Economie = huishoudkunde
Consumentenhuishoudingen = gezinnen
- Nutsmaximalisatie
Bedrijfshuishoudingen = bedrijven
- Winstmaximalisatie
Schaarste = spanning tussen behoeften en beschikbare middelen
Alternatief aanwendbaar = meerdere combinaties mogelijk
Behoeften = het menselijk verlangen waaraan voldaan wordt door de beschikking over
schaarse goederen en diensten
Welvaart = de mate waarin de spanning tussen behoeften en beperkte middelen is
opgeheven
- Welvaartsgroei: wordt gekeken naar de koopkracht, gezondheid, gelijkheid,
inkomsten en milieu
Welzijn = de mate van de bevrediging van behoeften die niet afhankelijk zijn van schaars
beschikbare middelen
Welstand = persoonlijk voorspoed in de zin van gezondheid en bemiddeld zijn
Categorieën:
- Primaire behoeften: elementair/noodzakelijk
- Secundaire behoeften: niet noodzakelijk
- Stoffelijk: tastbaar
- Onstoffelijk: immaterieel
- Individueel: eigen behoeften
- Collectief: wat iedereen heeft
Inkomen = de stroom van verworven koopkracht zonder in te teren
Sparen = uitgesteld consumeren/opslaan van koopkracht
,Productiefactoren:
- Kapitaal: dividend/rente
- Arbeid: loon
- Natuur: pacht
- Ondernemerschap: winst
Secundaire inkomensverdeling: als belastingen terecht komen bij uitkeringsgerechtigden
Personele inkomensverdeling: als het inkomen van een land verdeeld is over de bevolking
Tertiaire inkomensverdeling: extra belastingen opleggen of toekennen
Economische orde = de wijze waarop in een land vraag en aanbod is georganiseerd
- Allocatievraagstuk: wie beslist er in een land over de verdeling van productiefactoren
Vormen economische orde:
- Centraal geleide planeconomie: planning van aanbod wordt geheel gereguleerd door
de overheid
- Georiënteerde markteconomie: vrije markt maar overheid heeft regulerende rol
- Vrijemarkteconomie: aanbieders en producenten bepalen gezamenlijk waar
behoefte aan is en wat er geproduceerd en afgenomen wordt
- Overheid vervult kerntaken
Niveaus binnen de economie:
- Macro-niveau: heeft betrekking op productie, consumptie en overheidsgedrag van
een land als geheel
Economische factoren = invloeden uit de macro-omgeving met betrekking tot de stand van
de economie
- Meso-niveau: heeft betrekking op economische processen in de bedrijfstak
- Micro-niveau: heeft betrekking op alles wat zich afspeelt bij individuele
consumenten en bedrijven
Data van de economie: zaken die wel invloed hebben op de economie, maar die economen
niet onderzoeken
Binnenlandse indicatoren:
- Groei bruto binnenlands product (BBP)
, - Conjuncturele situatie
- Index consumentenvertrouwen
- Ontwikkeling werkeloosheid, lonen en arbeidsproductiviteit
- Inflatie
- Oderportefeuille bedrijven
Buitenlandse indicatoren:
- Renteontwikkelingen
- Ontwikkeling export en import
- Ontwikkeling wisselkoersen
- Verloop van dollarkoers
- Ontwikkeling energieprijzen
Centraal Plan Bureau (CBS): speelt belangrijke rol bij prognoses voor de economische
ontwikkelingen van Nederland
Producten die CBS oplevert:
- Basismateriaal voor Miljoenennota voor toekomstig beleid
Miljoenennota = een algemene toelichting van de Nederlandse regering op de verwachte
inkomsten en de uitgaven in de Nederlandse Rijksbegroting voor een jaar
- Macro Economische Verkenning (MEV): verwachte financiële ontwikkelingen in
binnen- en buitenland
- Centraal Economisch Plan (CEP): uitwerking van MEV met nieuwe ontwikkelingen