H8 Intelligentie
1.Analytische intelligentie
= geheel van verstandelijke vermogens om abstract, logisch en consistent te redeneren
Belangrijk voor schoolse en professionele (werk) prestaties
Intelligentie wordt gemeten d.m.v. intelligentietests
De eerste intelligentietest (Binet en Simon, 1905)
IQ = mentale leeftijd / chronologische leeftijd x 100
Vb. 5/5 x100 = 100 5-jarige presteert zoals 5-jarige normaal begaafd
5/4 x100 = 125 4-jarige presteert zoals 5-jarige boven begaafd
5/6 x100 = 83 6-jarige presteert zoals 5-jarige onder begaafd
PROBLEEM: werkt alleen voor kinderen want na 25 jaar is men cognitief volwassen (hersenen groeien niet meer)
=>Weschler intelligentietest
Visie per leeftijdsgroep, testen bestaan uit verschillende subtests
- Jonge kinderen (2.5-7 jaar)
WPPSI (Weschler Preschool and Primary Scale of Intelligence)
- Kinderen (6-17 jaar)
WISC (Weschler Intelligence Scale for Children)
- Volwassenen (16-85 jaar)
WAIS (Weschler Adult and Intelligence Scale)
<=> niet-verbale intelligentietests
->Om IQ te meten van mensen die verbale problemen heeft, weinig educatie…
Vb. Raven Progressive Matrices
-Zonder taal
-Zonder educatie
= verbanden vinden
Kenmerken intelligentietests
- Meet een psychologische eigenschap = psychometrische test
Vb. persoonlijkheid, leiderschap
Goede normsteekproef Betrouwbaarheid Validiteit
Vergelijken met gemiddelde van Via hertest zien of het cte is Meet het wat we willen meten?
normsteekproef Correlatie T1 en T2 Begripsval.: meet A het begrip B?
Split-half score (test in twee delen) Inhoudsval.: vragen representatief
Als steek- Parallel (versie 1 versie 2) Congruente val.: correlatie test A en B
proef goed is -> normaal- verdeling Criteriumval.: correlatie test A en
CORRELATIE: 0.90 (heel hoog) criterium B
->betrouwbaarheidsinterval 95% Predictieve val.= criterium val.
N (μ=100, σ=15) IG = 97 [90-104] (toekomst)
5% kans dat de meting ernaast zit
1.Analytische intelligentie
= geheel van verstandelijke vermogens om abstract, logisch en consistent te redeneren
Belangrijk voor schoolse en professionele (werk) prestaties
Intelligentie wordt gemeten d.m.v. intelligentietests
De eerste intelligentietest (Binet en Simon, 1905)
IQ = mentale leeftijd / chronologische leeftijd x 100
Vb. 5/5 x100 = 100 5-jarige presteert zoals 5-jarige normaal begaafd
5/4 x100 = 125 4-jarige presteert zoals 5-jarige boven begaafd
5/6 x100 = 83 6-jarige presteert zoals 5-jarige onder begaafd
PROBLEEM: werkt alleen voor kinderen want na 25 jaar is men cognitief volwassen (hersenen groeien niet meer)
=>Weschler intelligentietest
Visie per leeftijdsgroep, testen bestaan uit verschillende subtests
- Jonge kinderen (2.5-7 jaar)
WPPSI (Weschler Preschool and Primary Scale of Intelligence)
- Kinderen (6-17 jaar)
WISC (Weschler Intelligence Scale for Children)
- Volwassenen (16-85 jaar)
WAIS (Weschler Adult and Intelligence Scale)
<=> niet-verbale intelligentietests
->Om IQ te meten van mensen die verbale problemen heeft, weinig educatie…
Vb. Raven Progressive Matrices
-Zonder taal
-Zonder educatie
= verbanden vinden
Kenmerken intelligentietests
- Meet een psychologische eigenschap = psychometrische test
Vb. persoonlijkheid, leiderschap
Goede normsteekproef Betrouwbaarheid Validiteit
Vergelijken met gemiddelde van Via hertest zien of het cte is Meet het wat we willen meten?
normsteekproef Correlatie T1 en T2 Begripsval.: meet A het begrip B?
Split-half score (test in twee delen) Inhoudsval.: vragen representatief
Als steek- Parallel (versie 1 versie 2) Congruente val.: correlatie test A en B
proef goed is -> normaal- verdeling Criteriumval.: correlatie test A en
CORRELATIE: 0.90 (heel hoog) criterium B
->betrouwbaarheidsinterval 95% Predictieve val.= criterium val.
N (μ=100, σ=15) IG = 97 [90-104] (toekomst)
5% kans dat de meting ernaast zit