Samenvatting Humane Anatomie
Introductie in de anatomie
Anatomie gaat over:
- Macroscopisch tot microscopisch
- Klinische anatomie
- Embryologie (beschrijft hoe een eicel en spermacel samenkomen, hoe de formatie van
gameten werken en hoe er van daaruit een individu ontstaat
Anatomie = leer van de vorm en inwendige bouw van organismen (betekent letterlijk iets
opensnijden).
Vesalius was een van de grondlegger van de anatomie in de Middeleeuwen. De preparaten die toen
werden gebruikt waren mensen die veroordeeld waren met de doodstraf.
Atomen > eiwitten > filamenten > hartspiercel > spierweefsel > orgaan > orgaansysteem > organisme
Orgaansysteem = verschillende organen die met elkaar samenwerken. Er zijn 13 verschillende
orgaansystemen:
- Integumentum (de huid):
o Bevat:
Huid
Haar
Nagels
Zweetklieren
o Functie:
Beschermen tegen gevaren
Reguleert lichaamstempratuur (homeostase)
Levert informatie doordat het alles monitort/screent
- Skeletsysteem
o Bevat:
Botten
Kraakbeen
Ligamenten (bandensysteem: banden rondom gewrichten of over
structuren)
Beenmerg (een baby heeft bij elk bot rood beenmerg en dat wordt later
vervangen door geel beenmerg wat vettig is)
o Functie:
Ondersteuning en bescherming
Opslag calcium en andere minerale (osteoporose aandoening)
Vormen van bloedcellen (rode beenmerg)
,- Spiersysteem:
o Bevat:
Skelet spieren
Pezen
o Functie:
Mogelijk maken van beweging (capaciteit voor contraheren en ontspannen)
Beschermen en ondersteunen
Warmte genereren t.b.v. lichaamstempratuur (rillen)
- Zenuwstelsel (autonoom en willekeurig)
o Bevat:
Brein
Ruggenmerg (met aftakkingen die perifere zenuwen heten)
Perifere zenuwen
Zintuigen
o Functie:
Vormt directe respons op stimuli
Reguleert activiteiten andere orgaansystemen
Voorziet en interpreteert externe stimuli
- Endocrien systeem (hormonen):
o Bevat:
Hypofyse met de hypothalamus (thermostaat/hypothalamus geeft een
signaal door aan de hypofyse die dan een hormoon uitscheidt)
Pancreas (= alvleesklier maakt insuline)
Schildklier (ligt in de nek)
Bijnieren
o Functie:
Reguleert effect van organen op lange termijn
Past activiteit van stofwisseling aan
Speelt grote rol in ontwikkeling
- Lymfatisch systeem:
o Bevat:
Milt (opslag rode bloedcellen wat zuurstof koppelt)
Thymus (in de borstkast)
Lymfevaten
Tonsillen (amandelen)
o Functie:
Verdediging tegen infectie en ziekte
Geeft weefselvloeistof af aan bloedbaan (homeostase)
,- Spijsverteringssysteem:
o Bevat:
Tanden en tong
Oesofagus (= slokdarm)
Maag
Dunne en dikke darm
Lever, galblaas en pancreas (= alvleesklier)
o Functie:
Verteert en verwerkt voedsel
Absorbeert water en voedingstoffen
Opslag voor energiereserves
- Voortplantingssysteem:
o Bevat bij mannen:
Testes (= teelballen)
Zaadblaasjes (bij de prostaat)
Prostaat (onder de blaas, blijft groeien)
Penis en scrotum (= balzak)
o Bevat bij vrouwen:
Ovaria (= eierstokken)
Baarmoeder
Vagina en labia (= lippen)
Melkklieren
o Functie:
Produceren van geslachtshormonen
Aanmaken van geslachtscellen
Mogelijk maken van bevruchting
Ondersteunen van groei embryo
Embryo voorzien van voeding
- Cardiovasculair systeem:
o Bevat:
Hart
Bloedvaten
Bloed
o Functie:
Distributie van bloed met opgeloste stoffen
Verspreiden van warmte bij regulatie tempratuur
, - Respiratoire systeem:
o Bevat:
Neus- en bijholte
Strottenhoofd
Trachea (luchtpijp met aftakkingen)
Longen
o Functie:
Distributie van lucht naar longblaasjes
Mogelijk maken van gasuitwisseling
Produceren van stemgeluid
- Urinaire systeem:
o Bevat:
Nieren (linker niet ligt hoger doordat aan de rechterkant de levert ligt)
Ureteren (buis)
Blaas
Urethra (plasbuis)
o Functie:
Verwijderen van afvalstoffen uit bloed
Reguleren van water- en elektrolytenbalans
Opslag van urine
Vrouwen hebben vaker een blaasontsteking omdat hun urethra (plasbuis) recht naar
beneden ligt en bij mannen zit er een hoek in.
Aanzichten:
- Frontaal/coronaal: van voren
- Sagittaal/midsagittaal: van zijkant (verticaal doorsnijden)
- Horizontaal/transversaal: doormidden (horizontaal doorsnijden)
Anatomische richtingen:
- Superior of craniaal: naar boven
- Inferior of caudaal: naar onder
- Anterior of ventraal: van voren
- Posterior of doorsaal: van achteren
- Proximaal: dichterbij het centrum van het lichaam
- Distaal: verder van het centrum van het lichaam
- Mediaal: naar het midden toe
- Lateraal: aan de zijkant
pe
Introductie in de anatomie
Anatomie gaat over:
- Macroscopisch tot microscopisch
- Klinische anatomie
- Embryologie (beschrijft hoe een eicel en spermacel samenkomen, hoe de formatie van
gameten werken en hoe er van daaruit een individu ontstaat
Anatomie = leer van de vorm en inwendige bouw van organismen (betekent letterlijk iets
opensnijden).
