vTECH 02-014 Spatiële Resolutie
Onderwijsvorm Studiebelasting
zelfstudie 1 SBU
Inleiding
Resolutie is een breed begrip en heeft te maken met het scheidend vermogen van een
beeldvormend systeem. De resolutie is een maat voor beeldkwaliteit. In dit onderdeel wordt
ingegaan op de spatiële resolutie en wat deze beïnvloedt.
Na het college ga je nu zelf aan de slag met het begrip spatiële resolutie.
Leerdoelen
De student kan na het onderdeel spatiële resolutie:
· Het begrip spatiële resolutie uitleggen;
· Factoren benoemen die van invloed kunnen zijn op spatiële resolutie bij röntgen-
en gammacamerabeelden.
· De invloed op spatiële resolutie bij röntgen- en gammacamerabeelden
beargumenteren;
· De geometrische en bewegingsonscherpte uitleggen;
· De geometrische en bewegingsonscherpte uitrekenen.
Werkwijze
Voer onderstaande opdrachten uit en neem de uitwerkingen mee naar de volgende og-m
over spatiële resolutie. Gebruik bij de opdrachten de aantekeningen die gemaakt zijn bij het
college spatiële resolutie en de aanbevolen literatuur te vinden in het onderstaande kopje
‘benodigdheden’.
Benodigheden
Radiologie - Techniek en Onderzoek:
· Hoofdstuk 6 Beeldkwaliteit, p159-167
· Hoofdstuk 7 Digitalisering, p212-220
Opdrachten
Beantwoord onderstaande vragen in je eigen woorden. Verduidelijk waar nodig je
antwoorden met een tekening.
1. Leg het begrip spatiële resolutie uit.
Spatiële resolutie is:
- ruimtelijk oplossend vermogen
- vermogen om details weer te geven
- maat voor de waarneembaarheid van het kleinste detail
- detailwaarneembaarheid
- heeft te maken met beeld (on)scherpte
2. Wat is het verschil tussen contrastresolutie en spatiële resolutie?
Spatiële resolutie => ruimtelijk oplossend vermogen
hoe kleine details nog apart van elkaar waarneembaar zijn
Contrastresolutie => grijswaarde oplossend vermogen
hoe kleine grijswaarden verschillen nog apart van elkaar waarneembaar zijn
3. Noem en beschrijf tenminste 3 factoren, met (illustratief) voorbeeld, welke de
spatiële resolutie bij röntgenbeelden beïnvloeden. Hoe zijn deze aan te
passen?
1)Geometrische onscherpte
Onderwijsvorm Studiebelasting
zelfstudie 1 SBU
Inleiding
Resolutie is een breed begrip en heeft te maken met het scheidend vermogen van een
beeldvormend systeem. De resolutie is een maat voor beeldkwaliteit. In dit onderdeel wordt
ingegaan op de spatiële resolutie en wat deze beïnvloedt.
Na het college ga je nu zelf aan de slag met het begrip spatiële resolutie.
Leerdoelen
De student kan na het onderdeel spatiële resolutie:
· Het begrip spatiële resolutie uitleggen;
· Factoren benoemen die van invloed kunnen zijn op spatiële resolutie bij röntgen-
en gammacamerabeelden.
· De invloed op spatiële resolutie bij röntgen- en gammacamerabeelden
beargumenteren;
· De geometrische en bewegingsonscherpte uitleggen;
· De geometrische en bewegingsonscherpte uitrekenen.
Werkwijze
Voer onderstaande opdrachten uit en neem de uitwerkingen mee naar de volgende og-m
over spatiële resolutie. Gebruik bij de opdrachten de aantekeningen die gemaakt zijn bij het
college spatiële resolutie en de aanbevolen literatuur te vinden in het onderstaande kopje
‘benodigdheden’.
Benodigheden
Radiologie - Techniek en Onderzoek:
· Hoofdstuk 6 Beeldkwaliteit, p159-167
· Hoofdstuk 7 Digitalisering, p212-220
Opdrachten
Beantwoord onderstaande vragen in je eigen woorden. Verduidelijk waar nodig je
antwoorden met een tekening.
1. Leg het begrip spatiële resolutie uit.
Spatiële resolutie is:
- ruimtelijk oplossend vermogen
- vermogen om details weer te geven
- maat voor de waarneembaarheid van het kleinste detail
- detailwaarneembaarheid
- heeft te maken met beeld (on)scherpte
2. Wat is het verschil tussen contrastresolutie en spatiële resolutie?
Spatiële resolutie => ruimtelijk oplossend vermogen
hoe kleine details nog apart van elkaar waarneembaar zijn
Contrastresolutie => grijswaarde oplossend vermogen
hoe kleine grijswaarden verschillen nog apart van elkaar waarneembaar zijn
3. Noem en beschrijf tenminste 3 factoren, met (illustratief) voorbeeld, welke de
spatiële resolutie bij röntgenbeelden beïnvloeden. Hoe zijn deze aan te
passen?
1)Geometrische onscherpte