College 16 februari: Meet the expert:
Middenrif (Diafragma) -> Koepelvormige skeletspier.
- Als het middenrif samentrekt, beweegt hij naar beneden, en wordt de borstkas vergroot.
Esophagus -> Slokdarm
-> Bij inademing duwt het middenrif omlaag, en duwt hiermee op de lever en maag.
- Bij middenrif zwakte -> Wordt het eten minder goed omlaag geduwt, en kan dit zorgen
dat het eten weer terug omhoog komt.
Wanneer iemand op de IC ligt aan de beademing -> Neemt de druk in het middenrif sterk af.
De spier verzwakt, omdat de ademhaling wordt overgenomen door het apparaat.
Weaning failure -> Patiënt kan niet/moeilijk ontwennen van de beademing. Patiënten worden
afhankelijk van de beademing.
- >30% van de IC patiënten.
Na 4 tot 5 dagen aan de beademing neemt de kracht in de cellen van het middenrif sterk af.
Metabolisme = ademfrequentie
In de middenrifspieren, waar de spiersterkte is afgenomen, is er een toegenomen afbraak van 1
bepaald eiwit. -> Deze afbraak zorgt ervoor dat de spier zwakker wordt.
Hoe controleer je of iets in het causale pad ligt? -> Isoleer de factor en kijk of die invloed heeft
op de uitkomsten. = Translationeel onderzoek
,p897-p918 - H23
Ademhaling bevat 2 processen:
Externe ademhaling -> Alle processen die zijn betrokken bij de uitwisseling van zuurstof en
koolstofdioxide binnen het lichaam en daarbuiten.
3 stappen bij externe ademhaling:
1. Long ventilatie -> Ook wel: Ademen. DIt brengt lucht in en uit de longen.
2. Gasdiffusie door het bloed tussen de alveolaire ruimten, alveolaire haarvaten en over
haarvaten muren tussen het bloed en andere weefsels (Eigenlijk gewoon gasdiffusie
tussen weefsels en bloed).
3. Transport van zuurstof en koolstofdioxide tussen haarvaten van alveoli en haarvaten in
andere weefsels (Zuurstof transport naar alle weefsels via het bloed).
Hypoxia -> Verlaagde zuurstofconcentratie in het lichaam, of in een bepaald deel daarvan.
Anoxia -> De zuurstoftoevoer is compleet gestopt.
- Dit is heel schadelijk voor je cellen -> Meeste cellen gaan snel dood.
- Kan bijvoorbeeld ontstaan door een hartaanval.
longventilatie: beweging van lucht in en uit de luchtwegen.
- De primaire functie is om adequate alveolaire ventilatie te houden (AKA, lucht in en uit
de alveoli). Alveoli = luchtblaasjes.
- Door de ventilatie ontstaat er geen opstapeling van koolstofdioxide in de alveoli en
andere weefsels.
Atmosferische druk (Atm) -> drukt ons lichaam en alles om ons heen samen.
- Zorgt ervoor dat lucht in en uit het ademhalingssysteem beweegt.
- Lucht beweegt naar een plek van hoge druk, naar lage druk.
,
, Er is een verschil tussen vloeistoffen en gassen:
Vloeistoffen:
- De moleculen in een vloeistof zijn constant in beweging.
- Worden dicht bij elkaar gehouden door zwakke interacties zoals waterstofbruggen
tussen watermoleculen.
- Vloeistoffen zetten zich af tegen compressie.
Gas:
- De moleculen in een gas bewegen onafhankelijk van elkaar rond.
- Gas moleculen zijn bij normale atmosferische omstandigheden verder van elkaar
vandaan dan moleculen in een vloeistof.
- De zwakke interacties zoals bij vloeistoffen, werken niet omdat de gasmoleculen te ver
weg van elkaar zijn.
-> Stel je voor:
Een container met lucht en atmosferische druk.
- Wanneer het volume van deze container minder wordt -> wordt de druk groter.
- Wanneer het volume groter wordt -> Wordt de druk minder.