Gebouwuitrusting – Ventilatie
1. Behaaglijkheid
= een toestand waarin nagenoeg niemand iets over zijn omgeving te klagen
heeft
⇨ als ontwerper is de vraag: “Waarover zou men kunnen klagen?”
1.1 Thermische behaaglijkheid
= een gemoedstoestand die de tevredenheid met de thermische omgeving
uitdrukt
1.2 Ideale comfortcondities
- Beïnvloedt door de temperatuur van de omgeving
- Hart + hersenen constant op 37°C te houden
- Handen en voeten als eerste koud: hart blijft niet moeite doen om bloed
rond te pompen om handen en voeten te verwarmen (eerste delen om af
te sterven bij onderkoeling)
Ideale comfortcondities:
1. Temperatuur (18 – 22°C)
2. Vochtigheid (35 – 65% RV)
3. Luchtkwaliteit (350 – 1500 ppm CO2)
4. Luchtsnelheid (0,13 – 0,22 m/sec)
5. Licht (100 – 3000 lux)
6. Geluid (30 – 70 dB/A)
7. Luchtdruk (890 – 1030 hPa)
1.3 Comfortvergelijking van Fanger
Comfortvergelijking van Fanger (Deense professor)
=> onmogelijk elke gevraagde waarnemer hetzelfde oordeel, wel mogelijk een
gemiddelde te voorspellen: Predicted Mean Vote-index PMV
=> het PMV staat in relatie met het percentage te verwachten ontevreden
waarnemers: Predicted Percentage Dissatified PPD
1.4 Definitie van de comfortklassen voor thermisch comfort
1
, 2. Luchtbehaaglijkheid
2.1 Waarom ventileren we
- Zuurstof toevoeren
- Vochtigheid afvoeren
- Warmte afvoeren
- Polluenten afvoeren
- Geuren afvoeren
Dergelijke ventilatie = ‘Hygiënische ventilatie’
2.2 Zuurstof en Koolstofdioxide
- In ingeademde lucht zit 0,4 % CO2
- In uitgeademde lucht zit 4% CO2
2.3 Invloed van de Relatieve vochtigheid
= een verhouding die aangeeft hoeveel waterdamp de
lucht bevat ten opzicht van de maximale hoeveelheid
waterdamp de lucht kan bevatten (in %) voor een
bepaalde temperatuur
- Vochtigheid onder 30%: gevoelkoud
- Bij 22°C tussen de 35-70%
- In functie van de relatieve vochtigheid een gevoel
krijgen van warm/koude
- Waarde 100% = maximale hoeveelheid
waterdamp => lucht = verzadigd
2.4 Relatieve vochtigheid
Klassen:
I. tussen 30-50%
II. tussen 25-60%
III. tussen 20-70%
Zone 1: Te vermijden ifv droogteproblemen
Zone 2 : Te vermijden ifv ontwikkelingen bacteriën en
microzwammen
2
, Zone 3: Te vermijden ifv ontwikkelingen mijtachtigen
Zone 4: Polygoon van het thermisch comfort
(26°C - 35% = 7g)
VB: Zwembad vochtigheid <60% want anders schimmels
2.5 Effect van de luchtsnelheid
Relatie tussen temperatuur – luchtsnelheid –
behaaglijkheidsgevoel
- Oranje zone: comfortabel
- Hoe lager de operatieve temperatuur, hoe sneller gevoel
van tocht
=> Vanaf een
snelheid
boven de 0,25
m/s bij 22°C
voelt het niet meer zo
comfortabel
- Vraag: hoe lucht
snelheid
geven?
⇨ mechanische
ventilatie
(vroeger
probleem
niet aan de orde)
2.6
Comfortklassen luchtcomfort volgens EN 15251
EN 15251: definieert 4 comfortklassen luchtcomfort
2.7 Buitenluchtkwaliteit
3
1. Behaaglijkheid
= een toestand waarin nagenoeg niemand iets over zijn omgeving te klagen
heeft
⇨ als ontwerper is de vraag: “Waarover zou men kunnen klagen?”
1.1 Thermische behaaglijkheid
= een gemoedstoestand die de tevredenheid met de thermische omgeving
uitdrukt
1.2 Ideale comfortcondities
- Beïnvloedt door de temperatuur van de omgeving
- Hart + hersenen constant op 37°C te houden
- Handen en voeten als eerste koud: hart blijft niet moeite doen om bloed
rond te pompen om handen en voeten te verwarmen (eerste delen om af
te sterven bij onderkoeling)
Ideale comfortcondities:
1. Temperatuur (18 – 22°C)
2. Vochtigheid (35 – 65% RV)
3. Luchtkwaliteit (350 – 1500 ppm CO2)
4. Luchtsnelheid (0,13 – 0,22 m/sec)
5. Licht (100 – 3000 lux)
6. Geluid (30 – 70 dB/A)
7. Luchtdruk (890 – 1030 hPa)
1.3 Comfortvergelijking van Fanger
Comfortvergelijking van Fanger (Deense professor)
=> onmogelijk elke gevraagde waarnemer hetzelfde oordeel, wel mogelijk een
gemiddelde te voorspellen: Predicted Mean Vote-index PMV
=> het PMV staat in relatie met het percentage te verwachten ontevreden
waarnemers: Predicted Percentage Dissatified PPD
1.4 Definitie van de comfortklassen voor thermisch comfort
1
, 2. Luchtbehaaglijkheid
2.1 Waarom ventileren we
- Zuurstof toevoeren
- Vochtigheid afvoeren
- Warmte afvoeren
- Polluenten afvoeren
- Geuren afvoeren
Dergelijke ventilatie = ‘Hygiënische ventilatie’
2.2 Zuurstof en Koolstofdioxide
- In ingeademde lucht zit 0,4 % CO2
- In uitgeademde lucht zit 4% CO2
2.3 Invloed van de Relatieve vochtigheid
= een verhouding die aangeeft hoeveel waterdamp de
lucht bevat ten opzicht van de maximale hoeveelheid
waterdamp de lucht kan bevatten (in %) voor een
bepaalde temperatuur
- Vochtigheid onder 30%: gevoelkoud
- Bij 22°C tussen de 35-70%
- In functie van de relatieve vochtigheid een gevoel
krijgen van warm/koude
- Waarde 100% = maximale hoeveelheid
waterdamp => lucht = verzadigd
2.4 Relatieve vochtigheid
Klassen:
I. tussen 30-50%
II. tussen 25-60%
III. tussen 20-70%
Zone 1: Te vermijden ifv droogteproblemen
Zone 2 : Te vermijden ifv ontwikkelingen bacteriën en
microzwammen
2
, Zone 3: Te vermijden ifv ontwikkelingen mijtachtigen
Zone 4: Polygoon van het thermisch comfort
(26°C - 35% = 7g)
VB: Zwembad vochtigheid <60% want anders schimmels
2.5 Effect van de luchtsnelheid
Relatie tussen temperatuur – luchtsnelheid –
behaaglijkheidsgevoel
- Oranje zone: comfortabel
- Hoe lager de operatieve temperatuur, hoe sneller gevoel
van tocht
=> Vanaf een
snelheid
boven de 0,25
m/s bij 22°C
voelt het niet meer zo
comfortabel
- Vraag: hoe lucht
snelheid
geven?
⇨ mechanische
ventilatie
(vroeger
probleem
niet aan de orde)
2.6
Comfortklassen luchtcomfort volgens EN 15251
EN 15251: definieert 4 comfortklassen luchtcomfort
2.7 Buitenluchtkwaliteit
3