Leerdoelen:
- De DIO is in staat om de volgende (nieuwe) nutriënten uit te werken op basis van een
voedingskundige analyse: vitamine A (en de carotenoïden/ provitamine A), vitamine B 11 /
foliumzuur, vitamine B12, Vitamine E (en antioxidanten in het algemeen), vitamine K, fosfor (en
fosfaat), zink en vocht
- De DIO kan uitleggen hoe en waarom deze geïdentificeerde nutriënten een rol spelen bij het
verklaren van gegeven casuïstiek
- De DIO kan uitleggen hoe en waarom welke overige nutriënten die reeds in semester 1
behandeld zijn een rol spelen bij het verklaren van gegeven casuïstiek in dit semester 2
- De DIO kan daarbij de voor de betreffende nutriënten opgestelde voedingsnormen
verantwoorden en aanpassen aan andere voedingspatronen en cliëntgroepen die reeds in het
onderwijs aan bod zijn gekomen en de cliënt-/patiëntgroepen die nu in periode 4 worden
behandeld: Nederlands, Turks, Marokkaans, Mediterraan, vegetarisch, veganistisch en
koolhydraatarm voedingspatroon, patiënten met Diabetes mellitus type-1, ondervoeding,
decubitus, kanker, CVA, de ziekte van Parkinson, dementie, de ziekte van Crohn, colitus
ulcerosa (samen IBD), levercirrose, pancreattitis en pancreascarcinoom, cliënten met een
operatie van de tractus digestivus
- De DIO kan de relevante (dieetbehandelings)-richtlijnen toepassen bij andere
voedingspatronen en vertalen naar voedingsmiddelen, uitgaande van de individuele cliënt
- De DIO is in staat om recente ontwikkelingen van de volgende voor dit semester relevante
nutriënten te relateren aan de reeds gemaakte voedingskundige analyse van dat betreffende
nutriënt: vetten, koolhydraten en eiwitten
1
,Nederlandse term Engelse term Betekenis
Gemiddelde behoefte (GB) Estimated average requirement (EAR) Niveau van inneming dat bij een normale verdeling van de behoefte toereikend is voor de helft van een
populatie.
(kijk hiernaar op groepsniveau)
Aanbevolen hoeveelheid (AH) Recommended daily allowlance (RDA) Niveau van inneming dat toereikend is voor vrijwel de gehele populatie, afgeleid van de gemiddelde behoefte.
Ook wel: aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) (kijk hiernaar op individueel niveau)
Adequate inneming (AI) Adequate intake (AI) Niveau van inneming dat toereikend is voor vrijwel de gehele populatie, afgeleid van andere gegevens dan de
gemiddelde behoefte.
Aanvaardbare bovengrens (AB) Tolerable upper limit (UL) Niveau van inneming waarboven de kans bestaat dat ongewenste effecten optreden.
Geschatte gemiddelde energiebehoefte Estimated energy requirement (EER) -
Dagelijkse waarde Daily value (DV) % van het aantal kcal, uitgaande van 2000 kcal/dag
Variatiecoëfficiënt 100% x standaarddeviatie : gemiddelde.
= noodzakelijk om vanuit de GB de AH te berekenen.
Gelijkwaardig aan Engelse term NOAEL Hoogste niveau van inneming waarbij geen ongewenste effecten optreden
Gelijkwaardig aan Engelse term LOAEL Laagste niveau van inneming waarbij geen ongewenste effecten optreden
Nutriënt Voedingsnormen Aanvaardbare bovengrens
Koolhydraten AH= 4,1 gram/kg per dag (40 en%) 70 en%
Eiwitten AH= 0,8 gram/kg per dag (8-9 en%) 25 en%
15-25 en%
Vegetariërs 1,2x hogere behoefte, veganisten 1,3x hogere behoefte.
PDCAAS: bij normale voeding 1,00, bij lacto-ovovegetarisch 0,84 en bij veganistisch
0,77
Vetten AI= 20-40 en% 40 en%
Bij overgewicht: 20 – 30/35 en% Bij overgewicht: 35 en%
Verzadigd vet AI= zo laag mogelijk 10 en%
Enkelvoudig onverzadigd vet
Meervoudig onverzadigd vet AI= 3-12 en% 12 en%
Transvet AI= <1 en% 1 en%
Linolzuur AI= 2 en%
Alfalinoleenzuur AI= 1 en%
Visvetzuren AI= 0,45 gram per dag
Vitamine A AI= 900 µg RAE/dag voor mannen en 700 µg RAE/dag voor vrouwen 3000 µg RAE, maar dit geldt alleen voor retinol
Oude voedingsnormen met RE:
1000 µg RE/dag voor mannen en 800 µg RE/dag voor vrouwen
Vitamine B1 AI= 1,1 mg per dag
Vitamine B6 AH= 1,5 mg per dag 25 mg per dag
Vitamine D AI= 10 µg per dag voor vrouwen van 4-50 jaar en voor mannen van 4-70 jaar; daarna 20 50 µg per dag
µg per dag
Vitamine E AH= 10 mg α-TE/dag voor mannen en 8 mg α-TE/dag voor vrouwen. 300 mg α-TE/dag.
