ZORG EN BEGELEIDING
IN DE GHZ
LOI
, Casus Mats
Mats (9) heeft een matig verstandelijke beperking. Hij zit sinds kort op een
basisschool die speciaal onderwijs aanbiedt. Mats heeft hier minder prikkels en
krijgt meer (individuele) aandacht. Hij werd op zijn vorige school veel overvraagd
en had veel leerproblemen.
Vraag 1
Bij Mats is er sprake van een matige verstandelijke beperking. Er kunnen
hierdoor verschillende leerproblemen voorkomen. Hieronder bespreek ik drie
voorbeelden:
1. Moeite met lezen: Mensen met een matige verstandelijke beperking
hebben vaak moeite met lezen en schrijven. Ze blijven vaak hangen rond
groep 4 niveau van de basisschool. 1
2. Moeite met rekenen: Mensen met een matige verstandelijke beperking
hebben vaak moeite met rekenen. Ze ondervinden moeite met het
begrijpen en toepassen van de getallen en hoeveelheden. 2
3. Moeite met tijdsbesef: Mensen met een matige verstandelijke
beperking hebben vaak moeite met het overzien van tijd. Bepaalde
begrippen die duiden op tijdsaanduidingen zoals ‘vandaag’, ‘gisteren’ of
‘vorig jaar ‘ kunnen problemen opleveren. 3
Vraag 2
Een matige verstandelijke beperking kan leiden tot verschillende
gedragsproblemen. Mogelijk als gevolg van problemen in de opvoeding.
Hieronder geef ik vier voorbeelden:
1. Agressief gedrag vertonen: Mensen met een matige verstandelijke
beperking kunnen agressief gedrag vertonen. Dit uit zich bijvoorbeeld in
slaan of schoppen. Dit zijn voorbeelden van fysieke agressie. Er kan ook
sprake zijn van verbale agressie. Te denken valt dan aan schelden.
2. Zelfbeschadigend gedrag: Zelfbeschadigend gedrag kan ook
voorkomen. Te denken valt hierbij aan bijten, krabben of zichzelf ernstige
verwondingen toebrengen.
3. Teruggetrokken gedrag: Mensen met een matige verstandelijke
beperking kunnen zich terugtrekken uit sociale situaties. Het vermijden
van oogcontact of zicht totaal afzonderen van andere mensen kan
voorkomen.
4. Angstig gedrag: Mensen met een matige verstandelijke beperking
kunnen angstig gedrag vertonen. Het hebben van nachtmerries of het
vermijden van nieuwe situaties kunnen zich voordoen.
Problemen in de opvoeding komen ook bij gezinnen voor die niet te maken
hebben met een verstandelijke beperking. Alle bovengenoemde voorbeelden
kunnen een bepaald gedrag aanwakkeren bij Mats bijvoorbeeld. Het is lastig
te zeggen welk gedrag iemand gaat vertonen, indien er problemen thuis zijn
met de opvoeding.
1
Matige verstandelijke beperking - Medicinfo Encyclopedie
2
Matige verstandelijke beperking - Medicinfo Encyclopedie
3
Matige verstandelijke beperking - Medicinfo Encyclopedie
IN DE GHZ
LOI
, Casus Mats
Mats (9) heeft een matig verstandelijke beperking. Hij zit sinds kort op een
basisschool die speciaal onderwijs aanbiedt. Mats heeft hier minder prikkels en
krijgt meer (individuele) aandacht. Hij werd op zijn vorige school veel overvraagd
en had veel leerproblemen.
Vraag 1
Bij Mats is er sprake van een matige verstandelijke beperking. Er kunnen
hierdoor verschillende leerproblemen voorkomen. Hieronder bespreek ik drie
voorbeelden:
1. Moeite met lezen: Mensen met een matige verstandelijke beperking
hebben vaak moeite met lezen en schrijven. Ze blijven vaak hangen rond
groep 4 niveau van de basisschool. 1
2. Moeite met rekenen: Mensen met een matige verstandelijke beperking
hebben vaak moeite met rekenen. Ze ondervinden moeite met het
begrijpen en toepassen van de getallen en hoeveelheden. 2
3. Moeite met tijdsbesef: Mensen met een matige verstandelijke
beperking hebben vaak moeite met het overzien van tijd. Bepaalde
begrippen die duiden op tijdsaanduidingen zoals ‘vandaag’, ‘gisteren’ of
‘vorig jaar ‘ kunnen problemen opleveren. 3
Vraag 2
Een matige verstandelijke beperking kan leiden tot verschillende
gedragsproblemen. Mogelijk als gevolg van problemen in de opvoeding.
Hieronder geef ik vier voorbeelden:
1. Agressief gedrag vertonen: Mensen met een matige verstandelijke
beperking kunnen agressief gedrag vertonen. Dit uit zich bijvoorbeeld in
slaan of schoppen. Dit zijn voorbeelden van fysieke agressie. Er kan ook
sprake zijn van verbale agressie. Te denken valt dan aan schelden.
2. Zelfbeschadigend gedrag: Zelfbeschadigend gedrag kan ook
voorkomen. Te denken valt hierbij aan bijten, krabben of zichzelf ernstige
verwondingen toebrengen.
3. Teruggetrokken gedrag: Mensen met een matige verstandelijke
beperking kunnen zich terugtrekken uit sociale situaties. Het vermijden
van oogcontact of zicht totaal afzonderen van andere mensen kan
voorkomen.
4. Angstig gedrag: Mensen met een matige verstandelijke beperking
kunnen angstig gedrag vertonen. Het hebben van nachtmerries of het
vermijden van nieuwe situaties kunnen zich voordoen.
Problemen in de opvoeding komen ook bij gezinnen voor die niet te maken
hebben met een verstandelijke beperking. Alle bovengenoemde voorbeelden
kunnen een bepaald gedrag aanwakkeren bij Mats bijvoorbeeld. Het is lastig
te zeggen welk gedrag iemand gaat vertonen, indien er problemen thuis zijn
met de opvoeding.
1
Matige verstandelijke beperking - Medicinfo Encyclopedie
2
Matige verstandelijke beperking - Medicinfo Encyclopedie
3
Matige verstandelijke beperking - Medicinfo Encyclopedie