EN RECHT IN KORT
BESTEK
Vierde druk – Mr. Drs. E.H. Schotman
LexRosa 2018 - Verspreiden niet toegestaan
,Inhoudsopgave
H1 – Moraliteit en ethiek ...................................................................................... 3
H2 – Plichtethiek ................................................................................................... 6
H3 – Gevolgenethiek ............................................................................................. 8
H4 – Deugdethiek ............................................................................................... 10
H5 – Rechtvaardigheid ........................................................................................ 12
H6 – Integriteit .................................................................................................... 15
LexRosa 2018 - Verspreiden niet toegestaan
, H1 – Moraliteit en ethiek
In het algemeen verwijst het begrip moraliteit naar de opvattingen die er zijn ten aanzien van hoe
mensen zich moeten gedragen ten opzichte van elkaar. Het gaat over wat mag en niet mag in de
omgang met de ander, en over de grenzen die aan gedrag gesteld worden.
Concreet is moraliteit: het geheel aan regels, waarden en houdingen dat het gedrag van mensen
reguleert met het oog op de belangen en het welzijn van anderen.
Morele regels begrenzen de individuele vrijheid van handelen. Deze grens wordt gevormd door het
gemeenschappelijk belang dat uitstijgt boven het eigen belang.
Uitwerkingen belangrijkste elementen moraliteit
- Moraliteit gaat over gedrag, men onderscheidt smalle en brede moraliteit.
Smalle moraliteit staat de vraag centraal in hoeverre we rekening moeten houden met de belangen en
het welzijn van de anderen;
Brede moraliteit wordt de vraag naar een zinvol en gelukkig leven betrokken. Wat maakt een leven
zinvol?
- Moraliteit is normatief, moraliteit bevat regels waarmee menselijk gedrag wordt genormeerd.
Er wordt voorgeschreven hoe gehandeld moet worden in de omgang met de ander. Wat is goed/kwaad,
toelaatbaar/ontoelaatbaar, juist of onjuist.
Bouwstenen van de moraliteit
a. Normen;
b. Waarden; en
c. Houdingen
De normen en waarden slaan op gedrag, houding heeft betrekking op de persoon die handelt.
Ad 1. Normen
Morele regels worden normen genoemd. Normen zijn meestal dwingend. Ze gebieden of verbieden
gedrag. Daarnaast zijn er ook gebiedende normen.
Ad 2. Waarden
Het is niet eenvoudig om helder te omschrijven wat waarden zijn. In eerste plaats kunnen dingen
waarde hebben. Bijv. een goed mes, een fijn huis of heerlijk eten. Waarde kan ook negatief zijn,
bijvoorbeeld een saai boek of een waardeloze man.
Er is een verschil tussen de waarde van zaken en die van mensen. Zaken hebben een objectwaarde en
alleen mensen hebben een morele waarde, een mens kan je moreel goed/slecht noemen en een doos
niet.
Waarden geven aan wat goed gewenst en waardevol is. Waarden worden pas zichtbaar als de mens
handelt. Waarden kunnen bijvoorbeeld als een principe fungeren. Waarden kunnen worden opgedeeld
in morele en objectwaarden.
Morele waarden definiëren wie je bent (goed of minder goed mens). Bijvoorbeeld door eerlijkheid,
wijsheid en rechtvaardigheid.
Objectwaarden bepalen het handelen, maar maken een mens niet per se een goed mens. Bijvoorbeeld
geluk, rijkdom of vriendschap. Objectwaarden zeggen niet wie je bent, maar wat je hebt of wilt
hebben.
LexRosa 2018 - Verspreiden niet toegestaan