SAMENVATTING INLEIDING KWALITATIEVE ANALYSE
Les 1: Qualitative Content Analysis
1) QContA (algemeen)
a. = methode om fenomeen op betrouwbare manier te beschrijven in al zijn
dimensies & kenmerken door categorieën te identificeren in tekstuele data
obv een systematisch codeerproces
b. Focus op concreet + gedetailleerd beschrijven
minder op ontwikkelen abstracte concepten (=Theoretische Analyse) of
verklaren/begrijpen ve fenomeen (=Grounded Theory)
Ontwikkeld vanuit positivistisch denkkader
c. Centrale doelstelling = ontwikkelen nieuw (/uittesten ve bestaand)
codeerschema
d. Ideaal om onontgonnen domein te bestuderen/als opstap voor verede
analyses obv Thematic Analyse/Grounded Theory
e. Onderzoeksvragen vastgelegd vóór verzameling data, sturen focus tijdens
analyse (≠ GT)
f. Hoe?
i. STAP 1 = OV’s uitschrijven
ii. STAP 2 = Steekproef & richtinggevende categorieën (obv OV’s)
opstellen
iii. STAP 3 = Data verzamelen
iv. Kennismaking met data
v. Open coderen (initiële codeer fase)
vi. Categorieën ontwikkelen ( codeboom)
vii. Codeerschema ontwikkelen
viii. Trial coding (=codeerschema testen op een stuk van je data)
ix. Alle data coderen
x. Resultaat uitschrijven
2) STAP 1: Onderzoeksvragen (OV’s) uitschrijven
a. = Open, specifieke vragen die peilen naar rijke beschrijving
i. Ervaringen & percepties
ii. Dagdagelijkse fenomenen
iii. Héél geschikt voor exploratief onderzoek
VB: Hoe hebben kansarme ouders thuisonderwijs ervaren tijdens
de eerste Covid lockdown?
Welke uitdagingen hebben kansarme ouders ervaren?
Hoe gingen ze om met deze uitdagingen?
1
, Wat zijn de hulpbronnen waarvan kansarme ouders gebruik
maken?
b. Data = interviewtranscripties
3) STAP 2: Steekproef & richtinggevende categorieën
a. Steekproef
i. Doelgerichte steekproef
= theoretisch relevante heterogeniteit toelaten
Beperkte omvang: pragmatisch + kijken naar wat andere
studies doen
ii. VB: Ouders in kansarmoede & thuisonderwijs tijdens Corona
Definiëren & afbakenen
Wat is een kansarme ouder? Welke gezinstypes zijn belangrijk
om de ervaringen van kansarme ouders te begrijpen? …
Grens kansarmoede vastgelegd op €1100/maand enkel
gezinnen onder deze grens komen in aanmerking voor
onderzoek
20 interviews met kansarme ouders, waarvan 50%
alleenstaande ouders zin & 50% 2-ouder gezinnen
b. Richtinggevende categorieën
i. = obv OV’s (+literatuur) op voorhand enkele abstracte categorieën
aanduiden, waarvan je denkt dat ze relevant zijn in coderen data
ii. VB: Ouders in kansarmoede & thuisonderwijs tijdens Corona
Welke uitdagingen hebben kansarme ouders ervaren?
Hoe gingen ze om met deze uitdagingen? (coping met)
Wat zijn de hulpbronnen waarvan kansarme ouders gebruik
maakten?
4) STAP 3: Dataverzameling (zie lessen over interviewen & uitvoeren observaties)
5) STAP 4: Kennismaken met data
a. = grondig doornemen vd data voor je codeert
b. Over wat gaat het? Welke actoren komen erin voor? Wat doen ze? In welke
context wordt die tekst geproduceerd? (…?)
