Cultuurwetenschappen
trimester 1
Hoofdstuk 1: de democratische rechtstaat
1.1 politieke interesse
Burgerzin: openstaan voor alle aspecten samenleving
1.2 wat is politiek?
Politiek: dagelijkse bestuur van de samenleving
1.3 onderzoek
1.4 over staten, naties en regeringen
Wat is een staat?
o Soevereiniteit (=hoogste macht)
o Territoriale integriteit (= grenzen zijn duidelijk)
o Legitimiteit (= staat drukt wil van volk uit)
o Geweldsmonopolie (= leger, politie)
o Publieke instellingen (= beslissing -> algemeen belang)
Wat is een natie?
o Gesteund op emotionele, sociale en culturele basis
Wat is een regering?
o Tijdelijk, specifiek, ideologisch gekleurd (uitvoerende macht)
Wat is de overheid?
o Hoogste gezag (uitvoerende, wetgevende, rechterlijke)
1.5 democratie
Directe vs indirecte
Politieke vs associatieve
Principes
o Sociaalcontractbegrip (=macht vanuit burgers)
o Vrije en eerlijke verkiezingen
o Individuele autonomie
o Basisvrijheden
o Gelijkheid
1.6 rechtstaat
Rechtszekerheid + rechtsgelijkheid
Constitutie of grondwet
Grondrechten
Scheiding der machten
Legaliteitsbeginsel
1.7: scheiding der machten
Montesquieu
Machtsmisbruik voorkomen
, Geen zuivere scheiding der machten: interdepentie (checks & balances)
De wetgevende macht
o Wetten maken in parlement
o Tweekamerstelsel/ bicamerisme
o Kamer van volksvertegenwoordigers en senaat
De uitvoerende macht
o Dagelijkse bestuur + uitvoeren wetten in de regering
o Staatshoofd (koning)
De rechterlijke macht
o Rechtbanken
Vierde macht: media
1.8: autoritaire regimes
Hoofdstuk 2: breuklijnen, ideologieën en politieke
partijen
2.1 tegenstellingen en breuklijnen
Politieke meningsverschillen ontstaan door maatschappelijke breuklijnen
o Centrum vs perifere
Vorming natiestaten: zelfde identiteit opgelegd -> verzet
Communautaire breuklijn: Waals vs Vlaams
o Kerk vs staat
Mate waarin kerk invloed mag hebben op politieke besluiten
o Arbeid vs kapitaal
Kloof tussen kapitaalbezitters en arbeiders
o Stad vs platteland
Theorie van Inglehart
o Traditioneel vs postmodern
Materialistisch – gelijkheid, leefmilieu,…
Theorie van Kriesi
o Winnaars en verliezers van globalisering
Freezing hypothese: oorzaken sommige conflicten al voorbij, breuklijnen bestaan nog (op
breuklijnen zijn politieke partijen ontstaan)
2.2 ideologieën
= geheel van opvattingen over inrichting samenleving
Liberalisme
o Verlichtingsdenken
o Kenmerken
Individuele vrijheid
Rechtvaardigheid (gelijk geboren, niet gelijk eindigen)
Positief mensbeeld (ratio)
Vooruitgangsdenken (wereld is maakbaar)
Economisch liberalisme
trimester 1
Hoofdstuk 1: de democratische rechtstaat
1.1 politieke interesse
Burgerzin: openstaan voor alle aspecten samenleving
1.2 wat is politiek?
Politiek: dagelijkse bestuur van de samenleving
1.3 onderzoek
1.4 over staten, naties en regeringen
Wat is een staat?
o Soevereiniteit (=hoogste macht)
o Territoriale integriteit (= grenzen zijn duidelijk)
o Legitimiteit (= staat drukt wil van volk uit)
o Geweldsmonopolie (= leger, politie)
o Publieke instellingen (= beslissing -> algemeen belang)
Wat is een natie?
o Gesteund op emotionele, sociale en culturele basis
Wat is een regering?
o Tijdelijk, specifiek, ideologisch gekleurd (uitvoerende macht)
Wat is de overheid?
o Hoogste gezag (uitvoerende, wetgevende, rechterlijke)
1.5 democratie
Directe vs indirecte
Politieke vs associatieve
Principes
o Sociaalcontractbegrip (=macht vanuit burgers)
o Vrije en eerlijke verkiezingen
o Individuele autonomie
o Basisvrijheden
o Gelijkheid
1.6 rechtstaat
Rechtszekerheid + rechtsgelijkheid
Constitutie of grondwet
Grondrechten
Scheiding der machten
Legaliteitsbeginsel
1.7: scheiding der machten
Montesquieu
Machtsmisbruik voorkomen
, Geen zuivere scheiding der machten: interdepentie (checks & balances)
De wetgevende macht
o Wetten maken in parlement
o Tweekamerstelsel/ bicamerisme
o Kamer van volksvertegenwoordigers en senaat
De uitvoerende macht
o Dagelijkse bestuur + uitvoeren wetten in de regering
o Staatshoofd (koning)
De rechterlijke macht
o Rechtbanken
Vierde macht: media
1.8: autoritaire regimes
Hoofdstuk 2: breuklijnen, ideologieën en politieke
partijen
2.1 tegenstellingen en breuklijnen
Politieke meningsverschillen ontstaan door maatschappelijke breuklijnen
o Centrum vs perifere
Vorming natiestaten: zelfde identiteit opgelegd -> verzet
Communautaire breuklijn: Waals vs Vlaams
o Kerk vs staat
Mate waarin kerk invloed mag hebben op politieke besluiten
o Arbeid vs kapitaal
Kloof tussen kapitaalbezitters en arbeiders
o Stad vs platteland
Theorie van Inglehart
o Traditioneel vs postmodern
Materialistisch – gelijkheid, leefmilieu,…
Theorie van Kriesi
o Winnaars en verliezers van globalisering
Freezing hypothese: oorzaken sommige conflicten al voorbij, breuklijnen bestaan nog (op
breuklijnen zijn politieke partijen ontstaan)
2.2 ideologieën
= geheel van opvattingen over inrichting samenleving
Liberalisme
o Verlichtingsdenken
o Kenmerken
Individuele vrijheid
Rechtvaardigheid (gelijk geboren, niet gelijk eindigen)
Positief mensbeeld (ratio)
Vooruitgangsdenken (wereld is maakbaar)
Economisch liberalisme