AI= 0,67 mg α-TE per gram MOV in de voeding. De minimumbehoefte is 0,4 mg α-TE
per gram MOV.
Bij een (zeer) laag gehalte aan MOV wordt ten minste 4 mg α-TE/dag aanbevolen.
Calcium AI= 1,0 gram per dag 2,5 gram per dag
2
, Fosfor AH= 700 mg per dag 4000 mg per dag
AI= volgens NNR 600 mg/dag
Kalium AI= 4,7 gram per dag 3700 mg per dag voor kalium uit supplementen
Magnesium AI= 350 mg per dag voor mannen; 280 mg per dag voor vrouwen Volgens U.S. Food and Nutrition Board: 350 mg per dag
voor magnesium uit supplementen
Volgens EU Scientific Committee for Food: 250 mg per dag
voor magnesium uit supplementen
Natrium 2400 mg per dag
Zink AH= 11 mg/dag voor mannen, 8 mg/dag voor vrouwen 40 mg per dag
AI= volgens NNR 9 mg/dag voor mannen, 7 mg/dag voor vrouwen. Volgens NNR 25 mg per dag
Vegetariërs hebben 25 – 30% hogere behoefte
- 1 gram GB = gemiddelde behoefte AH = aanbevolen hoeveelheid 2 SD = 2 x standaarddeviatie AI = adequate inneming AB= aanvaardbare bovengrens
Vezels 2 kcal = 3,4 gram/MJ per dag = 30-40 gram per dag - - -
8,5 KJ 14 gram per 1000 kcal
Bij vezels is er geen echte GB of AH, maar dit is een richtlijn
3
, W1 Koolhydraten en voedingsvezels bij Diabetes mellitus type 1
Chemische structuur
Monosachariden zijn glucose, galactose en fructose (C6H12O6)
Disachariden zijn twee aan elkaar gekoppelde suikermoleculen:
sacharose (glucose + fructose), maltose (glucose + glucose) en
lactose (glucose + galactose). Deze moleculen zijn met elkaar
verbonden op de koolstofatomen 1 en 4, een α 1-4 binding.
Oligosachariden zijn 3 tot 9 gekoppelde monosachariden.
Polysachariden zijn meer dan 9 gekoppelde monosachariden
(C6H10O5)n
N staat voor >9, meestal 200 - 2500
Veelvoorkomende polysachariden zijn zetmeel, glycogeen en
cellulose. Zetmeel kent twee hoofdtypen: amylose (keten van aan elkaar gekoppelde keten van
glucose) en amylopectine (vertakte keten van glucose).
Amylose is een α 1,4 binding, amylopectine is een α 1,4 en α 1,6 binding.
Glycogeen is een vorm waarin koolhydraten worden opgeslagen in het lichaam en heeft een α 1,4 en
α 1,6 binding. Glycogeen is een sterker vertakte keten dan amylopectine.
De onverteerbaarheid van voedingsvezel berust op een andere binding tussen de monosacchariden
bij vezels dan bij disacchariden en zetmeel.
De α- binding is voor de mens splitsbaar, de β- binding is voor mensen niet splitsbaar.
Voedingsvezel bevat de β- binding, de binding is net iets gedraaid/geknikt en daardoor herkennen
enzymen de binding niet (wel nog steeds op 1ste en 4de koolstofatomen).
Zie hier verschil van zetmeel (met α- binding) en cellulose (voedingsvezel, met β- binding)
Functie
Glucose (koolhydraten) dienen als energiebron, alle lichaamscellen kunnen namelijk glucose
metaboliseren. Glucose kan zowel aëroob als anaëroob verbrand worden, dus zowel met als zonder
zuurstof.
Als je de brandstof niet nodig hebt, kun je het opslaan in de vorm van glycogeen.
Glycogeenopslag vindt plaats in zowel de lever (wordt het vooral opgeslagen om
bloedglucosespiegel op peil te houden) als in de spieren (als brandstof; spier levert arbeid en daar
heeft die energie voor nodig). Spierglycogeen kun je dan ook niet gebruiken om je
bloedglucosespiegel op peil te houden.
Als je traint, train je niet alleen je spieren maar dit zorgt er ook voor dat je een grotere opslagcapaciteit
in de spieren krijgt om spierglycogeen in op te slaan.
Door koolhydraten (glucose) te eten, bescherm je je lichaam tegen de afbraak van
4