c. Neem notities/maak schema’s
2
, 6) STAP 5: Open (initieel) coderen
Doel ve QCA = ontwikkelen codeboom (=coding frame) + nadien codeerschema
(=coding scheme)
a. Hoe codeboom ontwikkelen? 3 strategieën
i. Volledig deductief
= “theory-driven”
= verder uitwerken obv literatuur
ii. Volledig inductief
= “conventionele”/”inductieve”/”tekst- of data driven” QCA
= verder uitwerken obv geselecteerde sample
iii. Gecombineerd
Codes op level 1 (ev. 2) = theory-driven
Codes op level 2 & 3 = data-driven
b. 6 Kenmerken vd codeboom in QCA
i. Voldoende uitvoerig
Je moet label toekennen aan alle codeereenheden (je kan
werken met “restcategorie”
ii. Wederzijds exclusief
Codeereenheid (zin/paragraaf) mag maar onder 1 (sub)code
vallen binnen 1 hoofdcode
iii. Saturatie
Codes Data-driven (/inductief) = kunnen nooit leeg zijn
Codes Theory-driven (/deductief) = kunnen wel leeg zijn
iv. Unidimensionaliteit
Categorieën mogen maar 1 keer voorkomen in codeboom
Theoretisch = pro – cons?
Praktisch = verwarrend bij toepassen Nvivo software (zeker bij
follow-up analyses)
3
, v. Transparant
Er moet duidelijke link zijn tussen betekenis ve label die je
toekent aan een open code & de codeereenheid die daaraan
wordt toegevoegd
vi. Beknopt
Open code/label mag max 3 woorden bevatten
c. Open (initiële) codeerfase
i. STAP 1: Selecteer codeereenheden
Segmentatie vd tekst
Consistent coderen
≠ niveaus: woorden/zinnen/paragrafen
ii. STAP 2: Selecteer belangrijkste categorieën
Obv onderzoeksvraag
Obv dimensies waar je op focust
iii. STAP 3: Categorieën obv dimensies
Tekst bestaande uit verschillende lagen
≠ soorten codes
o Proces codes (naar acties)
= gebruik van gerundi (-ing woorden) om waarneembare/conceptuele actie in de gegevens
aan te duiden
acties verwoven met dynamiek van tijd (vb. dingen die ontstaan, veranderen, in bepaalde
volgordes voorkomen…)
Geschikt voor kwalitatief onderzoek + constructivistisch GT-onderzoek, gericht op wat
mensen doen/uitdagingen van agency (initiële/gerichte/theoretische codering)
4
Les 1: Qualitative Content Analysis
1) QContA (algemeen)
a. = methode om fenomeen op betrouwbare manier te beschrijven in al zijn
dimensies & kenmerken door categorieën te identificeren in tekstuele data
obv een systematisch codeerproces
b. Focus op concreet + gedetailleerd beschrijven
minder op ontwikkelen abstracte concepten (=Theoretische Analyse) of
verklaren/begrijpen ve fenomeen (=Grounded Theory)
Ontwikkeld vanuit positivistisch denkkader
c. Centrale doelstelling = ontwikkelen nieuw (/uittesten ve bestaand)
codeerschema
d. Ideaal om onontgonnen domein te bestuderen/als opstap voor verede
analyses obv Thematic Analyse/Grounded Theory
e. Onderzoeksvragen vastgelegd vóór verzameling data, sturen focus tijdens
analyse (≠ GT)
f. Hoe?
i. STAP 1 = OV’s uitschrijven
ii. STAP 2 = Steekproef & richtinggevende categorieën (obv OV’s)
opstellen
iii. STAP 3 = Data verzamelen
iv. Kennismaking met data
v. Open coderen (initiële codeer fase)
vi. Categorieën ontwikkelen ( codeboom)
vii. Codeerschema ontwikkelen
viii. Trial coding (=codeerschema testen op een stuk van je data)
ix. Alle data coderen
x. Resultaat uitschrijven
2) STAP 1: Onderzoeksvragen (OV’s) uitschrijven
a. = Open, specifieke vragen die peilen naar rijke beschrijving
i. Ervaringen & percepties
ii. Dagdagelijkse fenomenen
iii. Héél geschikt voor exploratief onderzoek
VB: Hoe hebben kansarme ouders thuisonderwijs ervaren tijdens
de eerste Covid lockdown?
Welke uitdagingen hebben kansarme ouders ervaren?
Hoe gingen ze om met deze uitdagingen?