Vesalius was een van de grondlegger van de anatomie in de Middeleeuwen. De preparaten die toen
werden gebruikt waren mensen die veroordeeld waren met de doodstraf.
Atomen > eiwitten > filamenten > hartspiercel > spierweefsel > orgaan > orgaansysteem > organisme
Orgaansysteem = verschillende organen die met elkaar samenwerken. Er zijn 13 verschillende
orgaansystemen:
- Integumentum (de huid):
o Bevat:
Huid
Haar
Nagels
Zweetklieren
o Functie:
Beschermen tegen gevaren
Reguleert lichaamstempratuur (homeostase)
Levert informatie doordat het alles monitort/screent
- Skeletsysteem
o Bevat:
Botten
Kraakbeen
Ligamenten (bandensysteem: banden rondom gewrichten of over
structuren)
Beenmerg (een baby heeft bij elk bot rood beenmerg en dat wordt later
vervangen door geel beenmerg wat vettig is)
o Functie:
Ondersteuning en bescherming
Opslag calcium en andere minerale (osteoporose aandoening)
Vormen van bloedcellen (rode beenmerg)
,- Spiersysteem:
o Bevat:
Skelet spieren
Pezen
o Functie:
Mogelijk maken van beweging (capaciteit voor contraheren en ontspannen)
Beschermen en ondersteunen
Warmte genereren t.b.v. lichaamstempratuur (rillen)
- Zenuwstelsel (autonoom en willekeurig)
o Bevat:
Brein
Ruggenmerg (met aftakkingen die perifere zenuwen heten)
Perifere zenuwen
Zintuigen
o Functie:
Vormt directe respons op stimuli
Reguleert activiteiten andere orgaansystemen
Voorziet en interpreteert externe stimuli
- Endocrien systeem (hormonen):
o Bevat:
Hypofyse met de hypothalamus (thermostaat/hypothalamus geeft een
signaal door aan de hypofyse die dan een hormoon uitscheidt)
Pancreas (= alvleesklier maakt insuline)
Schildklier (ligt in de nek)
Bijnieren
o Functie:
Reguleert effect van organen op lange termijn
Past activiteit van stofwisseling aan
Speelt grote rol in ontwikkeling
- Lymfatisch systeem:
o Bevat:
Milt (opslag rode bloedcellen wat zuurstof koppelt)
Thymus (in de borstkast)
Lymfevaten
Tonsillen (amandelen)
o Functie:
Verdediging tegen infectie en ziekte
Geeft weefselvloeistof af aan bloedbaan (homeostase)
,- Spijsverteringssysteem:
o Bevat:
Tanden en tong
Oesofagus (= slokdarm)
Maag
Dunne en dikke darm
Lever, galblaas en pancreas (= alvleesklier)
o Functie:
Verteert en verwerkt voedsel
Absorbeert water en voedingstoffen
Opslag voor energiereserves
- Voortplantingssysteem:
o Bevat bij mannen:
Testes (= teelballen)
Zaadblaasjes (bij de prostaat)
Prostaat (onder de blaas, blijft groeien)
Penis en scrotum (= balzak)
o Bevat bij vrouwen:
Ovaria (= eierstokken)
Baarmoeder
Vagina en labia (= lippen)
Melkklieren
o Functie:
Produceren van geslachtshormonen
Aanmaken van geslachtscellen
Mogelijk maken van bevruchting
Ondersteunen van groei embryo
Embryo voorzien van voeding
- Cardiovasculair systeem:
o Bevat:
Hart
Bloedvaten
Bloed
o Functie:
Distributie van bloed met opgeloste stoffen
Verspreiden van warmte bij regulatie tempratuur
, - Respiratoire systeem:
o Bevat:
Neus- en bijholte
Strottenhoofd
Trachea (luchtpijp met aftakkingen)
Longen
o Functie:
Distributie van lucht naar longblaasjes
Mogelijk maken van gasuitwisseling
Produceren van stemgeluid
- Urinaire systeem:
o Bevat:
Nieren (linker niet ligt hoger doordat aan de rechterkant de levert ligt)
Ureteren (buis)
Blaas
Urethra (plasbuis)
o Functie:
Verwijderen van afvalstoffen uit bloed
Reguleren van water- en elektrolytenbalans
Opslag van urine
Vrouwen hebben vaker een blaasontsteking omdat hun urethra (plasbuis) recht naar
beneden ligt en bij mannen zit er een hoek in.
Aanzichten:
- Frontaal/coronaal: van voren
- Sagittaal/midsagittaal: van zijkant (verticaal doorsnijden)
- Horizontaal/transversaal: doormidden (horizontaal doorsnijden)
Anatomische richtingen:
- Superior of craniaal: naar boven
- Inferior of caudaal: naar onder
- Anterior of ventraal: van voren
- Posterior of doorsaal: van achteren
- Proximaal: dichterbij het centrum van het lichaam
- Distaal: verder van het centrum van het lichaam
- Mediaal: naar het midden toe
- Lateraal: aan de zijkant
pe