vMRI02-03 Opbouw zenuwstelsel, hersenen en ruggenmerg
Studiebelasting:
1 SBU
Inleiding
Een MRI onderzoek van de lumbale wervelkolom is een frequent onderzoek op de afdeling
radiologie. Kennis van de anatomie van de lumbale wervelkolom en veel voorkomende
pathologie is daarom belangrijk. De lumbale wervelkolom is een complexe structuur door de
nauwe relatie tussen de lumbale wervels en de organisatie van het zenuwstelsel. Om dit te
begrijpen is enige kennis van het zenuwstelsel noodzakelijk. Tijdens deze zelfstudietaak zal
er een begin worden gemaakt met de anatomie van het zenuwstelsel. In periode 3 zal er
dieper op de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel worden ingegaan.
Doel
Na deze zelfstudietaak is de student in staat om:
- de functies van het zenuwstelsel te benoemen
Het aansturen van de spieren, het verwerken van zintuigelijke prikkels en de emotionele en
cognitieve (kennis opnemen en verwerken) processen.
- de drie hoofd type cellen van het zenuwstelsel benoemen samen met hun functie
● neuronen ( verantwoordelijk voor waarnemingen en voor de bewegingen)
● oligodendrocyten (Om de signalen snel langs het axon te kunnen geleiden)
● astrocyten (Zij bieden fysieke steun en dragen bij het instant houden van het interne
milieu in het zenuwstelsel)
- de relatie tussen het medulla spinalis en wervelkolom te benoemen (anatomie)
de wervelkolom zit om de medulla spinalis (ruggenmerg)heen
Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is actief in alle delen van het lichaam en verantwoordelijk voor sensibele
waarnemingen en voor de bewegingen. Onder sensibele waarnemingen verstaan we de
waarnemingen die gedaan worden met onze zintuigen, dus horen, zien, reuk, smaak en het
tastvermogen (voelen). Het zenuwstelsel is verantwoordelijk voor handhaven van het interne
milieu (homeostase). Het reguleert bijvoorbeeld eten, drinken en slapen. Ook de reactie
(aanpassing) op het externe milieu wordt gereguleerd door het zenuwstelsel (adaptief
gedrag). Tenslotte is het zenuwstelsel belangrijk voor de voortplanting, bijv. het reguleren
van de productie van geslachthormonen.
Celtypen
Om de anatomie en functie van het zenuwstelsel te begrijpen is enige kennis van de type
cellen belangrijk. Er zijn in het zenuwstelsel 3 type cellen te vinden, namelijk:
- neuronen
- oligodendrocyten
- astrocyten
Neuronen
Neuronen zijn zenuwcellen die instaat zijn door middel van kleine elektrische signalen met
andere neuronen te communiceren of andere cellen te activeren. Spiercellen worden
bijvoorbeeld geactiveerd doordat ze gestimuleerd worden door elektrische signalen van
neuronen. Neuronen ontvangen signalen via speciale uitlopers, de dendrieten. Deze
dendrieten geleiden het signaal naar het cellichaam, waar “besloten” wordt om het signaal
door te sturen of om niks te doen. De werking van dit “beslissingsproces” is niet relevant
voor een MBRT student, maar is gebaseerd op de kracht van het signaal dat het neuron
ontvangt. Als het signaal wordt doorgestuurd dan doet een neuron dit via zijn axon. Dit is
een uitloper die van het cellichaam naar een andere cel toe loopt. Deze axonen kunnen heel
kort zijn, maar kunnen ook wel een meter lang zijn. Denk hierbij aan de neuronen die vanuit
, het ruggenmerg de spieren in je been aansturen. Aan het uiteinde van het axon maakt het
neuron contact met andere cellen en kan daar de cellen activeren. (zie figuur 1)
figuur 1. Schematische weergave van neuronen.
Oligodendrocyten
Om de signalen snel langs het axon te kunnen geleiden is het axon geïsoleerd. Deze isolatie
wordt de myelineschede genoemd en bestaat voornamelijk uit vetten. Deze myelineschede
wordt gevormd doordat de uitlopers van oligodendrocyten zich om het axon heen wikkelen.
In het perifere zenuwstelsel hebben Schwanncellen deze functie.
Astrocyten
Dit zijn kleine stervormige cellen die een ondersteunende functie hebben. Zij bieden fysieke
steun en dragen bij het instant houden van het interne milieu in het zenuwstelsel.
Oligodendrocyten en astrocyten worden samen ook wel glia-cellen genoemd. Als er sprake
is van kanker dan kunnen deze cellen uitgroeien tot een glioom.
Anatomie
Het zenuwstelsel is anatomische op te delen in een centraal en perifere zenuwstelsel. Tot
het centrale zenuwstelsel behoren de hersenen en het medulla spinalis (ruggenmerg). Tot
het perifere zenuwstelsel behoren de zenuwen die het ruggenmerg en hersenstam uittreden.
Dit zijn respectievelijk de spinale zenuwen en de craniale zenuwen (zie figuur 1).
Opdracht 1. Benoem is figuur 2 de genummerde anatomische structuren.
