Inhoud
Keuzehoofdstuk: Kern- en deeltjesprocessen ......................................................................................... 2
§1: Subatomaire deeltjes .................................................................................................................... 2
§2: Kernreacties................................................................................................................................... 3
§3: Neutrino’s ...................................................................................................................................... 4
§4: Elementaire deeltjes en het standaardmodel ............................................................................... 5
§5: Versnellen en detecteren .............................................................................................................. 6
Hoofdstuk 13: Quantumwereld............................................................................................................... 7
§1: Licht als golf ................................................................................................................................... 7
§2: Licht als deeltje .............................................................................................................................. 8
§3: Golf-deeltjedualiteit ...................................................................................................................... 9
§4: Opgesloten quantumdeeltjes ........................................................................................................ 9
§5: Onbepaaldheidsrelatie ................................................................................................................ 10
§6: Tunneleffect ................................................................................................................................ 11
, Keuzehoofdstuk: Kern- en deeltjesprocessen
§1: Subatomaire deeltjes
Alfastraling = straling met een positieve lading.
Bètastraling = straling met een negatieve lading.
Gammastraling = straling zonder lading.
Moleculen bestaan uit atomen.
Atoommodel
Protonen, neutronen en elektronen zijn subatomaire deeltjes.
𝑚𝑣 In een wilsonvat / nevelvat bevindt zich damp.
r= 𝐵𝑞 Als een subatomair deeltje tegen een molecuul
r = kromtestraal (m) van de damp aanbotst, gaat het molecuul
ioniseren. Er vindt dan condensatie plaats.
m = massa deeltje (kg) Uiteindelijk vormt er een spoor van druppeltjes.
v = snelheid deeltje (m/s) Bij elke botsing neemt de energie van het
deeltje af. Het nevelvat bevindt zich in een
B = sterkte magnetisch veld (T) magnetisch veld. De geladen deeltjes
ondervinden een lorentzkracht loodrecht op hun
q = lading deeltje (C)
snelheid. Het spoor van de geladen deeltjes
wordt daardoor gekromd.
Kosmische straling = straling uit het heelal in de vorm van geladen en ongeladen
deeltjes.
Antideeltje = deeltje met dezelfde massa maar tegenovergestelde lading.
- Positron = antideeltje elektron.
Antimaterie = verzameling van antideeltjes.
Muon = deeltje met vergelijkbare eigenschappen als een elektron, maar een 200× zo
grote massa.