1
, Wat zijn de hulpbronnen waarvan kansarme ouders gebruik
maken?
b. Data = interviewtranscripties
3) STAP 2: Steekproef & richtinggevende categorieën
a. Steekproef
i. Doelgerichte steekproef
= theoretisch relevante heterogeniteit toelaten
Beperkte omvang: pragmatisch + kijken naar wat andere
studies doen
ii. VB: Ouders in kansarmoede & thuisonderwijs tijdens Corona
Definiëren & afbakenen
Wat is een kansarme ouder? Welke gezinstypes zijn belangrijk
om de ervaringen van kansarme ouders te begrijpen? …
Grens kansarmoede vastgelegd op €1100/maand enkel
gezinnen onder deze grens komen in aanmerking voor
onderzoek
20 interviews met kansarme ouders, waarvan 50%
alleenstaande ouders zin & 50% 2-ouder gezinnen
b. Richtinggevende categorieën
i. = obv OV’s (+literatuur) op voorhand enkele abstracte categorieën
aanduiden, waarvan je denkt dat ze relevant zijn in coderen data
ii. VB: Ouders in kansarmoede & thuisonderwijs tijdens Corona
Welke uitdagingen hebben kansarme ouders ervaren?
Hoe gingen ze om met deze uitdagingen? (coping met)
Wat zijn de hulpbronnen waarvan kansarme ouders gebruik
maakten?
4) STAP 3: Dataverzameling (zie lessen over interviewen & uitvoeren observaties)
5) STAP 4: Kennismaken met data
a. = grondig doornemen vd data voor je codeert
b. Over wat gaat het? Welke actoren komen erin voor? Wat doen ze? In welke
context wordt die tekst geproduceerd? (…?)
c. Neem notities/maak schema’s
2
, 6) STAP 5: Open (initieel) coderen
Doel ve QCA = ontwikkelen codeboom (=coding frame) + nadien codeerschema
(=coding scheme)
a. Hoe codeboom ontwikkelen? 3 strategieën
i. Volledig deductief
= “theory-driven”
= verder uitwerken obv literatuur
ii. Volledig inductief
= “conventionele”/”inductieve”/”tekst- of data driven” QCA
= verder uitwerken obv geselecteerde sample
iii. Gecombineerd
Codes op level 1 (ev. 2) = theory-driven
Codes op level 2 & 3 = data-driven
b. 6 Kenmerken vd codeboom in QCA
i. Voldoende uitvoerig
Je moet label toekennen aan alle codeereenheden (je kan
werken met “restcategorie”
ii. Wederzijds exclusief
Codeereenheid (zin/paragraaf) mag maar onder 1 (sub)code
vallen binnen 1 hoofdcode
iii. Saturatie
Codes Data-driven (/inductief) = kunnen nooit leeg zijn
Codes Theory-driven (/deductief) = kunnen wel leeg zijn
iv. Unidimensionaliteit
Categorieën mogen maar 1 keer voorkomen in codeboom
Theoretisch = pro – cons?
Praktisch = verwarrend bij toepassen Nvivo software (zeker bij
follow-up analyses)
3
, v. Transparant
Er moet duidelijke link zijn tussen betekenis ve label die je
toekent aan een open code & de codeereenheid die daaraan
wordt toegevoegd
vi. Beknopt
Open code/label mag max 3 woorden bevatten
c. Open (initiële) codeerfase
i. STAP 1: Selecteer codeereenheden
Segmentatie vd tekst
Consistent coderen
≠ niveaus: woorden/zinnen/paragrafen
ii. STAP 2: Selecteer belangrijkste categorieën
Obv onderzoeksvraag
Obv dimensies waar je op focust
iii. STAP 3: Categorieën obv dimensies
Tekst bestaande uit verschillende lagen
≠ soorten codes
o Proces codes (naar acties)
= gebruik van gerundi (-ing woorden) om waarneembare/conceptuele actie in de gegevens
aan te duiden
acties verwoven met dynamiek van tijd (vb. dingen die ontstaan, veranderen, in bepaalde
volgordes voorkomen…)
Geschikt voor kwalitatief onderzoek + constructivistisch GT-onderzoek, gericht op wat
mensen doen/uitdagingen van agency (initiële/gerichte/theoretische codering)
4