1. hersenen
Studiebelasting:
1 SBU
Inleiding
Een MRI onderzoek van de lumbale wervelkolom is een frequent onderzoek op de afdeling
radiologie. Kennis van de anatomie van de lumbale wervelkolom en veel voorkomende
pathologie is daarom belangrijk. De lumbale wervelkolom is een complexe structuur door de
nauwe relatie tussen de lumbale wervels en de organisatie van het zenuwstelsel. Om dit te
begrijpen is enige kennis van het zenuwstelsel noodzakelijk. Tijdens deze zelfstudietaak zal
er een begin worden gemaakt met de anatomie van het zenuwstelsel. In periode 3 zal er
dieper op de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel worden ingegaan.
Doel
Na deze zelfstudietaak is de student in staat om:
- de functies van het zenuwstelsel te benoemen
Het aansturen van de spieren, het verwerken van zintuigelijke prikkels en de emotionele en
cognitieve (kennis opnemen en verwerken) processen.
- de drie hoofd type cellen van het zenuwstelsel benoemen samen met hun functie
● neuronen ( verantwoordelijk voor waarnemingen en voor de bewegingen)
● oligodendrocyten (Om de signalen snel langs het axon te kunnen geleiden)
● astrocyten (Zij bieden fysieke steun en dragen bij het instant houden van het interne
milieu in het zenuwstelsel)
- de relatie tussen het medulla spinalis en wervelkolom te benoemen (anatomie)
de wervelkolom zit om de medulla spinalis (ruggenmerg)heen
Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is actief in alle delen van het lichaam en verantwoordelijk voor sensibele
waarnemingen en voor de bewegingen. Onder sensibele waarnemingen verstaan we de
waarnemingen die gedaan worden met onze zintuigen, dus horen, zien, reuk, smaak en het
tastvermogen (voelen). Het zenuwstelsel is verantwoordelijk voor handhaven van het interne
milieu (homeostase). Het reguleert bijvoorbeeld eten, drinken en slapen. Ook de reactie
(aanpassing) op het externe milieu wordt gereguleerd door het zenuwstelsel (adaptief
gedrag). Tenslotte is het zenuwstelsel belangrijk voor de voortplanting, bijv. het reguleren
van de productie van geslachthormonen.
Celtypen
Om de anatomie en functie van het zenuwstelsel te begrijpen is enige kennis van de type
cellen belangrijk. Er zijn in het zenuwstelsel 3 type cellen te vinden, namelijk:
- neuronen
- oligodendrocyten
- astrocyten
Neuronen
Neuronen zijn zenuwcellen die instaat zijn door middel van kleine elektrische signalen met
andere neuronen te communiceren of andere cellen te activeren. Spiercellen worden
bijvoorbeeld geactiveerd doordat ze gestimuleerd worden door elektrische signalen van
neuronen. Neuronen ontvangen signalen via speciale uitlopers, de dendrieten. Deze
dendrieten geleiden het signaal naar het cellichaam, waar “besloten” wordt om het signaal
door te sturen of om niks te doen. De werking van dit “beslissingsproces” is niet relevant
voor een MBRT student, maar is gebaseerd op de kracht van het signaal dat het neuron
ontvangt. Als het signaal wordt doorgestuurd dan doet een neuron dit via zijn axon. Dit is
een uitloper die van het cellichaam naar een andere cel toe loopt. Deze axonen kunnen heel
kort zijn, maar kunnen ook wel een meter lang zijn. Denk hierbij aan de neuronen die vanuit
, het ruggenmerg de spieren in je been aansturen. Aan het uiteinde van het axon maakt het
neuron contact met andere cellen en kan daar de cellen activeren. (zie figuur 1)
figuur 1. Schematische weergave van neuronen.
Oligodendrocyten
Om de signalen snel langs het axon te kunnen geleiden is het axon geïsoleerd. Deze isolatie
wordt de myelineschede genoemd en bestaat voornamelijk uit vetten. Deze myelineschede
wordt gevormd doordat de uitlopers van oligodendrocyten zich om het axon heen wikkelen.
In het perifere zenuwstelsel hebben Schwanncellen deze functie.
Astrocyten
Dit zijn kleine stervormige cellen die een ondersteunende functie hebben. Zij bieden fysieke
steun en dragen bij het instant houden van het interne milieu in het zenuwstelsel.
Oligodendrocyten en astrocyten worden samen ook wel glia-cellen genoemd. Als er sprake
is van kanker dan kunnen deze cellen uitgroeien tot een glioom.
Anatomie
Het zenuwstelsel is anatomische op te delen in een centraal en perifere zenuwstelsel. Tot
het centrale zenuwstelsel behoren de hersenen en het medulla spinalis (ruggenmerg). Tot
het perifere zenuwstelsel behoren de zenuwen die het ruggenmerg en hersenstam uittreden.
Dit zijn respectievelijk de spinale zenuwen en de craniale zenuwen (zie figuur 1).
Opdracht 1. Benoem is figuur 2 de genummerde anatomische structuren.
1. hersenen