard.
Performance: Ieder aangemaakt incident krijgt een prioriteit aangewezen van 1 t/m 4. Dit cijfer
correspondeert met een maximum aantal uur wat mag verstrijken om het incident op te lossen. Er zijn
KPI’s gedefinieerd waarin het maximum aantal overschrijdingen worden beschreven. Deze KPI’s zijn
opgenomen in de resultaatafspraken (medewerker – manager jaarafspraken) van alle medewerkers
van het DevOps-team.
De beschreven tool ‘HP Service center’ levert een belangrijke bijdrage aan het incident management
proces. Door het verplicht invullen van een aantal belangrijke gegevens bij het opvoeren van een