12. Aandoeningen van de neusbijholten
12.1. Rinosinusitis – p.232
12.1.1. Inleiding en definities
12.1.2. Epidemiologie
Primaire cilliaire dyskinesie: zeldzame erfelijke aandoening v/d trilharen van de
luchtwegen, waarbij infecties ontstaan in de longen en in het keel-neus-oorgebied.
12.1.3. Waarom krijgt iemand een rinosinusitis?
Septumdeviatie: Een scheefstand van het neustussenschot. Scheiding tussen de linker
en rechterneusholte bestaat uit kraakbeen en bit met laagje slijmvlies.
Osteomeatale complex: één centimeter onder de ooghoeken komen de kaakholtes uit
in de neus. Dit deel van neus verstopt => kunnen de kaakholtes niet op de juiste wijze
vocht afvoeren en kan er een infectie ontstaan.
Ziekte van Wegener: de wanden van de kleine bloedvaten ontstoken raken, door
afweercellen van het lichaam zelf. Verminderde aanvoer van bloed naar de weefsels en
organen en hierdoor sterven deze af.
Syndroom van Churg-Strauss: auto-immuunziekte die wordt gekenmerkt door een
chronische ontsteking van de kleine bloedvaten tot de middelgrote slagaderen.
Dentogene cysten: pathologische holten in de onder- en (of) bovenkaak, bekleed met
epitheel dat te maken heeft/had met de vorming van gebitselementen en die gevuld
zijn met vocht of een brij.
Syndroom van Kartagener: erfelijke aandoening die gepaard gaat met een verminderde
beweeglijkheid van de trilharen (cilia). Doordat hierdoor de luchtwegen worden
aangetast, ontstaan er blijvende verwijdingen van de luchtwegen (bronchiën).
12.1.4. Rinosinusitis bij kinderen
12.1.5. Chronische rinosinusitis met neuspoliepen
12.1.6. Diagnose
12.1.7. Beeldvorming
Cone beam CT-scan: met röntgenstralen wordt een driedimensionaal beeld gemaakt
v/d aangezichtsschedel, de holtes in uw hoofd, de onder- en bovenkaak en kaakkopjes.
12.1.8. De relatie tussen bovenste en onderste luchtwegen
Bronchospasmen: een strak en benauwd gevoel op de borst.
12.1.9. Behandeling rinosinusitis
Corticosteroïden: bijnierschorshormoon. Nodig om energie, mineralen en zouten vrij te
maken en op te slaan. Verder remt het ontstekingen en overgevoeligheidsreacties.
Behandeling van acute rinosinusitis
Probiotica: producten die grote hoeveelheden nuttige melkzuurbacteriën bevatten.
Deze bacteriën, zoals bv de lactobacillen en bifidobacteriën, overleven het maagzuur en
bereiken daardoor de darm.
Medicamenteuze behandeling van chronische rinosinusitis met neuspoliepen
Anti-inflammatoire: middelen met de werking die bestaat uit het tegengaan van
inflammatie, ofwel ontsteking.
Leukotriënen: lipides met een hormoon-achtige functie. Spelen een rol in allergieën.
Chirurgische behandeling van chronische rinosinusitis met en zonder neuspoliepen
Polypectomie: verwijderen van poliepen dmv operatie (voor onderzoek).
Ratio: een getal dat een bepaalde verhouding weergeeft. (kerngetal).